Gerrit Harmens Warendorp was in de 17e eeuw in de stad Groningen bontwerker en hield zich bezig met het verwerken van bont en pels tot kledingstukken. Bontwerkers maakten kleding, kragen en voeringen van dierenvellen (zoals marter, hermelijn, nerts of bever). In de koude 17e-eeuwse winters was dit geen overbodige luxe, maar vooral een statussymbool. Het ironische is dat Gerrit zijn geld verdiende met het maken van luxe kleding voor de exacte 'elite' waartegen hij later politiek in opstand kwam. Het bontwerkersgilde was in Groningen een gerespecteerd en welvarend gilde.
Instituut voor Gaialogie
maandag 13 juli 2026
De eerlijke 17e eeuwse Groninger stadsbouwmeester die door de stedelijke elite ter dood werd gebracht na een gilde opstand.
Vernietigende Mens Krachten
Het rechtsomgaande Godinnen Rad in een kerk in Groningen
zaterdag 11 juli 2026
Gai-Zoom zondagavond:
zaterdag 4 juli 2026
om over na te denken....
hogeropgeleiden creëren vooral banen voor zichzelf
20ste Jahrzehnte Freimauer Gold Schatz in Bayern gefunden
Kinder finden geheimnisvollen Goldschatz im Wald. Was die Freimaurer damit zu tun haben
Dieser Ring zeigt offenbar ein Rad und einen Schlüssel. Das Rad wird in der Philosophie oft als Rad des Lebens gesehen, der Schlüssel steht für verborgenes Wissen Foto: Polizei Bayernde Rembrand van het Noorden, Henk Helmantel, exposeert in zijn klooster, oude incarnaties in Oud Friesland en de relaties met Emo en hendrik
Henk Helmantel, wie is hij en wie was hij en waarom woont hij daar in Westeremden en wat is de relatie met zijn broer Emo en de bouwmeester hendrik....
Tentoonstelling van werken Helmantel in klooster Ter Apel
"De gevierde kunstenaar Henk Helmantel (81) adoreert kloosters en kerken. Het klooster in Ter Apel heeft altijd een speciaal plekje in zijn hart gehad. Het is één van de drie plekken die voor hem als thuis voelen, vertelt hij.
Hij weet het nog goed. Als jongen van tien hing hij aan de lippen van zijn schoolmeester, meneer Velema. Toen die vertelde over het klooster in Ter Apel: „Had ik oren op steeltjes.”Als hij een jaar of vijftien is, stapt hij in Westeremden op de brommer en rijdt naar Ter Apel. Het is een rit van zo’n twee uur. „Wat een plek en wat een gebouw! Ik herinner mij nog de reuk van de kalk.” Hij laat zich uren bevangen door het eeuwenoude bouwwerk met haar dikke muren, hoge vensters en dwaalt door het omringende bos.
Tijdens zijn opleiding aan de Academie Minerva komt hij vaak voor inspiratie en oefening naar het klooster. Hij ontdekt naar eigen zeggen de schoonheid van de kerkelijke bouwkunst. In dit Kruisherenklooster voelt hij de kracht van de eenvoud: er is geen afleiding of opsmuk. „Dan ging ik buiten tegen een oude eik zitten, en maar tekenen.”
De moderne aanbouw uit 2002 komt pas decennia later. Die stelt hem teleur. Hij had het liever in namaak-historie gezien. ’Misschien is dat wel verlakkerij, maar dat was wel passend geweest’, vertelt hij meer dan twintig jaar na de bouw aan de huidige directeur van het museum, Marjan Brouwer.
Hij exposeerde drie keer eerder in het museum. Twee van zijn werken hangen permanent in het klooster en er staat ook een middeleeuwse zetel die het klooster in bruikleen heeft (die is te oud om nog op te kunnen zitten). Maar zijn kunst mocht van hem nooit in het nieuwbouwdeel hangen. Tot nu.
