Raad voor Volksgezondheid waarschuwt: ‘Nederland op weg naar een zieke samenleving door overdiagnostiek’
Door een ‘explosie’ aan screenings, tests en diagnoses maakt Nederland zichzelf ziek. Daarvoor waarschuwt de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving in een hard rapport over de keerzijde van de eindeloze mogelijkheden in de zorg. De ontwikkeling wordt niet zelden aangejaagd door commerciële belangen en influencers. ,,Straks staat iedereen als ziek of bijna ziek te boek.’’
AD Ellen van Gaalen
Scans, bloedonderzoeken, echo’s, zelftests, bevolkingsonderzoeken, ‘total body scans’. De rij met tests en screenings om een diagnose te kunnen stellen, wordt snel langer. Technisch is er steeds meer mogelijk om uit te zoeken of iemand iets onder de leden heeft.
Daar maken patiënten én artsen gretig gebruik van, constateert de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving in een uitgebreid rapport dat dinsdag verschijnt. Wie de grafiek van het aantal MRI-scans sinds 1990 bekijkt, ziet bijvoorbeeld een steil stijgende curve. De raad noemt dat een voorbeeld van diagnose-expansie.
Dat we met zijn allen fors meer testen en onderzoeken heeft een keerzijde, waarschuwt voorzitter Jet Bussemaker. ,,Als we niet uitkijken, zijn we straks juist allemaal ziek.” Immers, hoe meer we testen, hoe meer problemen er worden gevonden. Zelfs als mensen niet eens klachten ervaren. ,,Niemand is 100 procent gezond. Op een scan is, als je goed zoekt, altijd iets te vinden”, aldus Bussemak
Onderzoek naar nadelen
Over de nadelen van onze ‘diagnose-expansie’ gaat het echter nauwelijks. Negentig procent van de wetenschappelijke onderzoeken naar screenings is gericht op de positieve kant ervan. Slechts in tien procent van de onderzoeken is aandacht voor de keerzijde.
Alleen al bij de bevolkingsonderzoeken naar bijvoorbeeld borst- en darmkanker belanden eindeloos veel mensen in de medische molen door een vals positieve uitslag. Bij borstkanker is meer dan 70 procent van de verwijzingen na screening vals alarm. Bussemaker: ,,Dat brengt enorm veel stress en onzekerheid met zich mee. Je kunt er zelfs klachten van krijgen. Daar is veel te weinig oog voor.”
Daarmee zegt ze niet dat niemand meer moet meedoen aan bevolkingsonderzoeken, haast Bussemaker zich te zeggen. ,,Het is een aanmoediging om kritisch te blijven kijken.” En bovendien met elkaar te discussiëren over hoe zwaar we die negatieve kant laten meewegen. Waarom zouden we een bevolkingsonderzoek voor longkanker opstarten zonder flink te investeren om te voorkomen dat mensen gaan roken? ,,Het heeft meer zin om te voorkomen dat mensen ziek worden dan te screenen of iemand al ziek is.”
Medische zelftesten
De techniek begint ons tegen te werken, constateert de Raad. Als er meer mogelijkheden zijn, willen mensen die benutten. Het is te zien in de opmars van medische zelftests. Drogisten verkopen steeds meer kits waarmee consumenten bijvoorbeeld kunnen testen of ze een blaasontsteking hebben, hoe hoog hun stresshormoon cortisol is en of ze in de overgang zitten. ,,We denken dat ons leven en onze gezondheid maakbaar zijn. Als we niet uitkijken, gaat technologie bepalen wat we als wel en niet ziek ervaren.”
Daarbij spelen commerciële belangen een grote rol, bijvoorbeeld van influencers die geld krijgen als ze zo’n zelftest aanprijzen. Of van aanbieders van total body scans die geld verdienen met het scannen van mensen.
