Streep door paasvuur Erica van De Mammoet. ‘Zo gaat een traditie van duizenden jaren oud verloren’
De gemeente Emmen geeft geen toestemming voor het paasvuur van De Mammoet in Erica. Barry Gepken van de stichting is des duivels. „Zo gaat een traditie van duizenden jaren oud verloren.”
De voorbereidingen voor het paasvuur verliepen dit jaar al moeizaam. Omdat Pasen laat valt dit jaar, kon De Mammoet moeilijk een plekvinden voor de paasbult. Veel boeren hebben hun land dan al ingezaaid, waardoor de locatie van vorig jaar afviel. „Uiteindelijk wilde een jonge boer ons wel tegemoetkomen. Die vindt net als ons de culturele traditie belangrijk. Daarom zou hij later inzaaien”, zegt Gepken.
Stikstofberekening
Maar voor de nieuwe plek moesten nog wel een stikstofberekening en een ecologisch onderzoek plaatsvinden. „In allerijl hebben we nog wat weten te regelen. Maar net toen het stikstofonderzoek afgerond was, kregen we een telefoontje van de gemeente dat het allemaal niet meer hoeft. Want Erica had al een paasvuur. Dat is op De Peel, liefst zes kilometer verderop. Een kleintje, net zoals dat vroeger ging. Hartstikke mooi, laat dat duidelijk zijn. Maar wij worden nu de dupe omdat De Peel toevallig onder Erica valt. De gemeente wil het ook niet hebben op het boerenland dat wij op het oog hadden.”
Dat stuk grond grenst aan land van Gepken, waar het in 2019 misging met het paasvuur. Door een vonkenregen dreigde het vuur toen namelijk over te slaan naar een bomenrij en enkele nabijgelegen vakantiehuisjes. Door een waterscherm op te trekken wist de brandweer dit te voorkomen.
Stuk opschuiven
Gepken: „Het gekke is dat wij dit jaar verder van huizen zouden zitten dan vorig jaar. En het stuk land is groot. Dus als de gemeente liever ziet dat we nog enkele honderden meter opschuiven, dan is dat mogelijk. Maar nu worden alle deuren dichtgegooid.”
Gepken zegt brieven te hebben gestuurd naar de provincie en de gedeputeerde om hen te bewegen alsnog een vergunning af te geven. „Wij komen met De Mammoet belangeloos op voor immaterieel erfgoed. Normaal gesproken trekken we met onze mammoet (levensgroot en op wielen, red) het dorp door richting de paasbult, maar we zitten nu al plannen te smeden om in plaats daarvan naar Den Haag te lopen. De wijzen komen immers uit het oosten. Ze moeten ook in Den Haag gaan inzien dat het zo niet langer kan.”
Geen nieuwe locaties erbij
De gemeente Emmen laat weten dat er inderdaad geen vergunning wordt verleend voor dit paasvuur. De huidige werkwijze in Drenthe is om bestaande paasvuren door te laten gaan waar mogelijk, maar er komen geen nieuwe locaties bij. Wat ook heeft meegespeeld is ‘de beoogde locatie in combinatie met ervaringen uit het verleden in deze omgeving’, reageert de gemeente. De aanvraag is daarnaast te laat gestart. ‘Wij snappen dat deze organisator teleurgesteld is en hebben aangeboden om in gesprek te gaan.
Commentaar: de krantenkop is tamelijk opruiend want de betreffende locatie is nieuw en vanouds werden de paasvuren op vaste locaties gedaan, waar het vuur nog wordt getolereerd. We leven wel in een samenleving waar open houtvuur wordt teruggedrongen in huis (houtkachels), en tuin/erf (verbranden van hout).
Door Ben van Raaij, Fotografie en video Nicola Zolin
Joshimath zinkt weg, al decennia, maar steeds sneller, met centimeters per jaar. Het is het gevolg van ondoordachte ontwikkeling in een ecologisch fragiel berggebied dat door de klimaatverandering steeds kwetsbaarder wordt. De stad van 20 duizend inwoners is gebouwd op de eindmorene van een lang geleden verdwenen gletsjer. Die stapel rotsen en keien wordt door de druk van de uitdijende bebouwing en de toenemende regenval steeds instabieler.
De inwoners zelf zien nog andere boosdoeners: de grote bouwprojecten die zich rond Joshimath afspelen. Zoals de aanleg van een nieuwe weg die de bereikbaarheid van de naburige tempelstad Badrinath moet vergroten, en waarvoor hele bergen worden opgeblazen. En de bouw van een waterkrachtcentrale bij Tapovan verderop in het dal, waarvoor een 12 km lange tunnel wordt gegraven die dwars onder Joshimath doorloopt en waarbij vitale onderaardse wateraders zijn geraakt.
Marcia Bjornerud | Geoloog Mensen merken het niet op, maar stenen zijn voortdurend in beweging, alsof ze leven. „Ze kunnen verweren, plooien, verschuiven…”
Toch klinkt, steeds sterker, ook een tegengeluid. Bergen, rivieren, zeeën krijgen rechten toebedeeld; het gezaghebbende IPBES-rapport van de Verenigde Naties benadrukt dat de mens niet uitsluitend van de natuur moet leven maar ook met de natuur, in de natuur en zelfs als de natuur. In andere woorden: het wordt tijd dat we onze relatie met de aarde gelijkwaardig maken.
