maandag 18 november 2024

Modern Dwaallicht in Strondland; een frauderende boer?

 

ussen stikstof en stankoverlast: IDFA-film ‘De Gloeiige’ van Erik van Lieshout schetst het Brabantse platteland als permanente veenbrand

INTERVIEW
IDFA ‘De Gloeiige’ (The Fen-fire) van Erik van Lieshout belooft een van de meest spraakmakende nieuwe Nederlandse films op het IDFA te worden. Hij keerde ervoor terug naar de boerenstreek waar hij opgroeide: „Boeren voelen zich klemgezet tussen het ene en het andere bestemmingsplan.”

Als je alle mest die in Deurne wordt geproduceerd in vrachtwagens zou laden, zou er een file van Deurne tot Den Helder staan. Dat rekent Maria Berkers van de Deurnese actiegroep Stop de Stank ons voor in The Fen-fire, de nieuwe film van Erik van Lieshout (1968). De kunstenaar-filmmaker-interventionist is een geëngageerde provocateur die in zijn werk zowel zichzelf als de wereld met speels plezier op de hak neemt. De Gloeiige, zoals de Nederlandse titel luidt, beleeft deze week z’n wereldpremière op het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA). Het belooft nu al een van de meest spraakmakende films van de toch al tamelijk tegendraadse Envision-competitie te worden.

In De Gloeiige keert Van Lieshout terug naar zijn geboortestreek de Deurnese Peel, waar eeuwenlang turf werd gestoken en die vanaf het einde van de achttiende eeuw inzet werd van talloze landhervormingen en bestemmingsplannen. Het is een braakland van de hoofdpijndossiers van de landelijke politiek: industriële veeteelt, agrokapitalisme, stikstofcrisis, importarbeid en asielzoekers. „Boeren en bewoners voelen zich klemgezet tussen het ene en het andere bestemmingsplan.’’

Still uit De Gloeiige van Erik van Lieshout.

Konijnenfokkerij

„Ik was er gisteren nog’’, vertelt Van Lieshout aan de telefoon. „Boer Harry Arts bij wie ik op het erf werk, heeft geen vergunning gekregen voor zijn konijnenfokkerij en is nu zijn huis aan het afbreken. De dakpannen zijn er al af. Niemand in de streek krijgt nog vergunningen. Op de weg van Deurne naar het Limburgse Ysselsteyn zijn al twintig stoppers.” Van Lieshout is hier voorlopig nog niet klaar. Een vervolg van zijn film- en kunstproject staat in de planning.

Ruim twee jaar geleden besloot hij in De Peel onderzoek te gaan doen naar de vraag: van wie is het land? Van de bewoners? De boeren? De overheid? Of van de natuur zelf? Met steun van het Noordbrabants Museum werkte hij zijn plannen uit. Behalve de film leverde dat ook een aantal prikkelende kunstprojecten en ludieke interventies in de openbare ruimte op, van rozenkransen van leeggeblazen eieren, of een wandelperformance met een reusachtig paasei op zijn rug, tot zandtapijten in verlaten schuren en als pièce de résistance een metershoog hooikonijn. Dat laatste verwijst natuurlijk naar de hooibalen die boeren langs de kant van de weg in brand staken als protest tegen het stikstofbeleid.

Van Lieshout begon zijn onderzoek in 2022, maar zijn film is onverminderd actueel. Deze week diende de rechtszaak die Greenpeace tegen de overheid had aangespannen om haar gebrekkige stikstofbeleid. Een dag eerder had landbouwminister Femke Wiersma (BBB) in de Tweede Kamer moeten toegeven dat ingrijpende maatregelen toch noodzakelijk zullen zijn.

Ik ben echt geboeid door hun levens, ook al zijn het bijna allemaal PVV-stemmer

Scheppingsproces

In zijn eerdere film WERK (2015) gunde Van Lieshout de toeschouwer ook al een kijkje in zijn creatieve scheppingsproces en een blik achter de schermen van de Biënnale van Venetië en de Hermitage in St. Petersburg; in Bier (2019) onderzocht hij zijn gemengde gevoelens over de ontvangst van de Heinekenprijs voor de Kunst: kun je als kunstenaar nog wel politiek kritisch zijn als je geld ontvangt van een multinational?

De Gloeiige borduurt op deze aanpak voort: „Kunst kan echt heel veel losmaken waar journalisten op dichte deuren sluiten”, zegt Van Lieshout.

De methode Van Lieshout is ontwapenend: rondbanjeren en onbevangen vragen stellen. En bijna iedereen wordt betrokken bij de bouw van zijn tijdelijke installaties en kunstprojecten. „Sommige mensen zien mij daardoor als hun spreekbuis, maar dat ben ik natuurlijk niet’’, aldus Van Lieshout. „Die boeren zijn heel gesloten, ik kom daar vandaan en spreek hun taal.”

Gecombineerd met zijn ontregelde werkwijze maakt de nabijheid bij de boeren de film uniek: boze boeren in het journaal zijn inmiddels gewoon geworden, maar hier zien we de geleefde ervaring. Van Lieshout: „Natuurlijk moet je opletten dat ze je niet voor hun karretje spannen. Maar ik ben echt geboeid door hun levens, ook al zijn het bijna allemaal PVV-stemmers. En ik vind het belangrijk om ook echt naar hen te luisteren. Dan zeg ik: ‘Ik kom niet verder met mijn film, kun je me helpen?’ Maar de volgende dag zijn ze weer zo gesloten als een mossel.”