Maar ook artsen en fondsen die aan bekendheid van bepaalde aandoeningen werken, duwen de zorg richting meer diagnoses. De Raad ziet hoe definities voor ziektes steeds verder worden opgerekt. Soms ten goede: zo krijgen meer mensen cholesterolverlagers, omdat bekend is dat sneller een risico op hart- en vaatziekten ontstaat. Maar soms speelt het overdiagnose in de hand.
Vroeg alzheimer
Zo zijn er onderzoeken naar vroege kenmerken van de ziekte van Alzheimer, waardoor mensen in de toekomst pre-alzheimer kunnen krijgen. ,,Wat heb je aan zo’n diagnose als je die niet kunt behandelen”, werpt Bussemaker op. Ook komt er meer aandacht voor prediabetes, een potentieel voorstadium van diabetes type 2. ,,Het is helemaal niet gezegd dat die mensen daadwerkelijk diabetes krijgen.”
De uitslagen van alle diagnostische tests leiden vaak tot allerlei vervolgonderzoeken. De zorgkosten lopen op en er ontstaan wachtlijsten. ,,Je ziet het bijvoorbeeld goed in de ggz. Mensen met een lichte zorgvraag kunnen daar vrij snel terecht, maar voor mensen met een zware vorm van autisme is geen plek”, illustreert Bussemaker.
Overigens ziet de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving het kritische rapport niet als verwijt naar zorgverleners en patiënten. Wel hoopt ze de discussie aan te wakkeren over nut en noodzaak van alle medische mogelijkheden. Bussemaker: ,,Natuurlijk kunnen de tests soms het verschil betekenen tussen leven en dood. Maar we moeten zoeken naar de balans om te voorkomen dat we straks alleen maar met ziekte bezig zijn.”
Eet geen eieren van hobbykippen meer om PFAS, adviseert RIVM
Mensen in heel Nederland zouden geen eieren van hobbykippen meer moeten eten. Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) kunnen mensen te veel PFAS binnenkrijgen als ze dat wel doen. Het instituut raadt aan om eieren in een winkel of op een markt te kopen.
AD. BinnenlandredactieLaatste update:12:37
Het RIVM heeft op zestig plekken in het hele land onderzochthoeveel PFAS mensen kunnen binnenkrijgenals ze eieren van hobbykippen eten. Op 31 plekken komen ze door het eten van minder dan één ei in de week al boven de limiet uit. Die locaties zijn verspreid over vrijwel alle provincies, van Noordoost-Groningen tot West-Zeeland en van Noordwest-Friesland tot Zuid-Limburg.
Op tien locaties in Nederland kunnen mensen maximaal één ei in de week eten en op vijf plekken maximaal twee eieren per week.
Verhoogde concentraties
De eieren zijn niet de enige manier waarop mensen PFAS binnenkrijgen, benadrukt het RIVM. De stoffen kunnen ook in andere voedingsmiddelen en drinkwater zitten. Maar de PFAS in eieren ‘komt daar bovenop’.
In Dordrecht en omgeving hadden mensen al het advies gekregen om geen eieren van hobbykippen te eten. Daar zijn verhoogde concentraties PFAS gemeten rond de chemische fabriek Chemours. In de buurt van Leeuwarden gold ook al zo’n advies. Kippen die water hebben gedronken uit de Jelsumer Feart en de Lytse Feart kunnen verhoogde concentraties PFOS hebben binnengekregen. PFOS is een vorm van PFAS.
Duizenden chemische stoffen
De afkorting PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) is een verzamelnaam voor duizenden chemische stoffen. Die worden onder meer gebruikt in regenkleding, pannen met een antiaanbaklaag, blusschuim, medische apparatuur en elektronica. Ze kunnen nauwelijks worden afgebroken en hopen daardoor op in de grond. De stoffen worden in verband gebracht met kanker, verhoogd cholesterol en voortplantingsproblemen.
NAV: Goed nieuws voor binnen-eierenboeren is: hun eieren zijn gezond! Dus buitenkippen ongezonde eieren en binnenkippen, gezond!