In de wetenschappelijke wereld is een van de grootste doodzonden het animisme – het beschrijven van inerte entiteiten als gletsjers en bergen alsof het levende wezens zijn. En toch viel het op Spitsbergen niet te ontkennen dat dit grimmige landschap leefde – dat gesteenten en water, ijs en lucht voortdurend met elkaar in gesprek waren.
Een van de voorvechters van die omwenteling is de Amerikaanse hoogleraar en schrijfster Marcia Bjornerud. Als structureel geoloog onderzoekt ze aardbevingen en het ontstaan van bergen; ze deed veldwerk in onder meer Canada, Nieuw-Zeeland en Noorwegen. Haar vakgebied staat bekend als keiharde bèta-wetenschap. Natuurkundige formules, strike-slip faults, de schaal van Richter – dát is volgens structureel geologen de taal van de stenen.
Uitzicht van de Lenana Peak van Mount Kenya, de op een na hoogste berg van Afrika.Foto Luis Tato/AFP
„Rock is, in mijn ogen, geen zelfstandig naamwoord maar een werkwoord”, zegt ze in een videogesprek vanuit haar werkkamer aan de Lawrence University in Wisconsin. „Gesteenten zijn voortdurend in beweging. Ze kunnen verweren, plooien, verschuiven… Bergen groeien en eroderen. Soms gaat het zo traag dat wij het niet merken, maar het landschap beweegt. En in die zin is het levend. Om die reden houd ik ook niet van verzamelen. Het haalt stenen uit hun context, het maakt ze star, bewegingsloos. Terwijl stenen juist allesbehalve inert zijn.”
In tegenstelling tot flamingo’s of mangrovebossen hebben de meeste stenen een levensverwachting van tientallen tot honderden miljoenen jaren, waarbij ze zich in wisselende contexten bevinden. In tegenstelling tot hun reputatie zijn ze niet ongevoelig en onbewogen, maar afgestemd op hun omgeving en veranderen ze hun uiterlijk dienovereenkomstig.
In haar boeken pleit Bjornerud voor timefulness: bewustwording van de grotere geologische tijdschaal. „Tegenwoordig is alles gericht op mindfulness, op in het nu leven. Maar juist ook het besef dat je bent ingebed in de geologische tijd kan een gevoel van verbondenheid geven: je bent deel van een groter geheel, van een planeet die constant aan verandering onderhevig is, en draagt daar ook verantwoording voor. Voor de gezondheid van het individu is mindfulness wellicht gezond, maar voor de gezondheid van de planeet is juist timefulness onontbeerlijk.”
In haar nieuwste boek vervlecht Bjornerud kennis over verschillende gesteentesoorten met verhalen over veldwerk en haar persoonlijke leven. „Op die manier wilde ik het dichter bij de lezer brengen. Geologie wordt nog te vaak gezien als een abstract, afstandelijk vakgebied – op school wordt er nauwelijks aandacht aan besteed, er heerst een enorme geo-ongeletterdheid. We leren de taal van het landschap niet lezen, we kennen de geschiedenis van de stenen niet, we lopen op aarde rond als een stel slechte toeristen.
„Zelfs van de streek waar ze zijn opgegroeid weten de meeste mensen vrijwel niets. Terwijl de bodem zó bepalend kan zijn voor je persoonlijke geschiedenis. In Wisconsin bijvoorbeeld, waar ik ook ben opgegroeid, was de zandgrond en de daaraan gekoppelde houtindustrie bijvoorbeeld enorm bepalend voor de verschillen tussen arm en rijk. In die zin kun je geologie en sociologie niet los van elkaar zien.”
Terwijl ik me de schoolbus voorstel die de heuvels op en af tuft, besef ik hoe wij allemaal – onze families, de boerderijen en ons stadje – net als het land, volledig door het zand zijn gevormd. Het definieerde de topografie, bepaalde de samenstelling van de bossen, dicteerde waar huizen konden worden gebouwd en waar waterputten konden worden geslagen, welke gewassen er konden worden verbouwd, wie rijk werd en wie in de schulden terechtkwam.
Het uitgangspunt van Lovelocks ooit controversiële idee is nu mainstream: er is geen heldere grens tussen de levende en niet-levende componenten van het aardsysteem. Overal op aarde, op elke ruimtelijke en temporele schaal, staan gesteenten, water, lucht en leven nauw met elkaar in verbinding.
Een andere wetenschapper met wie ze zich verbonden voelt is de Amerikaanse ecoloog Aldo Leopold (1887-1948) die net als zij woonde en werkte in Wisconsin. „In 1949 bracht hij zijn beroemde Sand county almanac [recent vertaald als Het jaar rond op de zandgronden] uit, waarin hij benadrukt dat we moeten leren denken als een berg. Op de dag dat we de aarde zien als een gemeenschap waartoe we behoren, zegt hij, zullen we misschien met liefde en respect met haar omgaan. Dat kan ik alleen maar onderschrijven.”
Het idee van een levende aarde is dus zeker niet nieuw, benadrukt Bjornerud. „En gelukkig begint het besef dat we er zuinig op moeten zijn eindelijk beetje bij beetje in te dalen, ook bij geologen. Vroeger werden er bijvoorbeeld te pas en te onpas splinters steen van miljoenen jaren oude rotsen afgehamerd. Tegenwoordig zijn geologen respectvoller.”