donderdag 12 februari 2026

de spuitindustrie bepaalt en de natuur, inclusief de mens, onder-gaat

Bedrijven schrijven mee aan de regels voor bestrijdingsmiddelen. Ze spannen wetenschappers voor hun karretje en hebben meer invloed dan de overheid zelf. Dat schaadt de democratie, schrijft onderzoeksjournalist Dirk de Bekker in Het Pesticidenparadijs.

De boodschap van De Bekker is hard. “Ons toelatingssysteem voor pesticiden is niet onafhankelijk. De industrie heeft een rol gehad bij de totstandkoming ervan. En ja, dat is problematisch, want het is de industrie zelf die gereguleerd dient te worden. Politicologen noemen dit regulatory capture: de wetgever zet zichzelf vast als hij de mensen die gereguleerd moeten worden uitnodigt om mee te schrijven aan de regels.”

“De overheid benadert de pesticidenproblematiek te veel als een pr-probleem. In mijn boek heb ik het over de pesticidenmuur, het gedeelde narratief waarmee de landbouwlobby, de pesticidenlobby, de toelatingsinstanties én verantwoordelijke ministeries de huidige pesticidenpraktijken verdedigen. Die muur begint steeds meer scheuren te vertonen. Mijn boek schiet daar ook grote gaten in.
“De overheid is bang dat mensen haar niet meer vertrouwen als dit aan de kaak wordt gesteld, maar dat is de verkeerde reflex. Beschadigd vertrouwen in de overheid ontstaat niet door mensen die gaten in een muur schieten, maar door wat mensen zien als ze door die gaten gluren. Dan kun je die muur proberen dicht te plamuren met slimme pr, maar daarmee los je de problemen niet op. Die muur valt op een gegeven moment toch om.”
“De landbouw, en eigenlijk ieders leven, is verweven geraakt met pesticidengebruik. Er is een afhankelijkheid van die middelen ontstaan die veel weg heeft van een verslaving. We hebben ook veel aan die middelen, dat wil ik wel gezegd hebben. Maar we zijn ze gaan overgebruiken, pesticiden zijn zelf uitgegroeid tot plaag.
Dit artikel is geschreven door

onze waterplaneet gezien vanuit .......

 


James Webb Telescope Cosmic Explorations

open brief over archeologie Apel

 



woensdag 4 februari 2026

we blijven maar doorgaan om deze planeet te versteppen en ....dan kan het zich weer vanzelf herstellen zonder mens

  


‘We ademen allemaal deze ene lucht, we drinken allemaal hetzelfde water. We leven op deze ene planeet. We moeten de Aarde beschermen. Als we dat niet doen, zullen de grote winden komen en het woud vernietigen. Dan zul je de angst voelen die wij voelen.’

Raoni Metuktire – leider van de Kayapó, die al sinds mensenheugenis in de Amazone wonen

De grootste rivieren op aarde bevinden zich in de lucht. Miljarden tonnen water worden dagelijks op grote hoogte van de ene naar de andere plek vervoerd. Maar dit unieke ecosysteem dreigt dramatisch te veranderen.

Zo’n 18 procent van het Amazone-regenwoud bestaat niet meer; winstbeluste bedrijven hebben er grasland van gemaakt, of sojaplantages. Door die ontbossing en de klimaatcrisis worden droogten nu al langer en heftiger. Een deel van de Amazone verandert daardoor in, zoals wetenschappers het noemen, ‘gatenkaas’, omdat bomen bladeren laten vallen of sterven. Wind en vuur hebben hier vrij spel.

bron: https://www.volkskrant.nl/columns-van-de-dag/vliegende-rivieren-slurpen-dagelijks-miljarden-tonnen-water-op~b978183c/


dinsdag 3 februari 2026

paradigmaverschuiving bewoning friese kuststreek door de zeenomaden Friezen: tweezijdige gebruik, naar zee en landinwaards

 


Met deze grote ontdekking voegt archeoloog Marco Bakker (43) een nieuw hoofdstuk toe aan de vroegste Friese geschiedenis

zondag, 1 februari 2026 (08:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Archeoloog Marco Bakker (43) ontdekte dat grote delen van Midden‑Friesland veel ouder en intensiever bewerkt zijn dan gedacht: onder de huidige weilanden ligt een uitgebreid cultuurlandschap uit de ijzertijd. Zijn meer dan tien jaar durende onderzoek, dat hij vorige week in Groningen promoveerde, laat zien dat boeren al vanaf de vierde eeuw v.Chr. massaal veen ontgonnen en in gebruik namen voor akkerbouw en veeteelt.

