Erfgoed In mei zou Sotheby’s door een Brit uit een boeddhistische grafheuvel opgegraven stenen verkopen, maar de veiling werd na kritiek uitgesteld.
De Indiase minister van cultuur Gajendra Singh Shekhawat bij de gerepatrieerde juwelen. Foto Indian Press Information Bureau (PIB)
127 jaar nadat een Britse landeigenaar ze opgroef uit een boeddhistische grafheuvel, is een collectie eeuwenoude edelstenen terug in India. Eerder dit jaar zouden de juwelen, die gelinkt worden aan de stoffelijke resten van Boeddha, door veilinghuis Sotheby’s te koop aangeboden worden in Hong Kong. Deze veiling werd uitgesteld nadat de Indiase regering dreigde met juridische stappen.
India zag in de verkoop een schending van internationale wetgeving rond cultureel erfgoed. Door de juridische dreiging en kritiek van experts inzake kunst- en erfgoedrecht en de wereldwijde boeddhistische gemeenschap stelde Sotheby’s de veiling in mei uit. Nu blijkt dat achter de schermen verder werd onderhandeld. De Indiase regering kondigt aan de juwelen zelf via Sotheby’s te hebben gekocht in samenwerking met het Indiaas conglomeraat Godrej Industries Group. Premier Modi noemt de deal een geslaagd voorbeeld van „publiek-private samenwerking”. Het bedrag voor de overname is niet bekendgemaakt.
De collectie komt waarschijnlijk uit de derde eeuw voor Christus. In 1897, tijdens de koloniale overheersing van India door het Verenigd Koninkrijk, groef de Britse landeigenaar William Claxton Pappé de juwelen op uit een boeddhistische grafheuvel. De opgraving vond plaats in Piprahwa, een dorp dat bekend is omdat een deel van de as van spiritueel leider Siddharta Gautama Boeddha hier begraven zou zijn.
Claxton Peppé haalde de juwelen uit een stoepa, een traditioneel bouwwerk waarin relieken van boeddhistische heiligen worden geborgen. In diezelfde stoepa werden ook botresten en as gevonden. De juwelen worden daarom direct gelinkt aan het stoffelijk overschot van Boeddha, die rond 480 voor Christus overleed. Voor de boeddhistische gemeenschap zijn de ‘Piprahwa-stenen’ van grote spirituele en emotionele waarde.
De collectie bestaat uit meer dan driehonderd edelstenen: parels, robijnen en saffieren en gouden sieraden. De verwachting was dat die in mei verkocht zouden worden voor zo’n 11 miljoen euro. Maar na de aankondiging van de veiling barstte al snel een discussie los: mogen zulke relikwieën wel verhandeld worden op de vrije kunstmarkt?
Op papier waren de juwelen eigendom van de achterkleinzoon van Claxton Peppé. In mei verklaarde hij nog tegenover The Guardian dat het zijn recht was de juwelen te verkopen aan de hoogste bieder. Hij vond een veiling „de meest eerlijke en transparante manier” om de relieken weer bij de boeddhistische gemeenschap terecht te laten komen.
Daar was de Indiase regering het niet mee eens. In een brief aan Sotheby’s schreef het Indiase ministerie van Cultuur in mei dat de juwelen een essentieel onderdeel zijn van het religieuze en culturele erfgoed van zowel India als de wereldwijde boeddhistische gemeenschap. De veiling zou in strijd zijn met heilige tradities, en een voorbeeld van „voortdurende koloniale exploitatie”. Het ministerie riep op tot annuleren van de veiling, repatriëring van de juwelen en publieke excuses van Sotheby’s en de verkoper.
De collectie arriveerde woensdag op het vliegveld van Delhi. Het plan is om haar na een feestelijke ceremonie tentoon te stellen voor het grote publiek. Minister Gajendra Singh Shekhawat van Cultuur omschreef de terugkeer van de stenen als „een van de belangrijkste voorbeelden van de repatriëring van ons verloren erfgoed”.navbij de opgravingen naast het klooster van ter Apel werden twee bouwoffers gevonden en ontstond ook een discussie tussen studenten archeologie, professionals en helpers. In Nederland is het bewustzijn bij opgravers nog sterk verbonden met schatzoeken en opslaan elders.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten