zaterdag 10 oktober 2026

een WorkMan-story van een academisch vuilnisman met ook een aanklacht tegen het overconsumisme

 ...."de jaarlijkse mondiale productie van afval bedraagt meer dan 2.000.000.000 ton en zal doorgroeien tot 3,4 miljard in 2050, schrijft Paré-Poupart. Zelfs in de ruimte wemelt het al van het afval; zo’n 10.000 ton draait in een baan om de aarde. Deze uiterst sombere cijfers verbindt de auteur aan een kritiek op onze mondiale economie."



„De vuilnisophaler is de Sisyphus van de consumptiemaatschappij: een arme drommel die veroordeeld is tot het verwerken van zakken, van plek naar plek, dag in, dag uit, mee met de onafzienbare stroom afval die we produceren. Als hij de last niet zou dragen, zou alles instorten.”

Simon Paré-Poupart: Afval! Het leven van een vuilnisman. Vert. Joris Vermeulen, De Bezige Bij, 157 blz.

De Canadees Simon Paré-Poupart (41), die sociologie studeerde maar voor het vak van vuilnisman koos, schreef er een prachtig verhaal over. Niet alleen beschrijft hij in Afval! het kwetsbare bestaan van een vuilnisophaler, eveneens zoomt hij met een sociologische blik in op de verstrekkende gevolgen van ons consumentisme. 

Een vuilnisman die gesprekken voert met een vuilniszak en een kapotte fles. Simon Paré-Poupart, voormalig journalist en vuilnisophaler, zag het tijdens zijn werk gebeuren. Een situatie die hem vooral deed denken aan een scène uit Les Misérables. Het gedrag van deze Michel (bijnaam Spandex vanwege zijn strakke wielerbroekje) vond hij eigenlijk wel begrijpelijk. Misschien is het fijner om tegen vuilnis te praten dan tegen een mens. Want, zo citeert hij Victor Hugo: „Wat voor de hoop vuil pleit is dat deze niets bedrieglijks heeft.” Voor Michel heeft een vuilnisbak geen geheimen meer, schrijft Paré-Poupart, sterker nog, afval heeft ons iets te zeggen.

 „Alle derrie die de samenleving produceert is ontdaan van valse hoop zodra die is afgedankt. Dan wordt het sinistere gezicht van alles wat voorbij is zichtbaar.”

Onze samenlevingen, geobsedeerd door vooruitgang, brengen door de constante toename van spullen ook steeds meer buitenstaanders en derrie voort. „De gemondialiseerde economie bezwijkt onder het menselijke afval, want slaagt er niet in om het te recyclen of uit de weg te ruimen”, schrijft Paré-Poupart. Degenen die hiervoor opdraaien zijn volgens hem ‘afvalmensen’: „De kinderen van de sloppenwijken, de migranten (…) die wegteren in kampen aan de grenzen van rijke landen, de vieze, groezelige types, verslaafden, hordes improductieve lieden, kanslozen en al degenen die in de optiek van de kapitalisten geen toegevoegde waarde hebben.”

Hij voelt zich thuis in deze maffe biotoop vol rafelrandjes. „Ik hou van dat wildwestsfeertje in de vuilniswereld”, schrijft hij. „Ik hou van de vage scheidslijn tussen schoon en vies. Ik hou van de vrolijke zooi onder vuilnisophalers. Ik hou ervan dat we in zekere zin wetteloos zijn, enigszins hopeloos.”

https://www.nrc.nl/nieuws/2026/10/07/wat-de-vuilnisman-ziet-alle-derrie-van-de-samenleving-ontdaan-van-valse-hoop-a4938218

wat electriciteits transitie doet met de Noordzee? Deze kustzee krijgt een klap van de zeewindmolen parken!



 

Windmolens op zee, ten noorden van de Groningse Eemshaven.
— Foto Kadir van Lohuizen | Noor

‘Groots, complex en niet ongevaarlijk’: Kadir van Lohuizen fotografeerde de energietransitie in de Noordzee

Nieuwe energie Voor zijn project Nieuwe Energie – onderdeel van Document Nederland, de jaarlijkse foto-opdracht van het Rijksmuseum – onderzocht fotograaf en filmmaker Kadir van Lohuizen hoe de energietransitie in en om de Noordzee er uitziet. Alles in de foto’s ademt groot, groter, grootst. „Dat was wel een uitdaging: hoe laat ik die schaal zien?”