Op Arte in Duitsland was een zeer goede documentaire over Rudolf Steiner. Zelfs voor Steinerianen zat daar waar nieuws in: zijn sterven.. De film is razent populair en is nu op youtube te zien.
Was steckt hinter dem Mythos um den Begründer der Anthroposophie, Rudolf Steiner? Die Doku zeigt Steiners Lebensweg von den Anfängen in Wien, den Krisen in Weimar, den wilden Zeiten in der Berliner Bohème bis hin zum esoterischen Führer und geschäftigen Gründer, dessen Reformbewegung Tausende folgen. Rund hundert Jahre nach seinem Tod bleibt die Frage: Wer war Rudolf Steiner?
Vor rund hundert Jahren starb Rudolf Steiner, der Vater der Anthroposophie. Auf seinen Theorien basieren Waldorfschulen, Demeter-Landwirtschaft oder Naturkosmetik. Sie sorgen, ebenso wie die Person selbst, bis heute für Kontroversen. Doch wer war dieser Visionär und Firmengründer? Was prägte ihn und trieb ihn an? Die Dokumentation enthüllt Steiners Lebensweg, wie er sich vom armen Studenten in Wien zum Goethe-Herausgeber in Weimar hocharbeitet und in der Berliner Bohème um 1900 in eine wilde Kunst- und Literaturszene abtaucht. zwischen Tabakrauch und Cognac sympathisiert er dort zeitweilig sogar mit dem Anarchismus. Der selbst ernannte Hellseher findet in einem okkulten Zirkel ein Publikum, das wie gebannt an seinen Lippen hängt. Bald ist sein Erfolg nicht mehr aufzuhalten, seine Reformbewegung erhält regen Zulauf. Warum wird Steiner von den einen vergöttert und von anderen gehasst? Wie sieht die Staatsmacht einen Mann, der zur Jahrhundertwende Schule, Landwirtschaft, Kirche und Staat neu denkt? Akten in einem Geheimarchiv zeugen von seiner Vergangenheit, selbst im Ausland hat man Steiner im Blick. Obwohl er rassistische und antisemitische Aussagen tätigt, mit denen seine Anhänger damals wie heute konfrontiert werden, wird er selbst zur Zielscheibe rechtsnationaler Gewalt. Der Film zeigt wenig bekannte Facetten Steiners: akademisches Scheitern, pikante Beziehungsdramen, esoterische Erleuchtungen, aber auch seinen Sinn für Marketing und Unternehmertum. Rund 100 Jahre nach seinem Tod bleibt die Frage: Wer war Rudolf Steiner?
Dokumentarfilm von Anna Pflüger (D 2024, 90 Min)
De goeroe wenste een toren van 57 meter in natuurgebied, en dus komt-ie er, menen althans zijn volgelingen
Meru-directeur Caspar Jung toont een maquette van de nieuwe 57 meter hoge toren. Op de achtergrond het huis waar Maharishi Mahesh Yogi heeft gewoond.Roger Dohmen
Ruim veertig jaar verblijven de volgelingen van de Indiase goeroe Maharishi al in het Limburgse Vlodrop. Ze mediteren én bouwen er, midden in een natuurgebied. Zo is er die langgekoesterde wens van een toren van 57 meter. Maar die stuit op weerstand.
“En hier komt de toren”, zegt Caspar Jung enthousiast. De algemeen directeur van de Maharishi European Research University (Meru) geeft een rondleiding op de campus in Vlodrop, een groot terrein midden in Nationaal Park De Meinweg.
Hij is opgelucht dat de voorzieningenrechter vorige maand groen licht heeft gegeven voor de bouw. De vergunning was eerder al verleend, maar de lokale heemkundevereniging Roerstreek stapte naar de voorzieningenrechter om de bouw tegen te houden. Inzet: Meru zou ook een natuurvergunning moeten hebben om in een Natura 2000-gebied te mogen bouwen. De rechter oordeelde anders, en zo staat het licht toch weer op groen.