De titel verwijst naar een lokale mythe: „Het betekent eigenlijk dwaallicht. Maar wie dat dwaallicht nu is? Ik?” Van Lieshout lacht. „Ik dacht even dat het Harry Arts was, de dierenarts annex konijnenfokker, die de grootse supporter van de film is, hoewel zijn plan met die konijnen dubieus is. Maar er zit in zijn huis ook echt een dwaallicht.”

Volgens de mythe was het dwaallicht een boer die gefraudeerd had met grenspalen en daarom gedoemd was om tot het einde der tijden ’s nachts door drassige moerassen te dolen. Met een beetje fantasie kun je daar natuurlijk ook een hedendaagse verwijzing in zien naar boeren die met hun mestboekhouding sjoemelen. Van Lieshout: „De enige manier voor de ‘gloeiige’ om uit zijn zwervend bestaan verlost te worden, was door het verrichten van een goede daad.”

maandag 11 november 2024

Witte walvis Hvalidimir was geen Russische spion, maar werd ingezet als ‘bewaker’

 

Witte walvis Hvalidimir was geen Russische spion, maar werd ingezet als ‘bewaker’

Westerse veiligheidsdiensten wisten het vrijwel zeker: de witte walvis die vijf jaar geleden werd gespot in de ijskoude wateren rond Noorwegen, was een Russische spion. Op het harnas dat hij droeg, stonden de woorden ‘Uitrusting Sint-Petersburg’. Na uitgebreid onderzoek blijkt dat de eerder dit jaar gestorven walvis vermoedelijk geen spion, maar een bewaker van onderwaterobjecten was.

zondag 10 november 2024

hoe is het met het westerse boeddhisme?


Het Aziatische boeddhisme mediteerde een stuk minder dan het westerse


Het boeddhisme is in trek, zeker in het Westen – maar wat is het eigenlijk? Een religie, een vorm van psychologische wetenschap, een meditatiepraktijk?

Hoogleraar Aziatische talen en culturen Paul van der Velde, een bekend auteur over boeddhisme, geeft stof tot denken – en soms antwoorden – op al die vragen in dit beknopte, heldere boekje. Aan bod komen leven en leer (dharma) van de historische Boeddha, het scholastieke ‘kleine voertuig’ (hinayana) en het meer volkse, ‘grote’ (mahayana), theoretisch en in praktijk.

Leerzaam en prikkelend is vooral het slothoofdstuk over ‘modern boeddhisme’ en de verschillen met het klassiek-Aziatische. 


In uitwisseling met de golf van Europese en Amerikaanse belangstellenden sinds de negentiende (theosofie) en twintigste eeuw (de hippiecultuur) is een nieuwe variant ontstaan die wel het navayana wordt genoemd, het ‘nieuwe voertuig’.(zie onder)

Kenmerkend voor dat moderne boeddhisme is dat het „zwaar gepsychologiseerd” is en meditatie veel belangrijker vindt dan gebruikelijk was in Aziatische culturen, waar rituelen een grote rol speelden. Ook ziet hij een „vermenselijking” van de Boeddha, die traditioneel een bovenmenselijke status kent, en nadruk op boeddhistisch atheïsme.

Dat laatste is een misverstand, onderstreept Van der Velde, het boeddhisme ziet verlossing weliswaar niet als versmelting met iets goddelijks, maar kent wel degelijk een veelheid aan geesten, goden, hel en hemel. Alleen: ook de goden gaan een keer dood.

Van der Velde relativeert ook een aantal andere gemeenplaatsen, zoals het idee dat het boeddhisme de kastensamenleving verwerpt (dat gold alleen in het kloosterleven) of dat het boeddhisme wars is van geweld. Tal van oorlogen werden gevoerd met goedkeuring van boeddhistische geestelijken. Verschillende dalai lama’s in Tibet maakten zich schuldig aan grof geweld. In Myanmar wordt de haat tegen de Rohingya’s aangeblazen door een boeddhistische monnik.

Tekenend is dit verschil: moderne boeddhisten zijn vooral geïnteresseerd in geluk, mindfulness of verlichting in het hier en nu. Dat ligt in Azië „beduidend anders”, aldus Van der Velde, daar zijn „de meeste boeddhisten bezig door het opbouwen van positief karma een beter leven te verkrijgen na de dood”. Zoeken naar geluk in dit leven is immers ook een vorm van streven en hechten. Op hun beurt houden moderne boeddhisten soms vol dat hun sobere, puur op meditatie gerichte versie van het boeddhisme de bedoelingen van de Boeddha beter benadert dan de populaire religie die Aziatische culturen ervan hebben gemaakt. Een overtuiging die vooral ingegeven lijkt door de moderne afkeer van collectieve religie.

Van der Velde stelt dit alles nuchter vast, zonder te oordelen. Het boeddhisme heeft een „open einde”. Het opnieuw ontdekken en interpreteren van de dharma „zal nog lang doorgaan”, meent hij – zoals de boeddhistische overlevering zelf al wist.


https://www.nrc.nl/nieuws/2024/11/06/het-aziatische-boeddhisme-mediteerde-een-stuk-minder-dan-het-westerse-a4872059?utm_source=SIM&utm_medium=email&utm_campaign=nieuwsbrieven&utm_content=&utm_term=20241110

Navayāna (Devanagari: नवयान, IAST: Navayāna, meaning "New Vehicle"), otherwise known as Navayāna Buddhism, refers to the modern re-interpretation of Buddhism founded and developed by the Indian jurist, social reformer, and scholar B. R. Ambedkar; it is otherwise called Neo-Buddhism and Ambedkarite Buddhism.

Navayana rejects practices and precepts such as renouncing monk and monasticism, karma, rebirth in afterlife, samsara, meditation, enlightenment and Four Noble Truths considered to be foundational in the Buddhist traditions.