vrijdag 5 augustus 2016

Het 17e eeuws oorlogschip de ‘Vlieghende Groene Draeck’ en het schipwezen

De ‘Vlieghende Groene Draeck’ was een middelgroot oorlogschip van de WIC vernoemd naar het vliegende fabeldier en beroemd door haar gebruik. Bij de bouw van het schip werd het fabeldier steeds meer verbonden  en uiteindelijk ingewijd bij de scheeps wijding en het verankerde zich op de voorplecht. Iets wat bij de Vikingdrakenschepen zichtbaar werd gemaakt door de drakenkop op de voorsteven.
De traditie om subtiele wezens te vernoemen naar krachtdieren is heel oud en past in de Friese scheepvaart tradities, die het weer gemeenschappelijk hadden van de noordelingen.
rotstekening

11e eeuw; tweezijdige drakenkop

Scheepsdoop
Het principe van de scheepsdoop of een soortgelijk ritueel bij de tewaterlating van een schip is al eeuwen oud, en komt reeds in veel oude culturen voor.
De oude Egyptenaren, Grieken en Romeinen riepen bijvoorbeeld hun goden, en dan met name de zeegoden, op om de bemanning van het schip te beschermen. In Griekenland dronk men bij de plechtigheid wijn als eerbetoon aan de goden, en goot water over het schip als teken van zegening. Er werden ook altaren meegenomen aan boord. Dit gebruik bleef tot in de middeleeuwen gebruikelijk. Ook de christenen en de joden gebruikten wijn en water bij de scheepsdoop wanneer ze aan God vroegen de bemanning te beschermen. In het Ottomaanse Rijk werden gebeden aan God opgezegd en schapen geofferd bij de scheepsdoop. Volgens sommige bronnen zouden de Vikingen zelfs mensenoffers hebben gebracht om de zeegoden gunstig te stemmen.
Hoewel het principe van de scheepsdoop tot in de middeleeuwen doorging, leek de reformatie er een tijdje een einde aan te maken. In de 17e eeuw bijvoorbeeld waren Britse scheepsdopen een seculiere zaak. Hoe de scheepsdoop van ‘Nederlandse’ oorlogsbodems plaatsvond is niet bekend (wie weet hier meer van?)
Hoewel wijn traditioneel gezien de drank is waarmee een scheepsdoop wordt voltrokken, zijn er ook andere dranken gebruikt. Voorbeelden hiervan zijn whisky en brandwijn. Het gebruik van champagne voor de scheepsdoop deed zijn intrede in de 19e eeuw.


Scheepsgegevens van de ‘Vlieghende Groene Draeck’
Het oorlogsschip werd in 1623 gebouwd voor  26 kanonnen en een bemanning van 125 personen met een laadvermogen 220 last in 1629: 150. Het schip is na acht jaar in 1631 verongelukt. Oorlogsschepen hadden geen lange gebruiksduur.

Kapiteins wisselden van schepen afhankelijk van hun geschiktheid en beschikbaarheid
Kapiteins van de Vliegende Groene Draak waren:
-1625 de eerste kapitein Jasper Liefhebber 
- 1628  Bartholomeus de Jongeboer te Hellevoetsluis
- 1629:  Piet Heyn/Maarten Harpertsz Tromp.