Het museum koos ervoor om in de westvleugel, het nieuwe deel, stillevens op te hangen. Het zijn objecten zoals de laatste bewoners van het kloostergebouw, de voormalig prior Johannes Emmen en zijn vrouw en dochter, gebruikt zouden kunnen hebben in de zeventiende eeuw.Even later vertelt Helmantel aan geïnteresseerd publiek dat hij inderdaad geen liefhebber is van de westvleugel. „Maar de manier waarop jullie het hebben gedaan, heel mooi.” Complimenteert hij het personeel en de vrijwilligers. Helmantel grapt: „De nieuwbouw is er enorm van opgeknapt.”
Helmantels werken van eeuwenoude kerkgebouwen hangen juist tegen de oude muren van het kruisherenklooster. Kijkend vanaf de kloostergang biedt het fotorealistische werk, hangend aan de kloostermoppen, haast een doorkijkje naar andere kerkgebouwen: het klooster in Ter Apel als kijkdoos door Europa.
Helmantel bezocht meer dan honderd kloosters en kerken op het continent, vertelt hij. Bij sommige was de bouwkunst boven zijn verwachting, bij andere stelde die juist teleur. Hij ging niet op zoek naar de pracht en praal, maar juist naar de stille plekjes. „Die stiltes, de kleine hoekjes waar je nog een gebed kunt doen. Niet dat kathedrale, ik hou meer van de eenvoud dan de pronk.”Hoewel zijn werk zeer realistisch is, is het niet de realiteit, benadrukt hij. „Ik snap dat het gezegd wordt dat de schilderijen fotorealistisch lijken, maar het zijn geen foto’s. Kijkend naar de ruimte, moet je soms dingen naar je hand zetten.” Een meubelstuk aan de kant, een pilaar net wat opschuiven. Of misschien juist wat meer of minder lichtval dan in het echt. Helmantel vat het samen als: „Ik ben weleens aan het verbouwen in de kerk.”
Expositie. De expositie bestaat uit 22 grotere en kleinere schilderijen, wisselend tussen kerk- en kloosterinterieurs en stillevens. Daarnaast toont Museum Klooster Ter Apel tien heiligbeelden uit de kerkelijke verzameling die Henk Helmantel samen met zijn vrouw Babs heeft verworven.De tentoonstelling loopt tot 14 maart 2027. Het museum is geopend elke dinsdag tot en met zondag van 11.00 uur tot 17.00 uur. In juli en augustus is het klooster ook op maandag open."
bron: https://www.dvhn.nl/regio/groningen/waarom-de-nieuwe-expositie-van-henk-helmantel-in-museum-klooster-ter-apel-zo-bijzonder-is-ik-herinner-mij-nog-de-reuk-van-de-kalk/157898641.html
vrijdag 3 juli 2026
Sinicization van Tibet blijft maar doorgaan om de oude culturen weg te v e/agen.
donderdag 2 juli 2026
Boerenbedrog weer eens bevestigd
Het beeld dat Nederlandse boeren een fors deel van de wereldbevolking voeden met hun producten klopt helemaal niet. Dat concluderen zeven Wageningse wetenschappers na een uitgebreid onderzoek. Ze stellen vast dat Nederland per saldo juist meer voedsel importeert dan exporteert.
De zeven schrijven dat in een publicatie die is afgedrukt in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Food. Ze komen tot de conclusie dat de nettobijdrage van Nederland aan de wereldwijde voedselvoorziening heel beperkt is.
Dat Nederland per saldo een grote bijdrage aan het voeden van de mensheid zou leveren, is een oud beeld. Het tijdschrift National Geographic omschreef Nederland in 2017 als het ‘kleine land dat de wereld voedt’.
Maar het is volkomen onjuist, constateren de onderzoekers. Dat komt doordat Nederland voor de voeding van zijn vee en bevolking zelf voor een heel groot deel is aangewezen op het buitenland.
De landbouw gebruikt in eigen land 1,6 miljoen hectare grond. Maar daarnaast legt ze beslag op 4,7 miljoen hectare grond in het buitenland. Die is met name nodig voor de teelt van gewassen die als veevoer gebruikt worden.
De publicatie komt op een saillant moment: ze valt vrijwel samen met de aankondiging van een scherper stikstofbeleid door het kabinet-Jetten. Vooral veehouderijen zullen daardoor minder intensief moeten gaan boeren, of worden uitgekocht.