Jung is er blij mee. Aan tegenwerking is hij gewend. Met het plan om het klooster uit 1909 te slopen dat er oorspronkelijk stond, begon in 1997 een achttien jaar lang juridisch gevecht met lokale belangenverenigingen. Inmiddels staan er op die plek witte gebouwen en houten panden in Indiase stijl en wonen er tweehonderd mensen.
Nieuwbouw in een natuurgebied
Ook het idee om een meditatiecentrum voor vrouwen te bouwen, is al jaren een hoofdpijndossier met bezwaarmakers. De argumenten zijn steeds, eigenlijk sinds Meru ruim veertig jaar geleden naar Vlodrop kwam: nieuwbouw hoort niet thuis in een natuurgebied, laat staan de drukte die zal ontstaan door meer bezoekers.Argumenten die ook tegen de komst van de toren worden gebruikt.The Tower of Invincibilitymoet 57 meter hoog worden, met op de top een planetarium. En op elke van de twaalf verdiepingen ruimte voor de kennis van de Indiase goeroe Maharishi Mahesh Yogi, laagdrempelig gepresenteerd.
De hoogte van 57 meter komt voort uit twaalf kennisgebieden, van economie tot landbouw, die de Maharishi wilde delen. Net als de spirituele reis die een bezoeker aflegt terwijl hij steeds weer hoger klimt. Jung: “Eigenlijk wilde Maharishi in elk land ter wereld zo’n toren”. In Vlodrop zou de derde toren van de Maharishi verrijzen, in India en Thailand lopen nu ook twee bouwprojecten.
The Beatles
De toren is van groot belang voor de beweging, in de jaren vijftig gestart door Maharishi, de grondlegger van de transcendente meditatie. The Beatles omarmden zijn meditatietechnieken, wereldwijd zijn er miljoenen volgelingen. “De toren is een manier om de buitenwereld te vertellen wie we zijn, wat we doen”, aldus Jung.
Daarnaast was het de uitdrukkelijke wens van de leermeester dat-ie er kwam. Maharishi overleed in 2008, na achttien jaar in Vlodrop te hebben gewoond. “Hij was niet blind, hij snapte dat we misschien wat mysterieus overkomen.”
En ook Jung snapt dat de buitenwereld soms wat huiverig is. “We brengen verandering. Maar als je ons leert kennen, zie je dat we met de goede dingen bezig zijn.” En de toren zou daarbij helpen. De doelgroep is groot: iedereen die geïnteresseerd is, van gezinnen tot bezinningstoeristen.
Toeristiscche trekpleister
De streefdatum voor de opening van de toren was 2028. Of die gehaald wordt? Jung krabt zich achter de oren. “Het zou nog steeds kunnen, maar het wordt krap.”
Want met de uitspraak van de rechtbank vorige maand is het verzet van de lokale heemkundevereniging heus niet verdwenen, volgens voorzitter Jack Geraedts. “Zeker niet”, klinkt het fel. “We kijken naar vervolgstappen.” Of dat een hoger beroep is, wil hij niet zeggen.
De toren hoort simpelweg niet thuis in een natuurgebied, vindt hij. Geraedts: “Meru noemt de toren zelf een toeristische trekpleister. Maar de toegangswegen naar het terrein zijn daar niet op berekend, en dan is er nog de stikstof die het verkeer en de bouw veroorzaken. Dat kan echt niet in een natuurgebied als De Meinweg.”