Kadir van Lohuizen, Nieuwe Energie, t/m 17 januari in het Rijksmuseum Amsterdam. Het boek New Energy – The energy transition on and around the North Seaverschijnt in november bij Lannoo Uitgevers. Vanaf 7 januari zendt de VPRO de vierdelige documentaireserie Nieuwe Energie uit. 

https://www.nrc.nl/nieuws/2026/10/09/groots-complex-en-niet-ongevaarlijk-kadir-van-lohuizen-fotografeerde-de-energietransitie-in-de-noordzee-a4938521



Geomantische nadelen van deze vermolendiging van de Noordzee

De kuststroken raken hun levengevende Natuursferen kwijt daar de aetherisch geladen zeewinden en zeevelden niet meer de kuststrook en het achterland instromen. Deze schonende Lucht- en ZEEwatersferen worden door de parken afgestoten en komen niet meer aan land. 
De kust elementale -opbouwende-wezens trekken zich terug en achterblijft een leeg levensloze strandzone. 
Dit fenomeen trof ik al enkele jaren aan bij de westkust van Egmond, Den  Haag, Groet en Den Helder en mogelijk ook op Schiermonnikoog dat me al enige tijd niet meer trekt. 

 De strandzone als elementare -afbrekende krachten- vuilnisbelt van honden en mensenafval. Geen prettig verschijnsel van wat ik eens de meest Heilige Zone van Nederland noemde: de kustzone die in haar tegendeel komt gelijk vele krachtplaatsen......

Het goede nieuws is dat met Bewustzijn er veel is aan te passen, maar wie heeft daar nog interesse in?







vrijdag 9 oktober 2026

snel als afleiding

 

Bram, m'n boomverzorger in recente actie in de 150 jaar oude ES grensboom op m'n erf: je bevestigt je op 20 m hoogte  met een touw en vandaar kan je afzijlend alle dode hout wegnemen, gelijk in de spiritualiteit: als je hoog verbonden bent, kun je de dode astrale resten uit je systeem halen in verbondenheid


woensdag 7 oktober 2026

Waar!

 De Romeinse geschiedschrijver Tacitus zei ooit: 

‘De waarheid wordt krachtiger dankzij onderzoek en reflectie; de leugen door haast en twijfel.’ 

donderdag 1 oktober 2026

Henk Helmantel, een unieke spirituele schilder

 Voor Henk Helmantel (81), door zijn gedetailleerde stillevens al een paar decennia een van de bekendste schilders van Nederland, is het niet te scheiden. „Het is niet zo dat ik een asperge pak en denk: hiermee wil ik laten zien dat de schepping mooi en groot is”, vertelt hij een paar weken voordat zijn nieuwe expositie in het Museum Catharijneconvent opent, waarin zijn relatie met het geloof centraal staat.

Allereerst is hij schilder, „een intense kijker”, het gaat hem erom „de schoonheid van alledaagse voorwerpen” vast te leggen die hij om zich heen ziet. Maar juist dit kijken, dit echt goede kijken, past voor Helmantel bij zijn gereformeerde geloof. Het gaat om de houding die erachter zit, zegt hij, een bewustzijn „van de rijkdom van de schepping, die ik aan God toedicht”.


De zeventiende-eeuwse stillevens zijn vaak vol, die van hem juist eenvoudig. Misschien is het wel iets typisch Gronings, zegt hij: in Groningen heeft het landschap iets eenvoudigs, het land en de lucht als twee duidelijke vlakken, en dan ligt er in het midden een dorp en verderop nog een.

bron: https://www.nrc.nl/nieuws/2026/09/30/de-verstilde-wereld-van-henk-helmantel-een-succes-bij-het-publiek-niet-in-de-kunstwereld-a4937643

woensdag 30 september 2026

hum ontvang je wat je toe-komt, tot je komt....