Bakker, opgegroeid in Haskerhorne en opgeleid aan de Rijksuniversiteit Groningen, begon zijn veldwerk als student in 2012 bij een veenterpje in Arkum (Tjerkwerd). Dat leidde tot uitgebreid onderzoek in Midden‑Friesland — onder meer bij Warten, in Harinxmaland (bij Sneek) en de Bullepolder (Blitsaerd) bij Leeuwarden — waar onderzoekers veenterpjes, huisplattegronden (boerderijen van ca. 14–22 m bij 5–7 m), slotenstelsels en vondsten als aardewerk en sieraden aantroffen. Die bewijzen dat bewoners even welvarend waren als de terpboeren langs de kust.

De vondsten tekenen een beeld van grootschalige, georganiseerde ontginning: volgens Bakker onttrokken de boeren wellicht zo’n 57.600 hectare veen langs een boogvormige gordel van ongeveer 80 kilometer lengte, met een breedte van 4–12 kilometer. Ontwatering (sloten, dijken, duikers) was cruciaal en vereiste voortdurend onderhoud; zonder dat onderhoud zakte het land in en ontstond vernatting, waardoor woningen gemiddeld na zo’n 75 jaar werden verlaten en bewoners verder het veen introkken om opnieuw akkers en huizen aan te leggen. Op die manier verschoof het ontginningsgebied door de eeuwen heen, met in de Romeinse tijd een zuidelijke uitbreiding tot aan Akkrum en IJlst.

Economisch waren de boeren veelzijdig: ze verbouwden onder andere vlas, emmertarwe en gerst; later werden de aangeslibde of vernatte akkers ingezet als weiland voor runderen en schapen. Er is aanwijzing voor kleinschalig turfgebruik, maar weinig bewijs voor grootschalige turfwinning. Bij Harinxmaland troffen onderzoekers een locatie voor semi‑industriële pottenbakkerij; bij Wyns werd een 3 kilometer lange kunstmatige wal gevonden, waarvan de omvang op samenwerking en geplande infrastructuur wijst.

De geschiedenis van het gebied kent perioden van bevolkingskrimp en herbevolking. Eind tweede eeuw na Chr. stokte de ontginning, mogelijk door politieke onrust en migratie richting het Romeinse rijk — aanwijzingen zijn potscherven met Friese kenmerken in Vlaanderen en Noord‑Engeland en bronnen over Friezen als grenswachters bij Hadrianus’ muur. Door vertrek vielen dijken en sloten in verval, overstroomde veen, en zette de zee dikke klei af: zo ontstond het huidige klei‑op‑veenlandschap. Pas vanaf de vijfde eeuw en vooral vanaf de tiende eeuw werd het achterland opnieuw grootschalig ontgonnen, nu door immigranten uit Duitsland en Denemarken.

Bakkers onderzoek verandert het traditionele beeld dat Midden‑Friesland pas in de middeleeuwen intensief werd bewoond en bewerkt. Praktische aanbevelingen volgen: voor behoud van het archeologische bodemarchief is blijvend grasland het beste; aanplant van bomen of diepwortelende gewassen kan waardevolle sporen vernietigen. Bakker pleit er ook voor vergelijkbaar onderzoek in Noordwest‑Duitsland, omdat vroegtijdige veenontginning mogelijk breder voorkwam. Zijn resultaten laten bovendien zien dat veel huidige woonwijken in Sneek, Akkrum, Grou en IJlst mogelijk boven vergeten veenterpjes liggen.


Het veengebied tussen de rode lijnen werd in de ijzertijd en Romeinse tijd ontgonnen. Deze gordel langs Leeuwarden en Sneek stond later bekend als het 'lage midden' van Friesland. Bron: rapport Marco Bakker


zondag 25 januari 2026

maak er wat van!

 

soms is het fysiek zwaar in de wintertijden om het huis te verwarmen

maar ik zie het als een uitdaging 

en de voorraden voor magere jaren-lees strenge winters- zijn groots

van Buiten naar binnen en dan?

 


Wappie-dom van deze zogenaamde wakkere nederlanders

 




https://www.npodoc.nl/verdieping/artikelen/2026/interview-fleur-amesz-gijs-swantee.html?sfnsn=mo