Wat gaat er mis met de koolmees? Iedereen met een nestkast kan helpen de opvallende sterfte te onderzoeken
Koolmeeskuikens in een nestkast.Getty
Er gaan opvallend veel koolmezen dood in nestkastjes. Onderzoeker Peter Lindenburg, die ook een dood meesje in zijn tuin vond, roept de hulp in van honderden burgerwetenschappers om de oorzaak te achterhalen. Spelen vlooienbandjes een rol?
is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Altijd weer een voorjaarsfeestje in de tuin of op het balkon: kool- of pimpelmeesjes die een vrijstaande nestkast hebben gekraakt en van de ene op de andere dag af- en aanvliegen op hun nieuwe tijdelijke woning. Klaar voor gezinsuitbreiding. Eerst voeren ze plukjes mos en hondenhaar voor het nest aan, later vliegen ze met rupsjes en andere insecten het hokje in voor de steeds luider kwetterende jongen. Nog even – eind april, begin mei – en het eerste jong zal nieuwsgierig zijn koppie buiten het vlieggat steken en verwonderd de wereld inblikken. Een paar dagen later zijn ze zomaar weg.
In die vrolijke voorjaarsidylle is een deukje gekomen: steeds vaker komen eitjes niet uit, of tref je bij het schoonmaken van de nestkast na de zomer dode jongen aan. Dat overkwam ook Peter Lindenburg, lector analytical biosciences van de Hogeschool Leiden, in zijn eigen tuin. Als echte analytisch chemicus ging hij op onderzoek. Hij nam een dood meesje mee naar zijn laboratorium en onderzocht het op bestrijdingsmiddelen. Die zaten in het lijfje. Lindenburg: ‘Mijn overbuurvrouw had ook dode mezen in haar nestkast en die hebben we ook onderzocht. Alle vogels bleken pesticiden te bevatten.’
Onderzoeker Peter Lindenburg bij een nestkastje.
Eerder had Lindenburg, die verbonden is aan het Leiden Centre for Applied Biosciences, al de vraag gekregen van een veldbioloog: of hij in staat was DDT te meten in de eieren van een boerenzwaluw. Dichloordifenyltrichloorethaan is een berucht insectenbestrijdingsmiddel, zo schadelijk voor het milieu dat het in de westerse wereld al vijftig jaar verboden is. De veldbioloog had tijdens onderzoek in Afrika gezien dat boeren daar het middel nog gebruiken tegen de malariamug. Aangezien de boerenzwaluw elk voorjaar vanuit Afrika naar het Noorden komt, liet hij enkele eitjes door Lindenburg onderzoeken. En ja hoor: daar zat DDT in. Opmerkelijk: het bleek geen ‘nieuwe’ DDT uit Afrika, maar oude ‘Nederlandse’ DDT, die kennelijk nog altijd rondzwerft in het milieu.
Advertentie
Ideale graadmeter
‘Toen ontstond het idee om structureel vogels te gaan onderzoeken op bestrijdingsmiddelen’, zegt Lindenburg. Vogels zijn een ideale graadmeter en mezen helemaal. ‘Die komen in het hele land voor, iedereen houdt van ze en er hangen misschien wel honderdduizenden nestkasten in tuinen.’
Of het echt zo is dat in die nestkasten steeds meer dode meesjes worden aangetroffen, staat overigens niet helemaal vast. Mogelijk zijn mensen alleen maar meer en beter gaan opletten, stelt het Dutch Wildlife Health Centre op z’n website. ‘Zo hebben mensen door het thuiswerken in coronatijd meer oog voor de vogels in de tuin gekregen. Daarnaast spelen sociale media zeer waarschijnlijk ook een rol. Ervaringen en waarnemingen worden snel gedeeld, waardoor mensen ook beter opletten.’
Dat laat onverlet dat koolmezen, de meest algemene soort onder de mezen, ideale ‘tools’ zijn voor ‘biomonitoring’, zoals het heet in het jargon van onderzoekers als Lindenburg. Ze komen in het hele land voor en maken dankbaar gebruik van de nestkastjes die enthousiaste vogelvrienden in hun tuin hangen. Omdat ze in zulke grote aantallen voorkomen (en wel acht tot tien eitjes per legsel produceren), valt met de uitslagen van metingen heel exact te lokaliseren waar bestrijdingsmiddelen zich precies verspreid hebben. Veel beter dan bij meten in water, waarop het Centrum voor Milieukunde in Leiden – ook partner in Lindenburgs onderzoek – de bestrijdingsmiddelenatlas.nl baseert. ‘Water is niet overal, mezen wel’, aldus Lindenburg. ‘Ook verwachten we in mezen andere bestrijdingsmiddelen te vinden dan in water.’
Bewaren in de diepvriesEn dus wordt dit voorjaar hulp gevraagd van alle nestkastbezitters om bij te dragen aan het project Meet de mees. Lindenburg hoopt dat zij zich aanmelden opde website van het projectom bij te dragen aan dit staaltje burgerwetenschap. ‘We vragen deelnemers in de gaten te houden wanneer koolmeesjongen uit hun nestkast zijn uitgevlogen en later de kast te checken op achtergebleven dode jongen of niet-uitgekomen eitjes. We hopen dat deelnemers die dan in de diepvries willen bewaren, totdat wij ze komen ophalen voor onderzoek in het lab.’
Zo hoopt Lindenburg te komen tot een biobank waarin de meetgegevens kunnen worden opgeslagen. ‘We hebben een grote vriezer in het lab staan, waarin in principe ruimte is voor vijfduizend meesjes. Daar hopen we ook in de toekomst nog onderzoek mee te kunnen doen, bijvoorbeeld naar pfas of genetisch onderzoek.’
Zonder landelijke media-aandacht hebben zich al 790 vrijwilligers aangemeld. Daaronder zitten ook leden van vogelwerkgroepen en vrijwilligers die via onderzoekspartners Sovon en Vogelbescherming werden bereikt. ‘Op dit moment worden komend broedseizoen iets meer dan tienduizend nestkastjes geïnspecteerd door onze deelnemers’, zegt Lindenberg, maar hoe meer deelnemers hoe beter. Aanmeldingen zijn nog zeer welkom – het broedseizoen moet immers nog beginnen.
Grote voorraden vogelhuisjes
Hoeveel nestkasten hangen er eigenlijk in Nederland? Het enige concrete cijfer dat valt te achterhalen, is dat van onderzoekspartner Nestkast, wat staat voor Netwerk voor studies aan nestkastbroeders. De werkgroep verzamelt gegevens over nestkasten en broedgevallen. In het recentste jaarverslag, uit 2023, worden de gegevens samengevat van 20.107 nestkasten die door burgerwetenschappers werden gevolgd. Mezenkastjes vormen de grote meerderheid, maar het gaat ook om kasten voor onder meer spreeuwen, en bosuilen.
Gezien de grote voorraden vogelhuisjes in tuincentra, supermarkten en gespecialiseerde webwinkels is het aantal nestkasten in de Nederlandse natuur vele malen groter.
Dat pesticiden ook andere organismen doden dan waarvoor ze bedoeld zijn, stelde een groep internationale wetenschappers afgelopen februari al vast in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Communications. In een meta-analyse van 1.705 onderzoeken hebben zij de effecten van bestrijdingsmiddelen op meer dan twintigduizend soorten bepaald. Er kwamen forse onbedoelde effecten aan het licht.
De chemische middelen doden onbedoeld vele soorten bacteriën en schimmels, planten, insecten, amfibieën, vogels en zoogdieren. Ze verstoren de groei, voortplanting en het gedrag van dieren, en bij planten en micro-organismen een aantal fysiologische processen. Ook bleek dat nieuwe generaties bestrijdingsmiddelen – door de chemische industrie vaak aangeprezen als minder schadelijk – dezelfde effecten hebben op de biodiversiteit.
Vlooienbanden
Een van de hoofdverdachten in het onderzoek naar bestrijdingsmiddelen zijn vlooienbanden en andere middelen waarmee honden- en kattenbezitters hun huisdier behandelen tegen de kriebelbeestjes. Hondenbezitters kammen hun huisdier vaak in het plantsoen en laten de plukken haren met de beste bedoelingen liggen voor de vogels, die er hun nesten mee bouwen. Zo komen restanten van de middelen bij de vogels en hun jongen terecht, met alle risico’s van dien.