 

"In sommige boeken vind je verschillende methodes om helderziend te worden: in een kristallen bol kijken of in een magische spiegel, bepaalde planten gebruiken, je laten hypnotiseren, etc. Al deze methodes zijn zeker effectief, maar zoals ik steeds heb benadrukt, ze zullen gevaarlijk voor je zijn als je ze gebruikt alvorens eerst aan de zuiverheid te hebben gewerkt. Jezus zei: “Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien” (Matteüs 5:8). Je kunt helderziend worden zonder aan zuiverheid te hebben gewerkt, maar dan zul je de goddelijke wereld niet zien. Je zult alles zien wat beter ongezien kan blijven: de rampen die ophanden zijn, de misdaden die in het geheim worden beraamd, de ellende, de duistere en kwaadaardige entiteiten die onder de mensen rondgaan. Met andere woorden, je zult alleen kunnen zien wat zich op het niveau bevindt dat je zelf bereikt hebt, of iets meer dan dat. Daarom is voor het verkrijgen van ware helderziendheid, een blik in de goddelijke wereld, het ontwikkelen van spirituele liefde en zuiverheid in jezelf de beste methode." Omraam Mikhaël Aïvanhov

donderdag 24 september 2026

al wetende en niet handelende mens verdient een creatieve update: handelen leren!

 Linda Steg, hoogleraar omgevingspsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Kennis is daar geen belangrijke voorspeller van”, zegt ze. „Het verhogen van kennis leidt over het algemeen niet tot meer duurzaam gedrag.” Barrières voor duurzaam handelen zijn talrijk, zegt ze. Ze kunnen economisch zijn, of bijvoorbeeld politiek.

woensdag 23 september 2026

fijn om op het land te wonen tussen bepalende gifspuitende boeren met 𝐂 𝐅 𝟑 𝐂 𝐎 𝐎 𝐇.

TFA: onverwoestbaar, niet afbreekbaar, supersterk zuur, ultrakort en wateroplosbaar, kleurloos

