donderdag 28 november 2019

Consumentisme ten koste van wat.. koop minder


"Jaarlijks exporteert China voor 39 miljard euro naar Nederland (andersom: 11 miljard). Daarbij springen sectoren als toestellen voor telecommunicatie (8,8 miljard) of kleding (2,4) eruit."


"Dat het Chinese communisme dood en verderf zaait zodra het met religies wordt geconfronteerd, weten we sinds de invasie en kolonisatie van Tibet in 1950. De meeste van de ongeveer 2700 boeddhistische kloosters werden toen met de grond gelijk gemaakt of gesloten. In 1962 waren er nog 75 over. De onderdrukking was beestachtig en iedere opstand werd (tot 2008) wreed neergeslagen."

om maar niet te spreken van wat ze nog meer uithalen met minderheden


woensdag 27 november 2019

Duurzame aktie


Duurzame energie kost wat energie en inzet
niet zomaar 'de kraan openzetten'
hier Canadese actie in Schirnding voor het houtvuur voor over drie winters!

dinsdag 26 november 2019

het is ons gegeven

People are praised for their qualities of wisdom, intelligence, fairness, kindness or generosity. But they did not create these qualities; they received them through entities that have been given by God the task of manifesting his infinite wealth. Of course, they have to make an effort themselves to receive what the entities have to give them. They have to apply themselves to deserve to possess these qualities – but that is all; they cannot do any more.
Humans are mistaken when they imagine that what they possess originates with them, that they created it. In reality, they only have the ability to receive these gifts, and when they have received them they must try to increase them and become conductors for them, in other words allow others to benefit from them too. 

Omraam Mikhael Aivanhov

Imagefilm Fichtelgebirge - Freiraum für Macher


„Bei uns geht's a bisserl anders zu ..." mit diesen Worten führt Hauptdarsteller "Werner" die Zuschauer in den neuen #freiraumfürmacher-Imagefilm für das Fichtelgebirge ein. Was er damit genau meint, seht Ihr hier.
zie:


Natuurvolkeren hebben het nog steeds zwaar in Papua


Missionaris Frans Lieshout arriveerde voor het eerst in Nederlands-Nieuw-Guinea, zoals het gebied toen nog heette, in het voorjaar van 1963, kort voordat Nederland de kolonie overdroeg aan Indonesië.

zo ging dat de 'christianisering' in de 20ste eeuw in wat eens 'ons land' was.....

Lieshout ging, na een inwerkperiode, op 29-jarige leeftijd aan de slag op een afgelegen missiepost in de Baliemvallei in het Papuase bergland. Die vallei was pas in 1938 'ontdekt' door een Amerikaanse onderzoeker, die er bij toeval met een vliegtuig overheen vloog. De jonge pater kwam er terecht in een vruchtbaar oerwoudgebied vol kleine nederzettingen met ronde hutten, waar een oorlogszuchtige stam woonde, die vermoedelijk eeuwenlang geen contact had gehad met de buitenwereld. Overal in de vallei stonden slanke hoge torens, die dienden als uitkijkposten. Bewoners hielden daarmee in de gaten of er leden van een vijandige clan aankwamen.

"Het was heel, heel primitief, met veel stammenoorlogen", vertelt Lieshout. "Maar die gevechten verliepen over het algemeen heel geordend. Het werd niet zomaar oorlog. Dat werd opgezet. Het doel was ook nooit om de vijand te verpletteren, maar om weer evenwicht te krijgen."

"Er was bijvoorbeeld iets gestolen, een vrouw of een varken, en iemand was daar boos over. Als die dan met pijl-en-boog begon te schieten en iemand aan de andere kant werd dodelijk getroffen door een pijl, dan was het oorlog. Maar als er dan aan de overzijde ook iemand was gedood, hielden ze een vreugdedans en dan was het afgelopen. Dan was de balans hersteld. Het was hun gewelddadige manier om conflicten op te lossen. Je moet begrijpen: er was in die gemeenschappen geen politie."
Lieshout stortte zich in zijn beginjaren enthousiast op het leren van de lokale taal en spande zich in om te worden aanvaard door de bevolking. Samen met de andere missionarissen en bewoners van de streek bouwde hij bruggen en schooltjes, en legde stukjes weg aan. Ook verleende hij basale medische hulp. Hij lacht: "Je deed soms dingen die je hier Nederland nooit zou mogen doen. Ik ben bijvoorbeeld ook vroedvrouw geweest, of hoe moet je dat noemen, vroedman, hahaha. En ik gaf injecties, onder meer tegen framboesia, een infectieziekte. Met penicilline kon je daar wonderen verrichten en zo werd dat ook echt ervaren door de mensen."

"Als we op vakantie waren geweest in Nederland, namen we vaak ook allerlei zaden mee. En we brachten kippen mee. Dat vonden ze prachtig, want die veren konden ze in hun haar steken."

Soms waren er pijnlijke teleurstellingen. Zoals toen zich een zonsverduistering voordeed, waardoor het overdag donker werd. De dorpelingen werden doodsbang en gingen bij elkaar zitten om te bespreken wat er aan de hand was. Ze kwamen tot de conclusie dat ze met de bouw van scholen tegen de tradities van de voorouders waren ingegaan. "Er werden toen een heleboel schooltjes in de fik gestoken en er werd een onderwijzer vermoord. Maar dat was geen criminaliteit, dat was gewoon zelfverdediging van de gemeenschap."

Lieshout merkte vanaf het begin hoe de spanning zich opbouwde tussen de Papoea's en de nieuwe machthebbers. Volgens hem voelen veel Papoea's zich niet thuis in Indonesië, omdat ze een ander volk zijn, overwegend christelijk, met een andere cultuur. Tegelijk zag hij hoe Indonesiërs vaak neerkijken op de Papoea's en hen behandelen als wilden, als weinig meer dan apen of honden.

Zo begonnen de strijdkrachten in 1971 'Operatie Peniskoker', om de bevolking te 'Indonesiseren'. De militairen probeerden de Papoea's daarbij aan te zetten hun traditionele peniskokers te verwisselen voor westerse kleren en in moderne, vierhoekige huizen te gaan wonen.

Uitingen van de Papoea-cultuur, zoals bepaalde dansen en liederen, werden verboden, en Indonesiërs van elders werden overgebracht naar Papua om de bevolkingssamenstelling te veranderen. Wie het waagde de Morgenster, de Papoea-vlag, te hijsen, riskeerde een lange celstraf, of erger.

Het versterkte allemaal de onvrede onder de Papoea's en in 1977 brak een opstand uit, onder leiding van de Organisatie voor een Vrij Papua (OPM). De Papoea-rebellen vochten slechts met beperkte wapens, waaronder speren en pijl-en-boog, tegen militairen met helikopters, gevechtsvliegtuigen en raketten. Hele Papoea-dorpen werden plat gebombardeerd. In de decennia daarna volgden meer opstanden, die telkens weer hard de kop in werden gedrukt.

"De Indonesiërs kwamen vanaf het begin als rovers binnen, met een militair gezicht, als bezettingsmacht. En dat zijn ze nog steeds. Indonesië heeft nog altijd een enorme troepenmacht in Papua."

Bron:  Trouw  https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/802/articles/1030283/22/1