Getty
De werkzame stoffen in die middeltjes zijn imidacloprid en permethrin, beide verboden in de landbouw, omdat ze al in zeer lage concentraties dodelijk bleken voor wilde bijen. Even dodelijk is fipronil, een voor de mens schadelijk middel dat in 2017 werd aangetroffen in kippeneieren. Gifstoffen uit middelen tegen vlooien (en teken) zijn al gevonden in vogelnesten, paardenbloemen, waterplassen en ook mensenhaar.
Hoewel de bestrijdingsmiddelen in de landbouw verboden zijn, vallen ze in het geval van vlooienmiddelen juridisch onder geneesmiddelen, waardoor andere normen gelden. Onduidelijk is nog wat de stapeling van (lage) doses van verschillende middelen precies doet.
In een pilotproject vond Lindenburg al resten van antivlooienspul in eitjes van mezen. ‘We vermoeden dat het via honden- of kattenhaar in de vogelnesten is beland. Het is niet helemaal duidelijk of het gif aan de buitenkant of de binnenkant van de eitjes zat. Daarom zijn wij samen met Vogelbescherming Nederland bezig aan een apart onderzoek.’
Lindenburg wil waken voor aannamen vooraf. ‘Ik ben analytisch chemicus, geen eco-toxicoloog. Ik kan vooral goed meten en dat is precies het doel van dit project. Feiten in kaart brengen. Pas daarna kunnen we die linken aan biodiversiteit of volksgezondheid.’
Het is niet de buxus
Het Dutch Wildlife Health Centre in Utrecht nam al eens een voorschot op mogelijke verklaringen van mezensterfte. Longontsteking door de bacterie Suttonella ornithocola, bijvoorbeeld. Dat bleek het geval in 2020, toen sterfte onder volwassen pimpelmezen werd gemeld. Die bacterie had in Engeland al eerder huisgehouden onder de mezen en de onderzoekers verwachten dat het in Nederland ook een oorzaak zal blijven.
Grofweg kunnen jonge mezen in het nest sterven door voedseltekort of vergiftiging, schrijven de onderzoekers. Omdat enkele jaren geleden de verdenking bestond dat de bestrijding van de buxusmot tot sterfte onder mezen leidde, is dat in 2019 onderzocht.
‘De ouders voeren de jongen met allerlei rupsen en andere insecten en wanneer deze hoeveelheden pesticiden bevatten, hopen die zich op in de jongen. Ook zou het kunnen voorkomen dat het voedsel zelf stoffen bevat die giftig zijn voor de jonge mezen. In de buxus zit buxine, dat giftig is voor zoogdieren. Paarden gaan dood wanneer zij te veel buxus eten. In buxusmotrupsen zit ook buxine, wanneer de ouders deze rupsen aan de jongen voeren, krijgen zij ook buxine binnen. Of dit giftig is voor (jonge) vogels is niet uit de literatuur op te maken. (...) In de proeven die NIOO-KNAW in 2018 heeft uitgevoerd of buxusmotrupsen door koolmezen werden gegeten, bleek dat ze deze rupsen aten én dat ze er niet aan dood zijn gegaan. Dus lijkt buxine niet giftig te zijn voor volwassen koolmezen.’
Natuur in onze directe woonomgeving maakt ons gezond, weerbaar en sociaal. Voor kinderen is dat extra belangrijk. Tijd dus om aan de slag te gaan met vergroenen, zowel door gemeente als particulieren.