Piet Heyn' s graf
Het schip is mogelijk ook betrokken bij de verovering van de Zilvervloot – in het Spaans “Flota de la Plata”. De verovering van het kapitaal bracht Piet Heyn ware heldenverering, op massahysterie af. Tot zijn grote ergernis. Ter ere van de WIC en Holland werden zijn daden uit en te na geromantiseerd. Na zijn terugkeer in Holland nam Heyn ontslag bij de WIC en trad in maart 1629 in dienst van de Staten van Holland. Prins Frederik Hendrik en de Staten zagen in hem dé man om de Duinkerker kapers (met Spaanse kaperbrieven) aan te pakken, die dicht bij huis de Hollandse koopvaardij- en vissersschepen veel schade berokkenden.
Op 29 mei 1629 vertrok hij met een eskader uit Hellevoetsluis, met zijn schip de Vliegende Groene Draak, tegen de Duinkerker Kapers. Die bleken zich echter nog niet op zee te bevinden.
Op 17 juni onderschepte hij echter drie Oostender kaperschepen. Zoals zijn gewoonte was schoof hij zijn schip tussen twee kaperschepen in, toevallig die van de admiraal en viceadmiraal van de Oostendse vloot, om ze beiden tegelijkertijd de volle laag te geven. In dit geval liep het slecht af. Een achtpondskogel raakte hem na een half uur in de linkerschouder en hij was op slag dood. Dat het gevecht niet verloren ging, maar de Nederlandse vloot toch succes opleverde was te danken aan de vlaggenkapitein van het admiraalsschip, Maarten Harpertsz Tromp. Deze zou later uitgroeien tot een belangrijk admiraal. Maar alle drie de kaperschepen werden genomen en de bemanningen ervan werden op last van Tromp ter plekke opgehangen.


Scheepsgraf
Op 2 november 1631  verongelukte het schip bij het uitzeilen van de Wielingen. De Wielingen is de zuidelijke hoofdgeul die naar de Westerschelde voerden Deze verloopt niet ver van de Vlaamse kust, ongeveer van Wenduine tot Breskens behoorde mogelijk tot de eigen wateren.

De subtiele draak die verankerd zat aan de voorplecht leefde nog bij het schip en is nu bevrijd.


Doorleving van dit roemrijke schip
De Groene Draeck is het privéjacht van prinses Beatrix, genoemd naar het oorlogsschip uit 1623, de Vlieghende Groene Draeck dat onder andere het vlaggenschip was van Piet Hein, met als kapitein vaak Maarten Tromp. Het huidige jacht bevat een mastschild met houtsnijwerk waarop het originele schip is afgebeeld.

De Groene Draeck is een lemsteraak die in 1957 werd gebouwd in de scheepsbouwhal van De Amsterdamse Scheepswerf G. de Vries Lentsch Jr. te Amsterdam. Tegenwoordig ligt het jacht in de haven van Muiden.

Het schip heeft nog een heuse subtiele groene draak op de voorplecht en op het roer is een draak afgebeeld.















Andere vliegende draken schepen
Vliegende Draak (1627)
(ook Vliegende Draeck en Vliegende Draek)
Scheepstype
Jacht
Bouw
gebouwd in 1627 voor de Kamer van Enkhuizen op een werf in Enkhuizen
Gebruikt
in gebruik bij de VOC vanaf 1627 tot 23/10/1627
Laadvermogen
160 last (320 ton)

Vragen:
- waar is het schip gebouwd
- is een afbeelding van dit schip bekend?
- en is het scheepsgraf gelokaliseerd en onderzocht

de Gulden Draak van Gent
Volgens de legende sierde de vergulde draak de voorsteven van het schip waarmee de Noorse koning Sigrid Magnusson in 1111 op kruistocht voer. Hij schonk het beeld aan de keizer van Constantinopel (het huidige Istanboel) om het op de koepel van de Aya Sophia te plaatsen. Een kleine honderd jaar later liet de Vlaamse graaf Boudewijn IX het pronkstuk overbrengen naar onze gewesten waar de Noorse draak uiteindelijk in handen viel van de Bruggelingen. Na de slag op het Beverhoutsveld in 1382 haalden de Gentenaars de draak als oorlogsbuit binnen en plaatsten die op het Belfort. Het Belfort was de plaats waar de gemeentelijke charters bewaard werden. De draak moest deze beschermen en stond tevens symbool voor de vrijheid en de macht van de stad.
Bij een dergelijk imposant symbool dat al meer dan 6 eeuwen standhoudt, hoort een al minstens even indrukwekkend bier. Zoals de draak aan de top van de stad prijkt, behoort Gulden Draak al jaren tot de wereldtop van de bieren. 

 Bronnen; internet en eigen waarnemingen

Momentaan ben ik op onderzoektour langs de Zuiderzee eilanden. Op de dagexcursie in augustus zal ook centraal staan het schipwezen. Wil je mee laat het me weten.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten