maandag 31 juli 2017

De laatste foute oorlog van Nederland in Indonesië

De rol die de oorlog in Indonesië van 1945 tot 1949 speelt in het Nederlandse publieke historische bewustzijn blijft beperkt.  Deze laatste koloniale oorlog in Indonesië hebben ook heel veel slachtoffers gemaakt.

Mijn vader was na de oorlog een van de eerste die ‘hun land vrijwillig gingen dienen’ en vier jaar oorlogsleed heeft meegemaakt en heeft veroorzaakt. Aan het eind van zijn leven was hij trots op zijn veteranen schap maar aan zijn kinderen heeft hij nooit gedeeld wat hij daar werkelijk heeft gedaan! We merkten alleen zijn soms heel onprettig afwijkend gedrag.

Wat zijn de cijfers van slachtoffers eigenlijk?

- Het aantal Nederlandse militaire  gesneuvelden en verongelukten in Nederlands-Indië : 4751 (volgens het Nederlands Instituut voor Militaire Historie)

- Over het aantal Nederlandse burgerdoden wordt uitgebreid gediscussieerd (schattingen lopen uiteen van 5000 tot 30.000).

- Onder veel historici circuleert  tegenwoordig een schatting van 100.000 Indonesische slachtoffers. (volgens Loe de Jongs  in  Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog (1988). De Jong schreef daar: ‘In Indonesië wordt gesteld dat de Republikeinse strijdkrachten in de jaren ’45-’49 in totaal ca. honderdduizend man hebben verloren’
In de jaren 1945-1949 vond ook voortdurend strijd plaats tussen diverse Indonesische groepen (onder andere communisten, islamisten en aanhangers van de Republiek Indonesië). Sommige latere historici (onder anderen Remco Raben en Gert Oostindie) suggereren dat slachtoffers door onderling Indonesisch geweld ook onder de genoemde 100.000 kunnen vallen.

Bij een recente telling  van het aantal  gesneuvelde Indonesiërs –soldaten en burgers-  komt  uit op tenminste 97.421.(bron; Christiaan Harinck werkt aan het KITLV (Leiden), Nico van Horn werkte eveneens aan het KITLV en ging mei 2017 met pensioen. Bart Luttikhuis werkt aan de Universiteit Leiden) Troepencommandanten te velde moesten de toegebrachte ‘vijandelijke verliezen’ (gesneuvelde, gewonde en gevangen genomen vijanden) registreren en doorgeven aan hun meerderen.

Dergelijke cijfers zijn niet altijd betrouwbaar en volledig.
De werkelijke cijfers liggen waarschijnlijk boven de 100.000 doden.

Dat alles toont een beeld van een bloedige laatste koloniale oorlog in een na oorlogse tijd dat politici  beter had moeten weten!
De trans generatieve oorlog traumata aan beide zijden zitten nu nog bij ons kinderen van deze 'helden' in de  naweeën. Bij mij als kind en mijn broer en zus.

Dank zij de politiek die koos voor doorbezetting!

Bron:

https://www.groene.nl/artikel/wie-telt-de-indonesische-doden

zondag 30 juli 2017

Implosie in de explosieve Duitse 'Neandertaal' auto industrie die in zwaar weer ver-keer-t


In Duitsland wordt politiek met scherp geschoten. Een laatste interessante uitspraak is van  CSU Alexander Dobrindt, Bundesverkehrsminister, die het woord "Rhetorischer Neandertaler” hanteert voor Hofreiter,  Chef van de Groenen.
Het gaat om de wens van de Groenen een limiet te stellen aan de fossiele verbrandingsmotor 2030,  waar de CSU met haar belangen in de automobiel industrie nog lang niet aan toe is.
De crème de la crème van de Duitse auto industrie heeft naar het zich laat aanzien heel lang kartelvorming gekend – meer dan 20 jaar- en uitlaat gassen jarenlang gemanipuleerd. Nu willen de mensen schone lucht steden waar de lucht soms al lang niet voldoet aan de Europese normen.
Het lijkt erop dat de auto industrie te lang heeft ingezet op de verbrandingsmotor die haar langste toekomst heeft gehad. Nu  gaat het om te bepalen wat is de einddatum van de begrafenis is van de geliefde Duitse diesel explosieauto.
Komende week is een belangrijke week waar harde noten worden gekraakt tussen de tot nu toe te lakse overheid, de zich sterker makende steden met lucht vervuilingen problemen en zelfs een dieselauto verbod willen invoeren en de automobiel industrie die in de beklaagden bank zit en zeker aan het kortste eind zal trekken. Made in Germany heeft nu te maken met  zijn zelfgemaakte schaduw.
 ‪Dobrindt hat Autobauer an ihre "verdammte Verantwortung" erinnert! HUMM



Uitspraken over de gaande transitie door transitieprofessor Jan Rotmans
Dutch Research Institute for Transitions (DRIFT),  Erasmus Universiteit in Rotterdam.


“Wat ik versta onder ‘verandering van tijdperk’ is een tweedelige revolutie. Maatschappelijk gezien, dus dat wij op weg gaan naar een andere maatschappelijke ordening: van top-down centraal naar bottom-up decentraal. Dat betekent dat burgers zich in allerlei verbanden gaan organiseren. Dat is één. Die maatschappelijke kanteling is heel ingrijpend. Schuiven we nog voor ons uit, maar is volop gaande.”

"De economische kanteling zie je daarmee gelijk opgaan en die heeft twee aspecten. Een ander soort ondernemerschap op weg naar andere waarden dan alleen maar financiële waarden genereren. En ten tweede de disrupties die op ons afkomen. "

“Maar ik zie het wel als instrumenteel, om verder te komen in die transitie. Hoe meer disruptie in deze tijd van chaos, hoe groter de kans dat we een snelle overgang kunnen maken naar die andere economie en samenleving.

"De economische kanteling zie je daarmee gelijk opgaan en die heeft twee aspecten. Een ander soort ondernemerschap op weg naar andere waarden dan alleen maar financiële waarden genereren. En ten tweede de disrupties die op ons afkomen. "
“En dat zijn er in dit tijdperk verrassend veel. We onderscheiden er zo’n twaalf, en die hebben ingrijpende gevolgen voor de verdienmodellen van bedrijven. Ik heb het dan over digitalisering, robotisering, de 3D printer, blockchain, nanotechnologie, kunstmatige intelligentie, biotechnologie ... Allemaal disruptieve technologieën die de gebruikelijke gang van zaken onder druk zetten.”


Bron; http://www.bloovi.be/nieuws/detail/jan-rotmans-het-zijn-niet-de-grootste-en-slimste-maar-de-meest-wendbare-bedrijven-die-overleven

zondag 9 juli 2017

eren van de oeros op z'n Fries

"Wat trekt bij de Friezen? Water en vrijheid! Water in de omgeving die een vlakte is met heuvels in het  water, een gemeenschap.
 
Ik ben bij een huis met een kleine groentetuin. Het huis is langgerekt van leem en wilgenvlechtwerk gebouwd, een strodak. Buiten staan fruitbomen, eiken en taxussen in de voortuin op het oosten. Deze taxussen zijn redelijk oud en zijn verbonden met de maan en geven vruchtbaarheid aan de kwelder. De taxus verdraagt ook zout water beter als de eik  als het overspoelt. Het is hier namelijk niet zo’n stabiele omgeving.
En is ook een haventje met een boot en er staat riet.  Deze terp heeft twee huizen die naast elkaar staan en oost-west georiënteerd zijn. Dan schijnt de zon op het verst en kan de maan langskomen.
Binnen is stilte, geborgenheid en activiteit van het vee bestaande uit een stier, koeien en enkele schapen. Daar is ook een drinkbak waarin het regenwater wordt opgevangen. 
 
Ik woon hier met vrouw en kinderen. Mijn vader kwam hier voor het eerst en heeft  de terpheuvel opgebouwd en voorzien van beplanting.  De Noorman heeft deze plek aangewezen als terpplaats. Hij kwam met een schip met gehelmde horens. Wij kwamen uit Scandinavië en zijn Noormannen die uitbreiding zochten.  Wij noemen ons Frisionen.  We waren gekozen door de Goden om hier  neer te dalen op deze Aarde en die vorm te geven. Een soort sociale impuls.
De oorspronkelijk bevolking is door ons verdreven, de Friezen. Zij woonden op het laagveen, dicht bij de riviermonding en ook bij de rivieren.  Die hadden niks te zoeken bij de zee. 
“Wij komen uit het Noorden, wij zijn hier de baas en jullie moeten buigen.” Ze werken nu voor ons door zeilen te knopen, groenten te telen, vee te houden, kaas te maken e.d. Ze worden door ons betaald en er is een handelsovereenkomst en nu leven we in vrede en harmonie samen.  Dat gaat wel eens mis. iemand stond op en werd neergeslagen, simpel zat! Die Friezen hebben niks te kiezen!
 
In de haven van m’n terp ligt een boot, waarvan de drakenkop is afgehaald. Die wordt bewaard  en alleen gebruikt voor verre reizen naar het zuiden.
 
Hoe is het met jullie Goden? Die zijn verdreven geweest door de Russen uit de Baltische Zee.  Dat was thuis en in ander staten. Er is een zeeslag geweest en ze zijn aan land gegaan en hebben slaven meegenomen.
 
