Uit het verre verleden zijn tot in onze tijd voorwerpen, verschijnselen en gebruiken overgebleven die om verklaring en duiding vragen. Napjesstenen? Witte wieven? Ferburgen Fryslân (Verborgen Friesland) van schrijver Willem Schoorstra (1959, Ternaard) is een lijvig boek over het verborgen oude Friesland, geschreven in het Fries en het Engels.
De Engelse vertaling, Hidden Frisia, suggereert dat er ook internationaal belangstelling voor dit onderwerp is. In de tijd rond 700 na Christus, toen Friesland veel groter was dan nu, begonnen de Friese zeelanden bij het Zwin in het huidige België en eindigden ze bij de Weser. Geschiedschrijving, maar vooral archeologie heeft over die tijd veel kennis opgeleverd. Schoorstra behandelt allerlei archeologische vondsten uit dat grote gebied, volkskundige overleveringen en landschapselementen over een periode van wel drieduizend jaar.
Het gaat over oude bekenden, zoals de witte wieven en de opgehangen man van Hatsum. En over steenkisten, grafheuvels en nieuwere vondsten zoals de houten idolen, gevonden bij plankierpaden in het veen bij Dokkum. Maar ook over voorkristelijke heilige plaatsen in Friesland, napjesstenen, huismerken en 'poppestiennen' (kinderstenen), offers, cultusplaatsen, groene mannetjes en lijkpaden. Ook komen enkele oude kerken aan bod, zoals die van Harkstede in Groningen, Jannum en Kimswerd.
De aantrekkingskracht van het boek zit hem in het feit dat de lezer zelf op zoek kan gaan naar de overblijfselen uit het verre verleden: allerlei sporen uit oude tijden zijn nog gewoon te vinden in het veld als je er oog voor hebt. En anders wel in musea. Schoorstra's zoektocht gaat nog wekelijks door, gezien de foto’s en verslagen op zijn Facebookpagina. De schrijver stelt dat deze sporen getuigen van het verborgen Friesland; een Friesland dat tegenwoordig ondersneeuwt door toeristische clichés over skûtsjesilen, beerenburg en de Elfstedentocht.
Offer voor de gemeenschap
De opgehangen man van Hatsum slaat op een skelet van een lange, nog niet zo oude man met een misvormde schedel en een leren strop om de nek. Het skelet werd in 1920 bij Hatsum gevonden. Was deze man (het skelet wordt soms tentoongesteld), gestorven in 3 na Christus, iemand die de doodstraf kreeg of ging het om een offer? Voor een antwoord te rade gaat Schoorstra te rade bij Engels archeologisch onderzoek naar de bog people (veenlijken) uit ongeveer dezelfde tijd.
De opgehangen man van Hatsum slaat op een skelet van een lange, nog niet zo oude man met een misvormde schedel en een leren strop om de nek. Het skelet werd in 1920 bij Hatsum gevonden. Was deze man (het skelet wordt soms tentoongesteld), gestorven in 3 na Christus, iemand die de doodstraf kreeg of ging het om een offer? Voor een antwoord te rade gaat Schoorstra te rade bij Engels archeologisch onderzoek naar de bog people (veenlijken) uit ongeveer dezelfde tijd.
Natuurlijk wijst hij op het bekende veenlijk uit het Drents Museum, het meisje van Yde, van wiens gezicht een fraaie reconstructie is gemaakt. De veenlijken die door archeologe Miranda Aldhouse-Green werden onderzocht, laten mensen zien met fysieke afwijkingen, zoals een verkromming in de ruggengraat. Dat waren bijzondere mensen die blijkbaar uitverkoren waren om geofferd te worden, is haar hypothese. Bij de opgehangen man en het meisje van Yde was dat ook zo, stelt Schoorstra. Deze doden hadden ook misvormingen en hun overlijden – het offer – had een religieuze betekenis voor de gemeenschap.
In dit soort hoofdstukken is Schoorstra op zijn best, wanneer hij overeenkomsten laat zien uit onderzoek naar verschijnselen uit dezelfde periode, maar uit verschillende gebieden en culturen. Symbolen hebben dan een universele oorsprong of bron. Een ander onderwerp zijn de bewerkte granieten stenen, zoals de zonnesteen uit het Duitse Horsten en de napjesstenen: stenen met een kuiltje erin die overal worden gevonden.