in het water en bodem een langzame killer


 Bericht uit Oostenrijk over dit landbouwgif


Forscher sorgen sich um Ewigkeitschemikalie im Grundwasser

In einer neuen Studie weisen Wissenschaftler in Österreich eine stark steigende Konzentration von Trifluoressigsäure nach. Die Substanz beeinflusst auch die Fruchtbarkeit.
Befund: In Österreichs Grundwasser findet sich immer mehr Trifluoressigsäure, kurz TFA. Das ist eine giftige Substanz, die nur sehr schwer abgebaut werden kann. Forscher haben steigende TFA-Konzentrationen an mehreren Orten nachgewiesen. Im Schnitt habe sich die Menge verdoppelt, an einer Messtelle sogar verdreifacht. Basis der Auswertung waren offizielle Daten des österreichischen Landwirtschaftsministeriums. Die Wissenschaftler gehen davon aus, dass der Anstieg mit dem Einsatz von Pflanzenschutzmitteln zusammenhängt. Die Studie muss aber noch unabhängig überprüft werden.
Chemikalie: TFA gehört zu den sogenannten Ewigkeitschemikalien (PFAS). Es löst sich gut in Wasser und ist extrem mobil. Das heißt, es verbreitet sich schnell in der Umwelt. In der Natur wird TFA nicht abgebaut, sondern reichert sich immer weiter an. Während andere Ewigkeitschemikalien an Sediment oder Bodenpartikel haften, passiert TFA jeden Filter. Deshalb landet es irgendwann zwangsläufig im Trinkwasser.
Gefahr: Erst im August hat die Europäische Lebensmittelbehörde die Menge an TFA, die ein Mensch täglich maximal aufnehmen sollte, gesenkt. Um Gesundheitsschäden zu vermeiden, solle ein Wert von 0,014 Milligramm pro Kilogramm Körpergewicht nicht überschritten werden. Damit liegt der Richtwert um den Faktor 3,5 niedriger als zuvor. Noch im Frühjahr hatte die Europäische Chemikalienagentur TFA als eine Substanz eingestuft, die die Fruchtbarkeit beeinträchtigt und Kinder im Mutterleib schädigt. Dass die Konzentrationen nur in Österreich steigen, ist unwahrscheinlich. Dänemark hat bereits im Sommer 2025 nachgesteuert und bestimmte Pflanzenschutzmittel verboten.
FAZ, 23.9.2026
Hoe in Nederland
TFA is Zeer mobiel en persistent: Omdat de molecule zo klein is en extreem goed oplost in water, filteren reguliere waterzuiveringssystemen het bijna niet uit het water. Het verspreidt zich daardoor snel via het grond- en oppervlaktewater (zoals in de Rijn en de Maas).
 Het Europees Chemicaliënagentschap (ECHA) heeft TFA officieel geclassificeerd als schadelijk voor de voortplanting. In Nederland geldt vanuit het RIVM een indicatieve drinkwaterrichtwaarde van 2,2 µg/l om de inname via kraanwater binnen veilige grenzen te houden. Er gaan in de politiek en vanuit milieuorganisaties (zoals PAN Netherlands) sterke stemmen op om het gebruik van de stoffen die TFA vormen, snel aan de bron te verbieden.
Van de sectoren die TFA binnen Nederland veroorzaken, is de landbouwsector de absolute koploper en de grootste bekende bron. Boeren gebruiken jaarlijks honderdduizenden kilo's aan PFAS-houdende gewasbeschermingsmiddelen (in 2024 was dit 456.000 kilo aan pesticiden). Minimaal 11 procent hiervan breekt in de bodem af tot pure TFA. Dit maakt de landbouw de grootste directe veroorzaker op Nederlandse bodem.
De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT, rapportage 2026) luidde noodklokken omdat er jaarlijks alleen al door het gebruik van PFAS-pesticiden in de Nederlandse landbouw naar schatting 21.000 kilo TFA in het milieu
In de Nederlandse landbouw wordt TFA zelf niet als los product op de akkers gespoten. Het ontstaat als stabiel afbraakproduct (metaboliet) van tientallen verschillende pesticiden (herbiciden, fungiciden en insecticiden) die fluorverbindingen (PFAS) bevatten. 
Wanneer boeren hun gewassen beschermen met deze specifieke middelen, breken de actieve stoffen in de bodem langzaam af, waarbij de uiterst hardnekkige stof TFA vrijkomt en in de bodem en het grondwater spoelt. 
Deze middelen worden in Nederland met name gebruikt binnen de volgende takken van de landbouw:Volgens gegevens van toezichthouders en het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) worden deze PFAS-pesticiden vooral ingezet bij: 
  • Akkerbouw (Aardappelen en Suikerbieten): Dit is de grootste sector waar deze middelen worden toegepast. Ze dienen hier voornamelijk als fungiciden (schimmelbestrijders) om hardnekkige ziektes zoals phytophthora (aardappelziekte) te onderdrukken. 
  • Fruitteelt en Boomgaarden: In de grootschalige teelt van onder andere appels en peren worden deze middelen gebruikt tegen schimmels en insecten. Provinciaal grondwateronderzoek laat in deze gebieden vaak verhoogde TFA-concentraties zien. 
  • Vollegrondsgroenten (Uien, Bladgroenten en Kool): Hiertegen worden specifieke middelen ingezet om onkruid en plagen te beheersen. 
  • Graanteelt: Bepaalde typen onkruidverdelgers in de graanbouw bevatten actieve PFAS-stoffen. 
2. De specifieke stoffen en middelen
Er zijn tientallen middelen op de Nederlandse markt die TFA veroorzaken. Het Ctgb is momenteel bezig met een grote, tussentijdse herbeoordeling van 46 gewasbeschermingsmiddelen die gebaseerd zijn op zes specifieke TFA-vormende werkzame stoffen: 
  1. Fluazinam: Een zeer veelgebruikte schimmelbestrijder in de aardappelteelt. De verkoop hiervan is de afgelopen jaren explosief gestegen tot honderdduizenden kilo's per jaar.
  2. Fluopyram: Een veelgebruikt middel tegen schimmels en aaltjes in onder andere de aardappel-, bieten- en fruitsector.
  3. Diflufenican: Vooral gebruikt als herbicide (onkruidverdelger) bij de teelt van granen.
  4. Mefentrifluconazol: Een relatief nieuwe schimmelbestrijder ingezet in granen en suikerbieten.
  5. Tau-fluvalinaat: Een insecticide (insectenbestrijder).
  6. Fluazifop-P-butyl: Een herbicide dat specifiek grassen bestrijdt in breedbladige gewassen. 
Samenvattend
Het gebruik concentreert zich dus voornamelijk in de conventionele akkerbouw (vooral aardappelen en bieten) en de fruitteelt. Omdat de maatschappelijke bezorgdheid over TFA in het drinkwater toeneemt, onderzoekt Wageningen University & Research (WUR) momenteel versneld alternatieve bestrijdingsmethoden om het gebruik van deze specifieke chemische stoffen in de landbouw versneld af te bouwen of aan te scherpen. 
Bron: CharGPT