Hier hebben we heiligdommen aangelegd en deze zijn ingewijd, ingezongen. Daar waren wel heiligdommen maar anders en we hebben nieuwe gemaakt.  Het verandert hier snel; nieuw land wordt gevormd en land slaat weg, beroofd.
Stavo is een belangrijke zeegod en wordt op het strand geëerd met een vuuroffer dat opgenomen wordt door de zee. Soms worden ook kinderen levend verbrand door in het vuur te gooien. Dat zijn baby’s omdat ze niet goed waren.
Indra is een landgod, die we eren op sommige plaatsen aan zee met bloemen, kuikens en jonge vogels. Dat is bij het huidige Wynaldum, bij ons Wynla(da). Plekken die wylaard genoemd worden dat betekent ‘garde: de wind uit het oosten en westen
Dit zijn dus mannelijke goden.
 
Er zijn nog een paar oerossen in ons gebied. Ze lopen op de kwelders en worden bewaard in de huizen. Ze worden met bloemen versierd en geëerd omdat ze het land vruchtbaar maken.  We hebben er één gevangen genomen wat een heel spektakel was. We haalden ze onderuit met touwen en hebben ze op vlotten vervoerd en binnen gedragen. Daar op een strobed gezet en omheind zodat iedereen ze kan ruiken en zien.  De oeros heeft een rode kleur. We eren ze op onze feesten en verjaardagen en zijn blij door deze dieren. Ze worden met respect gehouden en er mag vooral niet op gejaagd worden. Die dat doen wordt doodgeschopt, opgehangen en uit elkaar getrokken. In het verre oosten worden ze wel gehouden voor de jacht maar wij houden van ze.
Zomers is de oeros in een buitenverblijf in een buitenkamp tussen de fruitbomen.
De oeros brengt een kracht te weeg in ons bewustzijn, een Oerkracht van eerlijkheid, oprechtheid, openheid.
We houden zowel een vrouwtje als een mannetjes oeros, een groepje. Ook dat een moeder oeros en kalf rond de terp loopt.
Wij op onze terp hebben geen oeros maar er is er wel één redelijk in de buurt. Zo’n plek is uitzonderlijk omdat het hier daar vereerd werd en dat alleen op speciale plaatsen die aangewezen zijn door de Noorman.  Deze man is een geïncarneerde godheid, Ingwar; ik kom, ik blijf en ik geef genade.
Bij ons wordt naast de oeros ook het schaap geëerd, de geit en muizen die holen graven in de terp.
 
Als het water komt gaan we op de hanenbalken zitten en de dieren ook als dat mogelijk is. Maar meestal staan ze in het water met het hoofd erboven. het is zelfs belangrijk dat ze in het water staan want dan raken ze verbonden zo met het hoofd boven water. De goden zijn ons gunstig gezind omdat onze plek heel vaak wordt overspoeld.
 
En wil je nog wat zeggen op het laatst: dat het besluit niet mis is te komen uit het noorden!
 
@ Onderzoek in persoonlijk vorig leven met ‘Hessel’ rond kerst 2008 in Schirnding


oeros in Friesland

RUG: oeros leefde rond 600 na Chr. nog in Friesland
16 december 2008 Redactie Actueel
De oeros leefde 200 jaar langer in Nederland dan wetenschappers tot nu toe aannamen. De Rijksuniversiteit Groningen komt tot die conclusie na onderzoek van een oeroshoorn, waarvan de uitkomsten woensdag zijn bekendgemaakt.
Uit dat onderzoek blijkt dat de laatste oerossen tussen 555 en 650 in de Friese kweldergebieden langs de kust moeten hebben geleefd. Eerder werd gedacht dat het dier in de vierde eeuw al in Nederland was uitgestorven.
De hoorn van de oeros die is onderzocht, is begin dit jaar door een amateurarcheoloog gevonden in terpresten bij het Friese plaatsje Holwerd. Het gebeente van 70 centimeter van de hoorn is nog vrijwel intact. De Groninger universiteit heeft aan de hand van een monster uit de hoorn vast kunnen stellen wanneer het dier moet zijn gestorven. ‘Een bijzondere ontdekking”, aldus hoofddocent archeologie Wietske Prummel.
De oeros kwam net na de laatste ijstijd tienduizend jaar voor Christus talrijk voor in Nederland. Het dier was in die tijd met soms een schofthoogte van wel twee meter een indrukwekkende verschijning. De diersoort is in Nederland uitgestorven door gebrek aan robuuste moerassen en moerasbossen.
Door jacht en de opkomst van de landbouw werd het leefgebied van deze wilde rundachtige steeds kleiner. ‘Waarschijnlijk hebben de laatste exemplaren hun toevlucht gezocht tot kwelders aan de rand van ons land”, aldus Prummel. In Polen legde pas in het begin van de 17e eeuw de laatste oeros het loodje.
De universiteit wil nu nog een DNA-onderzoek laten uitvoeren. Daaruit kan onder andere worden afgeleid of de oeros veel trok of zich ophield op een beperkt grondgebied. Bron: http://www.gic.nl