Bij zonnestenen is om het kuiltje een cirkelvormig labyrint in de steen aangebracht. Zulke afbeeldingen worden verbonden met zonnesymboliek, maar ook met sjamanisme. Dichter bij huis hebben we de Laurentiuskerk van Kimswerd met zijn 'groene mannetje', een kop met bladeren. Schoorstra noemt een actuele studie over het bladmasker, die met een voor de hand liggende bijbelse verklaring komt. Zelf lijkt hij meer te geloven in een verband met de Noordse religie en Odin.
Magische wereld
Waar heeft Schoorstra zijn kennis van de materie opgedaan? Hij heeft zich enorm ingelezen, de lange literatuurlijst achter in het boek getuigt daarvan. Aan alles is te merken dat hij bijvoorbeeld een studie als De ondergang van de magische wereld van de Engelse mentaliteitshistoricus Keith Thomas en inzichten uit de culturele antropologie met vrucht heeft gebruikt.
Waar heeft Schoorstra zijn kennis van de materie opgedaan? Hij heeft zich enorm ingelezen, de lange literatuurlijst achter in het boek getuigt daarvan. Aan alles is te merken dat hij bijvoorbeeld een studie als De ondergang van de magische wereld van de Engelse mentaliteitshistoricus Keith Thomas en inzichten uit de culturele antropologie met vrucht heeft gebruikt.
Wat echter ontbreekt, is een notenapparaat. Sommige verhalen zijn puur speculatief. Neem de napjesstenen die voor een bepaalde vrouweningang van een kerk liggen. Dat zou kunnen wijzen op het aanhoudende gebruik van napjesstenen als vruchtbaarheidssymbool. Zonder noot kan ik niet controleren waar die kennis vandaan komt. Uit nauwkeurig archeologisch onderzoek, overlevering, of is het louter projectie? Hadden vrouwen in de middeleeuwen nog napjesstenen nodig, terwijl de katholieke kerk talloze vrouwelijke heiligen beschikbaar had voor dat doel?
Schoorstra behandelt een groot aantal fascinerende verschijnselen en zoekt vaak de nuance. Toch zijn er mensen die volledig van hun stuk kunnen raken door deze stof. Zelfs types die een universitaire studie hebben gedaan. Zij kunnen in gevaarlijk ideologisch drijfzand belanden. Als je het boek van F.E. Farwerck over Noordeuropese mysteriën en hun sporen tot heden leest, moet je weten wat de politieke achtergrond van die schrijver was, want zonder een behoorlijke historische achtergrond kun je de inhoud van zo’n boek niet goed beoordelen. Wat mij betreft had Schoorstra dan ook een extra hoofdstuk aan dit boek mogen toevoegen, namelijk over de recente studies van Arnold Carmiggelt en Oebele Vries (die niet in de literatuurlijst zijn opgenomen).
Witte wieven
Witte wieven – om maar één onderwerp te noemen – lijken een onschuldig onderwerp. Maar hoe het geloof daarin volledig kan ontsporen, laat Oebele Vries zien in zijn boek In ekstremist út Westergeast. Jan Bartele Vries, syn libbensgong, syn tinkwrâld (2023). Sommige universitair opgeleide wetenschappers, zoals de geoloog en archeoloog Assien Bohmers (1912-1988), werden mede door de invloed van nazi-ideologen zoals Herman Wirth meegesleurd in het Ahnenerbe-avontuur.
Witte wieven – om maar één onderwerp te noemen – lijken een onschuldig onderwerp. Maar hoe het geloof daarin volledig kan ontsporen, laat Oebele Vries zien in zijn boek In ekstremist út Westergeast. Jan Bartele Vries, syn libbensgong, syn tinkwrâld (2023). Sommige universitair opgeleide wetenschappers, zoals de geoloog en archeoloog Assien Bohmers (1912-1988), werden mede door de invloed van nazi-ideologen zoals Herman Wirth meegesleurd in het Ahnenerbe-avontuur.
Arnold Carmiggelt laat in zijn biografie Geheimzinnigheid is zijn fort uit 2019 zien dat Bohmers mogelijk geen nazi was. Maar een waardevrije wetenschapsbeoefenaar was hij ook niet. Wie geïnteresseerd is in de onderwerpen die Schoorstra aankaart in zijn nieuwste boek, moet beslist ook die boeken van Oebele Vries and Arnold Carmiggelt lezen.
Willem Schoorstra heeft zich gewaagd aan een onderwerp vol valkuilen. Maar hij schrijft daar op een leesbare, prettige manier over, zodat je als lezer tevreden achterblijft.
zie ook https://www.facebook.com/reel/885899096501652


Geen opmerkingen:
Een reactie posten