Instituut voor Gaialogie
zaterdag 25 juli 2026
Gaia-Zoom: Mannelijke Vuur Ver-Dramatisering
zondag 19 juli 2026
Aarde-Elementalen in Eger/Cheb vinden een nieuwe heimat in de Ruimte
Vandaag waren we op bezoek aan de Boheemse stad Eger (Cheb) en had ik deze bijzondere ervaring. Zittend op een terras aan het mooie middeleeuwse stadsplein kwam de vraag op : kijk eens in de aarde? Ik nam subtiel waar dat daar de Oer-Godin zit omgeven door Tegenkrachten met bovenin haar een klein Lichtveld. Dat Etherisch geladen veld zat in de vroege Middeleeuwen aan de stads oppervlakte, toen dit gebied een groot Slavisch heiligdom was. De daarin levende Lichtaarde-elementalen (de opbouwende krachten) zijn later verdreven naar de onder-Aarde waar de Grote Godin nog steeds leeft boven een rijk Lichtveld gevoed vanuit het Aarde-Centrum. Deze Licht-elementalen leefde voor een kwart van Aarde-Licht maar voor driekwart van de Eer-Lichtkracht van de mensen. De Slavische priesteressen waren hun hoeders: de Vrouwen eerden ons en dat deed goed. Ze voeden ons en gaven ruimte. We willen dat weer! Je zou kunnen zeggen een wederzijdse afhankelijkheids gebeuren ook wel een symbiotisch relatie. De ene kon niet zonder de ander. Mijn metgezellin N. ging van deze zuivere trilling sfeer in haar hart ‚zingen‘, een subtiel geluid gevend dat vervolgens in druppel opsteeg naar boven. Het centrale stadsplein van Eger (Cheb) – tegenwoordig bekend als Náměstí Krále Jiřího z Poděbrad – is ruim 900 jaar oud. De eerste fundamenten voor de marktplaats werden gelegd aan het begin van de 12e eeuw. Nadat er rond het jaar 1125 een stenen burcht werd gebouwd, ontstond in de directe beschutting daarvan een permanente marktgemeenschap. Dit vormde de directe basis voor het huidige, langgerekte stadsplein. Verstoring door Frankische indringing Toen de RK religie met de invasies door Karel de Grote hier in de 9e eeuw kwam werd het heiligdom verstoord en de Eercultuur verdrongen en de subtiele oppervlakte sferen verdreven en zoals zo vaak gebeurde, ging het de Aarde in, naar de nederwerelden. (zie noot 1) Hoe verder? Maar wat nu te doen? Ik kan ze nu niet blijvend eren en in de stad heeft daarvoor een te klein menselijk bewustzijnsveld? Dus ik geef het door aan de Grote Natuur. Plots zie ik de belevendigde sfeer opstijgen naar boven, de Ruimte in waar het een nieuw onderkomen gaat krijgen. N. was van slag dat deze sfeer een andere plek kreeg. Ze wilde het graag hier blijven ontmoeten, maar helaas daar is geen ering meer. Haar verdriet kwam ook voort uit het gegeven dat ze hen vergeten heeft, een taak verzaagt hebbend. Een oude nostalgie naar een sfeer samenwerking, die er nu niet meer is in deze middensfeer. Het Aarde-Licht wordt hier niet meer geeerd en Het zegt me: laat het voor andere tijden. Vervolg vraag Later komt een tweede vraag op: wat te doen met deze werkelijkheid? Ik antwoord: dit is een gestolen stad, waar de mensen uit zijn gestuurd.(zie noot 2) Ik eer deze voormalige Rijksstad met haar geparkeerde oude sferen. Laat het Bewustzijn van toen deze stad weer verder moge laten bloeien en de mensen meenemen op hun reis. Een gezegende toekomst gewenst. Ik realiseer me dat deze stad nu geen uiterlijke spirituele taak heeft, zoals eens voor de christianisering het een Eerplek was (80%). Nu maar 10% ering maar over 20 jaar weer 70%. Wat komt er dan op ons af? Noten. 