De onderzoekers relativeren die Nederlandse positie. Nederland voert inderdaad veel landbouwproducten uit, maar een derde deel daarvan komt uit andere landen, wordt hier bewerkt, en verder verhandeld. En voor de productie van vlees in Nederland zelf zijn eerst enorme importen nodig.
De uitkomsten zijn wel een steun in de rug van de kabinetsplannen. „Het argument van voedselzekerheid wordt vaak ingezet om het huidige systeem in stand te houden”, zegt De Boer. „Maar uit ecologisch oogpunt is het onvermijdelijk dat we in Nederland minder vee gaan houden.”
bron: https://www.ad.nl/binnenland/beeld-dat-nederlandse-boeren-de-wereldbevolking-voeden-klopt-helemaal-niet~af6f6073/
dank voor je vernieuwende impulsen in de NATUUR Thomas van Slobbe, op een druidische wijze opkomend voor de Oer-Natuur!
De bedenker van de Lege Plek van Nederland was als vrijdenker de David Bowie van de natuurbeweging
Met zijn initiatief ‘bomen voor koeien’ kreeg Van Slobbe voor elkaar dat in weilanden tienduizenden schaduwgevende bomen werden geplant. Hij muntte het woord ‘vlechtheg’ om de vrijwel uitgestorven techniek van het vlechten van heggen nieuw leven in te blazen. Met ‘struinrecht’ bepleitte hij het recht om door bossen en velden te dwalen zonder voortdurend verbodsborden tegen te komen. Naar een idee van hem werd bij Alphen aan den Rijn een ‘Avatarbos’ aangelegd, geÏnspireerd op de gelijknamige film en gesponsord door Avatar-regisseur James Cameron.
In 2003 pleegde hij – zijn woorden – de perfecte misdaad. Op een onbekende plek in Nederland omsloot hij een stuk grond, zo groot als een paar achtertuinen, met een ondoordringbare heg van doornstruiken. Hij noemde het de Lege Plek van Nederland. ‘Een plek die van niemand is en waar geen mens iets over te zeggen heeft’, zei hij tegen de Volkskrant. Het was zijn antwoord op het aangeharkte en met regels en voorschriften volgehangen Nederlandse landschap.
bron: https://www.volkskrant.nl/mensen/de-bedenker-van-de-lege-plek-van-nederland-was-als-vrijdenker-de-david-bowie-van-de-natuurbeweging~b0145686/
"Van Slobbe, auteur van ecothrillers, publiceerde recent 'Handvest Antropoceen', een novelle over het verdwijnen van het begrip 'natuurlijk' uit het woordenboek. Het is het thema waarop zijn stichting wAarde zich nu richt. Van Slobbe ziet dat natuur steeds meer in de greep van techniek en maakbaarheid begint te komen. Hij spreekt van natuurvervaging."
Trouw, 21.8.2018
"Ooit was natuur vanzelfsprekend. Tot zijn spijt was natuurbescherming „veranderd in een talkshow waar voor- en tegenstanders elkaar met argumenten bevechten”
De natuur in waarde laten en haar eigen gang laten gaan was voor de eind mei overleden Van Slobbe essentieel. „Iemand wees mij er op dat de woorden vanzelfsprekend en natuurlijk van oudsher synoniemen zijn”, schreef hij in 20221in zijn essay Natuurvervaging. „Natuur was een vanzelfsprekendheid. Maar het feit dat natuur inmiddels bedacht, bestemd, beïnvloed is, maakt dat deze in het domein van meningen en verantwoordelijkheden wordt getrokken. Natuur is niet vanzelfsprekend meer.” In datzelfde boek beschreef hij hoe hij ooit, als proef op de som, een stukje grond wilde kopen met een boom erop „en deze boom vervolgens volledig te onteigenen door, in letterlijke zin, alle eigendomsrechten op te geven, zodat de grond met boom (als enige stukje natuur in Nederland) van helemaal niemand was: niet van een persoon of rechtspersoon, bedrijf, instantie of staat.” Het bleek niet mogelijk, omdat grond altijd eigendom van iets of iemand moet zijn.
bron: NRC, 4.6.2026