maandag 21 september 2026

sjamanen daar en toen in het Oosten

 Ausstellung zu SChamanen

:
In die Geisterwelt und wieder zurück

FAZ
Begleiter in die jenseitige Welt: Die Geisterfigur aus Holz, Glas, Leder und Pflanzenfaser entstand im 19. Jahrhundert bei den sibirischen Nanai für den Gebrauch des Schamanen.
Begleiter in die jenseitige Welt: Die Geisterfigur aus Holz, Glas, Leder und Pflanzenfaser entstand im 19. Jahrhundert bei den sibirischen Nanai für den Gebrauch des Schamanen.Michelle Striegel/rem

Was sind eigentlich Schamanen? Eine Ausstellung in Mannheim versucht das zu ergründen. Und greift dafür auf die reiche sibirische Sammlung der Reiss-Engelhorn-Museen zurück.

Als der neue Lehrling Krabat zum ersten Mal die Osternacht auf der gespenstischen Mühle in der Lausitz erlebt, nimmt ihn sein Freund Tonda mit. Die Knappen sollen jeweils in Paaren irgendwo draußen an einer Stelle übernachten, an der ein Mensch ums Leben gekommen ist. Tonda macht ein Feuer an, sie reden. Irgendwann wird er immer einsilbiger, dann reagiert er auf nichts mehr und sitzt wie erstarrt bei der Glut. Viel später erfährt Krabat, dass der Freund währenddessen aus seinem Körper hinausgegangen ist, unsichtbar, aber hellwach für alles, was ihn umgibt. Vor der Morgendämmerung kehrt Tonda in seinen Leib zurück. Krabat lernt das auch.

Wie soll man das nennen, was die Mühlknappen, zugleich Zauberlehrlinge, in Otfried Preußlers Roman „Krabat“ erleben? Mancher würde von Schamanismus sprechen und hätte gute Argumente dafür. Denn traditionell gehört zu den damit verknüpften Vorstellungen das zeitweilige Verlassen des Körpers, der leblos zurückbleibt, während sich der Schamane auf eine Reise begibt: Begleitet von Hilfsgeistern, versucht er, in anderen Welten Auskünfte darüber zu erhalten, wie etwa Probleme der Gemeinschaft zu lösen wären, der er angehört, oder Krankheiten einzelner Mitglieder zu heilen.

Wer der Meeresgöttin die Haare kämmt

Oder der Schamane sorgt für reiche Jagdbeute: Der Arktisforscher Knud Rasmussen berichtet von einer Erzählung der grönländischen Inuit, nach der ein Schamane auf einer solchen Reise in die Tiefen des Polarmeers gelangt sei, um der Meeresgöttin die Haare zu kämmen und sie günstig zu stimmen, damit es den Inuit künftig nicht an Robben und Fisch mangelt.

Hut mit Geweih der Nanai aus Stoff, Glasperlen, Haut, Farbmittel, Sehne und Knochen, 19. Jahrhundert
Hut mit Geweih der Nanai aus Stoff, Glasperlen, Haut, Farbmittel, Sehne und Knochen, 19. JahrhundertCarolin Breckle/rem

In Mannheims Reiss-Engelhorn-Museen findet nun eine Ausstellung statt, die sich dem Schamanentum widmet, eingegrenzt auf das immer noch ungeheure Gebiet Sibiriens, aber mit knappen Ausblicken auf andere Ethnien. Für diese Konzentration gibt es zwei Gründe: Einmal ist der Schamanismus durch Forschungsreisende in Nord- und Nordostasien früh und besonders gut dokumentiert, zum anderen verfügt die Mannheimer Sammlung über reiche ethnologische Bestände aus Sibirien, die aus dem Nachlass des Malers Gabriel von Max (1840 bis 1915) stammen.

Der allergrößte Teil der jetzt gezeigten Exponate geht auf seine Sammlung zurück, aus der die Kuratoren wiederum Lebenszeugnisse dreier sibirischer Völker ausgewählt haben: der Tschuktschen im äußersten Nordosten, der südlich von ihnen am Pazifik lebenden Korjaken und der Nanai (oder Hezhen), die im Amur-Gebiet beiderseits der russisch-chinesischen Grenze zu Hause sind.

Wer hat ihnen nur das alte Gewehr verkauft?

Darauf stimmen schon vor dem Eingang zur Ausstellung drei gezeichnete Vertreter dieser Ethnien ein. Das weist noch auf den naheliegenden Befund hin, dass Schamanismus als Phänomen nicht unabhängig von der jeweiligen Kultur derer, die ihn praktizieren, gesehen werden kann und deshalb regional sehr unterschiedlich ausgeprägt ist.

So stehen hier die mit ausufernden Ornamenten manchmal bis in den letzten Winkel geschmückten Kleidungsstücke und Schuhe der Nanai neben etwas schlichterem Werkzeug der anderen, ein Mantel aus Fischhaut der Nanai neben einem aus Tierdarm der Tschuktschen, entstanden auf einer Insel in der Beringsee und offenbar durch Handel zu seinen letzten sibirischen Besitzern gekommen. Auch Jagdwaffen wie eine Vogelschleuder, eine Hermelinfalle oder gar ein irgendwie erworbenes und wenig vertrauenerweckendes Gewehr erzeugen Konturen eines Bildes vom Überleben unter sibirischen Bedingungen.

Tierfigur der Korjaken aus Walrosselfenbein von Kamtschatka, 19. Jahrhundert
Tierfigur der Korjaken aus Walrosselfenbein von Kamtschatka, 19. JahrhundertMaria Schumann/rem

Die Vorstellung der drei Ethnien geschieht in einer ersten Abteilung der Ausstellung, die aber lediglich durch Stellwände mit breiten Durchlässen unterteilt ist. Alles gehört zusammen, die allgemeine Kultur und der Schamanismus im Speziellen, die Zeugnisse der sibirischen Ethnien und die anderer Völker, deren schamanistische Praktiken in einem letzten Teil der Schau in den Blick genommen werden, die Gegenstände aus dem 19. Jahrhundert, die Gabriel von Max ankaufte, und diejenigen, die sich dem Neoschamanismus unserer Zeit verdanken.

Die körperlose Reise

Tatsächlich zeugt die Ausstellung von einigem Kulturtransfer zwischen den Ethnien, etwa bei importierten Essstäbchen oder einem besonders schönen Exponat, einer Ledertasche der Nanai, die mit eingetauschter chinesischer Seide geschmückt ist. Ihre Farben sind verblichen, wie die vieler anderer Stücke, dafür geizen die Ausstellungsgestalter nicht mit Farbakzenten an den Wänden.

Die mit Amuletten verzierte Kinderwiege der Nanai aus Holz, Rinde und Fischhaut soll fragile Seelen im Körper zurückhalten.
Die mit Amuletten verzierte Kinderwiege der Nanai aus Holz, Rinde und Fischhaut soll fragile Seelen im Körper zurückhalten.Michelle Striegel/rem

Was aber von alldem gehört spezifisch zum Schamanentum? Voraussetzung für die damit verbundenen Praktiken, allem voran die körperlose Reise, ist die Trance, in die sich der Schamane versetzt. Dafür stehen hier einige hinreißend schöne Trommeln, darunter ein Exemplar aus Nordnorwegen, aber auch ein Gürtel aus Leder und Eisenschellen wiederum der Nanai, der die Bewegungen seines Besitzers akustisch untermalt. Eine Geweihkappe aus bemaltem Leder war bis vor Kurzem noch in der Schamanin-Ausstellung in Halle zu sehen, ein anderes Exponat ist noch dort, eine von mehreren Holzfiguren, die für die Geister stehen, die eine solche körperlose Reise begleiten. Auch kleine Tierfiguren aus Holz oder Walfischknochen können diesem Zweck gedient haben.

Solche Helfergeister wurden durchaus gebraucht, etwa um Kinderseelen in ihren Körpern zu halten, mit denen sie, so die Vorstellung, anfangs nur lose verbunden sind – in Mannheim ist eine hölzerne Wiege zu sehen, die deshalb mit Amuletten versehen ist. Sich dieser Geister zu bedienen, war Teil der schamanistischen Ausbildung, die mit einer Initiation endete. Diese Laufbahn war kein Ergebnis einer persönlichen Entscheidung, sondern einer Berufung, der man sich nicht gut entziehen konnte.

Schamanen Sibiriens – Zwischen den Welten. Reiss-Engelhorn-Museen, Mannheim; bis 27. Juni 2026. Der reichhaltige Katalog kostet 27 Euro.