1.De veldtochten tegen de Slaven (Wenden) De veldtochten tegen de heidense Slaven (in historische bronnen vaak de 'Wenden' genoemd) speelden zich deels af onder Karel de Grote begin van de 9e eeuw (de jaren 800 tot 814, maar bereikten hun gewelddadige hoogtepunt pas eeuwen later (in de 12e eeuw) tijdens de zogenaamde Wendische Kruistocht (1147): -Vernietiging van heidense heiligdommen: Slaven hadden grote, prachtig versierde houten tempels en heilige bossen waar zij hun goden (zoals Svantovit) aanbaden. Christelijke legers hebben deze tempels systematisch geplunderd, priesters verdreven en de enorme godenbeelden in het openbaar in stukken gehakt of verbrand om te bewijzen dat de heidense goden machteloos waren. -Vervolging van dienaren: De heidense tempelpriesters (de dienaren van de goden) verloren hun status, werden verdreven, gevangengenomen of gedood als zij zich bleven verzetten tegen de nieuwe christelijke orde. -Plunderingen en hongersnood: De tactiek tegen de Slaven bestond vaak uit de 'verschroeide aarde'-tactiek. Christelijke ridders brandden dorpen plat, vernietigden de oogst en slachtten het vee af om de bevolking door honger tot overgave en bekering te dwingen. 2.Naoorlogse deportatie Na de Tweede Wereldoorlog werd vrijwel 90% tot 95% van de oorspronkelijke bevolking van Eger (de historische Duitse naam voor de Tsjechische stad Cheb) uit de stad verdreven door de Tsechen. De stad Eger/Cheb was een nagenoeg volledig Duitse stad. Volgens historische gegevens en volkstellingen was ruim 95% van de inwoners Duitstalig (Sudetenduitsers) De verdrijving (1945–1947) Op basis van de Benes-decreten en de afspraken van de Conferentie van Potsdam werd de Duitse bevolking na de capitulatie van nazi-Duitsland gedwongen onteigend en massaal gedeporteerd naar Duitsland (hoofdzakelijk Beieren). Slechts een heel klein percentage van de Duitse bevolking (geschat op 5% tot 10% in de regio) mocht blijven. Dit betrof hoofdzakelijk bewezen antifascisten, onmisbare geschoolde arbeiders voor de lokale industrie of personen uit gemengde gezinnen. De herbevolking van Eger (vanaf toen officieel Cheb genoemd) en de rest van het Sudetenland was een enorme, gecoördineerde migratie-operatie van de Tsjechoslowaakse overheid. Omdat de oorspronkelijke bewoners vrijwel allemaal waren verdreven, werd de stad gevuld met een zeer diverse en multiculturele mix van nieuwe inwoners. Omdat deze groepen uit alle windstreken kwamen en geen historische band hadden met de stad, ontstond er in Cheb een compleet nieuwe, ontwortelde samenleving. Dit leidde in de eerste decennia na de oorlog tot sociale uitdagingen, aangezien de nieuwe bewoners de lokale tradities niet kenden en veel historische (Duitse) gebouwen en kerken in de regio verwaarloosd raakten. Deze ontheemde stad voelt nog steeds ontheemd.
maandag 13 juli 2026
De eerlijke 17e eeuwse Groninger stadsbouwmeester die door de stedelijke elite ter dood werd gebracht na een gilde opstand.
Gerrit Harmens Warendorp was in de 17e eeuw in de stad Groningen bontwerker en hield zich bezig met het verwerken van bont en pels tot kledingstukken. Bontwerkers maakten kleding, kragen en voeringen van dierenvellen (zoals marter, hermelijn, nerts of bever). In de koude 17e-eeuwse winters was dit geen overbodige luxe, maar vooral een statussymbool. Het ironische is dat Gerrit zijn geld verdiende met het maken van luxe kleding voor de exacte 'elite' waartegen hij later politiek in opstand kwam. Het bontwerkersgilde was in Groningen een gerespecteerd en welvarend gilde.
Vernietigende Mens Krachten
Het rechtsomgaande Godinnen Rad in een kerk in Groningen
zaterdag 11 juli 2026
Gai-Zoom zondagavond:
zaterdag 4 juli 2026
om over na te denken....
hogeropgeleiden creëren vooral banen voor zichzelf
20ste Jahrzehnte Freimauer Gold Schatz in Bayern gefunden
Kinder finden geheimnisvollen Goldschatz im Wald. Was die Freimaurer damit zu tun haben
Dieser Ring zeigt offenbar ein Rad und einen Schlüssel. Das Rad wird in der Philosophie oft als Rad des Lebens gesehen, der Schlüssel steht für verborgenes Wissen Foto: Polizei Bayernde Rembrand van het Noorden, Henk Helmantel, exposeert in zijn klooster, oude incarnaties in Oud Friesland en de relaties met Emo en hendrik
Henk Helmantel, wie is hij en wie was hij en waarom woont hij daar in Westeremden en wat is de relatie met zijn broer Emo en de bouwmeester hendrik....
Tentoonstelling van werken Helmantel in klooster Ter Apel
"De gevierde kunstenaar Henk Helmantel (81) adoreert kloosters en kerken. Het klooster in Ter Apel heeft altijd een speciaal plekje in zijn hart gehad. Het is één van de drie plekken die voor hem als thuis voelen, vertelt hij.
Hij weet het nog goed. Als jongen van tien hing hij aan de lippen van zijn schoolmeester, meneer Velema. Toen die vertelde over het klooster in Ter Apel: „Had ik oren op steeltjes.”Als hij een jaar of vijftien is, stapt hij in Westeremden op de brommer en rijdt naar Ter Apel. Het is een rit van zo’n twee uur. „Wat een plek en wat een gebouw! Ik herinner mij nog de reuk van de kalk.” Hij laat zich uren bevangen door het eeuwenoude bouwwerk met haar dikke muren, hoge vensters en dwaalt door het omringende bos.
Tijdens zijn opleiding aan de Academie Minerva komt hij vaak voor inspiratie en oefening naar het klooster. Hij ontdekt naar eigen zeggen de schoonheid van de kerkelijke bouwkunst. In dit Kruisherenklooster voelt hij de kracht van de eenvoud: er is geen afleiding of opsmuk. „Dan ging ik buiten tegen een oude eik zitten, en maar tekenen.”
De moderne aanbouw uit 2002 komt pas decennia later. Die stelt hem teleur. Hij had het liever in namaak-historie gezien. ’Misschien is dat wel verlakkerij, maar dat was wel passend geweest’, vertelt hij meer dan twintig jaar na de bouw aan de huidige directeur van het museum, Marjan Brouwer.
Hij exposeerde drie keer eerder in het museum. Twee van zijn werken hangen permanent in het klooster en er staat ook een middeleeuwse zetel die het klooster in bruikleen heeft (die is te oud om nog op te kunnen zitten). Maar zijn kunst mocht van hem nooit in het nieuwbouwdeel hangen. Tot nu.
Het museum koos ervoor om in de westvleugel, het nieuwe deel, stillevens op te hangen. Het zijn objecten zoals de laatste bewoners van het kloostergebouw, de voormalig prior Johannes Emmen en zijn vrouw en dochter, gebruikt zouden kunnen hebben in de zeventiende eeuw.Even later vertelt Helmantel aan geïnteresseerd publiek dat hij inderdaad geen liefhebber is van de westvleugel. „Maar de manier waarop jullie het hebben gedaan, heel mooi.” Complimenteert hij het personeel en de vrijwilligers. Helmantel grapt: „De nieuwbouw is er enorm van opgeknapt.”
Helmantels werken van eeuwenoude kerkgebouwen hangen juist tegen de oude muren van het kruisherenklooster. Kijkend vanaf de kloostergang biedt het fotorealistische werk, hangend aan de kloostermoppen, haast een doorkijkje naar andere kerkgebouwen: het klooster in Ter Apel als kijkdoos door Europa.
Helmantel bezocht meer dan honderd kloosters en kerken op het continent, vertelt hij. Bij sommige was de bouwkunst boven zijn verwachting, bij andere stelde die juist teleur. Hij ging niet op zoek naar de pracht en praal, maar juist naar de stille plekjes. „Die stiltes, de kleine hoekjes waar je nog een gebed kunt doen. Niet dat kathedrale, ik hou meer van de eenvoud dan de pronk.”Hoewel zijn werk zeer realistisch is, is het niet de realiteit, benadrukt hij. „Ik snap dat het gezegd wordt dat de schilderijen fotorealistisch lijken, maar het zijn geen foto’s. Kijkend naar de ruimte, moet je soms dingen naar je hand zetten.” Een meubelstuk aan de kant, een pilaar net wat opschuiven. Of misschien juist wat meer of minder lichtval dan in het echt. Helmantel vat het samen als: „Ik ben weleens aan het verbouwen in de kerk.”
Expositie. De expositie bestaat uit 22 grotere en kleinere schilderijen, wisselend tussen kerk- en kloosterinterieurs en stillevens. Daarnaast toont Museum Klooster Ter Apel tien heiligbeelden uit de kerkelijke verzameling die Henk Helmantel samen met zijn vrouw Babs heeft verworven.De tentoonstelling loopt tot 14 maart 2027. Het museum is geopend elke dinsdag tot en met zondag van 11.00 uur tot 17.00 uur. In juli en augustus is het klooster ook op maandag open."
bron: https://www.dvhn.nl/regio/groningen/waarom-de-nieuwe-expositie-van-henk-helmantel-in-museum-klooster-ter-apel-zo-bijzonder-is-ik-herinner-mij-nog-de-reuk-van-de-kalk/157898641.html