Zwanen wandelen op straat in een Rotterdamse wijk.Raymond Rutting / de Volkskrant
Recent Fins onderzoek onderstreept het nog eens; kinderen die met de handen in de modder spelen zijn gezonder. Minder allergieën en minder astma. De voordelen van natuur voor kinderen zijn al langer bekend; op groene schoolpleinen wordt actiever, gevarieerder en socialer gespeeld én minder gepest
Schoolpleinen met meer natuur dan tegels schieten terecht als paddenstoelen uit de grond, maar de rest van de woonomgeving moet volgen. En dat gebeurt nu volstrekt onvoldoende, met alle gevolgen van dien. Kinderen hebben veel meer gezondheidsproblemen dan nodig is, door gebrek aan natuur.
Over de auteur Karin Albers is ecoloog.
Natuurarmoede
Ondanks vele ambities wordt onze woonomgeving niet groener. Uit diverse recente onderzoeken blijkt dat het met de noodzakelijke vergroening van steden en dorpen niet de goede kant op gaat. De hoeveelheid groen, zeker per inwoner, loopt terug. Groennormen, als die er al zijn, worden niet gehaald.
We kunnen spreken van een epidemie van natuurarmoede. Diverse nieuwe bouwontwikkelingen bestaan vooral uit grijze stenen, van binnenstedelijke projecten tot nieuwe woonwijken. De gemeentelijke bezuinigingen die eraan zitten te komen, kunnen dit nog erger maken. Natuur en groen worden namelijk gezien als kers op de taart, in plaats van een heel belangrijk ingrediënt van de taart zelf.
Natuur van buiten de stad Met een goede manier van vergroening helpen we bovendien de natuur zelf vooruit. Met inheemse bomen en struiken komen er meer vogels en kleine zoogdieren. Met meer bloemrijke bermen en grasvelden nemen de bloem-bestuivende insecten toe. Schone wateren met gevarieerde oevers zijn leefgebied voor amfibieën en libellen. Natuur van buiten de stad kan daarmee meer de stad in komen.
Maar indirect worden dan ook de beschermde soorten geholpen die juist in onze huizen leven, zoals huismussen en vleermuizen. Aangezien natuurherstel zeer urgent is, geeft dat ook een belangrijk winstpunt.
Om het geld hoeven we het niet te laten; iedere euro die in natuur of natuurinclusieve maatregelen wordt geïnvesteerd verdient zich in veelvoud terug. Een slimme gemeente kan hier voordeel mee behalen. Groen is bovendien niet duur, zeker de meer natuurrijke groentypes, zoals bosplantsoen en bloemrijk grasland. Een groene tuin is ook niet ingewikkeld of veel werk, als je je er even in verdiept.
Wolk van vlinders
Stel je eens voor dat je zelf een egel bent, dan wil je in iedere woonwijk kunnen wonen. Voor veel kinderen is dat hun favoriete dier in de wijk. Voor veel tuinliefhebbers ook, want hij eet graag slakken. Ook van vogels en vlinders genieten veel mensen. Iedereen, zeker kinderen, zou in de buurt een wolk van vlinders moeten kunnen tegenkomen op een mooie zomerdag.
Dit kan op alle schalen worden gerealiseerd: van natuurrijke parken en schoolpleinen tot kleurrijke stadstuinen, geveltuinen en balkons. Als we in het openbaar groen meer naar de natuur kijken voor inspiratie en die natuurrijker maken, komen kinderen veel eerder en intensiever in contact met de natuur.
Met participatieprojecten waarin bewoners de handen letterlijk in de grond steken, komen we nog sneller vooruit. Als we schoolpleinen en stadstuinen vergroenen, pakken we direct de omgeving aan waar kinderen opgroeien. Zelfs in een geveltuintje of op een balkon kunnen honderden soorten insecten voorkomen, zoals vlinders, zweefvliegen en wilde bijen.
Dat is niet moeilijk, als er maar wat variatie aanwezig is. Met een brede aanpak kunnen we een eind maken aan natuurarmoede. Iedereen kan bijdragen. De volgende generatie plukt daar de grootste vruchten van en de huidige generaties pikken een graantje mee.