maandag 15 januari 2024
zondag 14 januari 2024
zaterdag 13 januari 2024
Oer Modern Bosbeleven....
Merel Deelder geeft zich over aan de natuur: blootsvoets in het bos voelt ze zich een oermens
Bosleven
https://www.nrc.nl/nieuws/2024/01/10/blootsvoets-in-het-bos-voel-ik-me-een-oermens-a4186609#/krant/2024/01/13/#616
Met z’n twintigen zitten we op natte boomstammen, ieder op een eigen vacht, rond een houtvuur voor de voorstelronde. Naast me zit een man met zelfgemaakt leren schoeisel om zijn voeten. Tegenover me iemand met een omgeslagen dierenhuid bij wijze van jas. Boven het vuur hangt een grote pot met water en dennentakken er in.
„Ik ben eigenlijk niet zo graag in groepen”, zeg ik wanneer het mijn beurt is.
Was ik écht eerlijk geweest, dan had ik gezegd: niet in dít soort groepen. Het voelt alsof we oermens gaan spelen. En ik houd niet van verkleedfeestjes. Nog minder wanneer er een terug-naar-de-natuurvibe heerst. Hoe graag ik ook lees over het leven van jager-verzamelaars, met mensen die hier hun hobby van maken wil ik niet geassocieerd worden.
Toch zit ik hier.
„Ik heb me er maar overheen gezet”, vervolg ik mijn zegje, „want ik wil de natuur eens echt meemaken, ervaren. Iets van verbinding voelen denk ik.” Ik krijg instemmende knikjes en verwelkomende blikken.
Mijn hele leven houdt de natuur mij bezig. Op mijn tiende besloot ik plotsklaps geen vlees meer te eten, nadat ik tijdens het maken van een schoolwerkstuk had gelezen hoe vervuilend de bio-industrie is. In mijn studietijd verdiepte ik me in de vraag hoe we ons als mensheid kunnen ontwikkelen zonder de natuur te vernietigen. En in mijn werkende leven schrijf ik over diezelfde thema’s.
Tegelijkertijd bén ik nauwelijks in de natuur. Goed, ik wandel, hardloop of fiets er weleens doorheen; het jonge bos naast mijn huis biedt een rustgevend decor voor mijn werkpauzes. Maar ik blijf er nooit lang en ben met mijn hoofd meestal elders. Zodra mijn bewegingsintermezzo of telefoongesprek voorbij is, zoek ik vlug de bebouwde omgeving weer op. Terug naar mijn computer om te lezen óver de natuur.
Waarom blijf ik nooit wat langer hangen? Luister ik niet naar de vogels? Naar het ruisen van de blaadjes? Maak ik geen contact met de grond onder mijn voeten?
Er zijn redenen te over: er nadert een deadline, de kinderen moeten van school gehaald, het regent. Maar dieper onder het oppervlak sluimert nog een reden, zo realiseerde ik me toen ik me verdiepte in het werk van ecoloog en filosoof Matthijs Schouten: schaamte.
Natuurschaamte
In zijn boek Het andere en het eigene (2022) omschrijft Schouten de dominerende rationele blik waarmee we in de westerse cultuur de wereld aanschouwen: we categoriseren onze omgeving op basis van wat we waarnemen en delen deze hiërarchisch in. „Maar daarnaast bestaat er ook een ándere benaderingswijze”, zegt Schouten aan de telefoon. „Aan mijn studenten leg ik die altijd uit door te vragen: ‘Wie hier is verliefd?’ Er gaan dan altijd wel een paar handen omhoog. ‘Beschrijf me je geliefde’, vraag ik vervolgens. Dan komen mensen níét met een opsomming van zintuigelijk waarneembare kenmerken als gewicht, lengte of hartslag. Een wérkelijk verliefde komt met metaforen als ‘wanneer mijn geliefde glimlacht gaat de zon op’. Vanuit de eerste benadering is dat natuurlijk volstrekte onzin. Maar die eerste benadering volstaat niet om onze liefde uit te drukken. Hier komen we in het domein van de poëzie, de kunst. En gaat het over relationaliteit, over voelen, ervaren en betekenisvol verbonden zijn.”
Volgens Schouten schamen wij ons voor dat tweede domein. „De natuur ingaan en je daardoor laten raken, je misschien zelfs verliefd voelen, dat noemen we ‘subjectief’. Dat is iets voor in het weekend, en mag vooral niet verweven raken met serieuze zaken als ons werk.”
In zijn boek omschrijft Schouten hoe het westerse natuurbeeld zijn basis heeft in de stedelijke omgeving van de Klassieke Oudheid. Plato liet Socrates in de dialogen uit Phaedrus zeggen: „Van het landschap en de bomen kan ik niet leren, van mensen in de stad wel.” Het natuurbeeld dat hieruit voortkwam staat lijnrecht tegenover het hindoeïstisch en boeddhistisch natuurbeeld, waarin wijsheid van oudsher juist ín de natuur werd gezocht. Toen het christendom ook de ziel uit de natuur verwijderde, die was enkel voorbehouden aan de mens, was volgens wijlen de Franse socioloog en filosoof Bruno Latour de natuur gereduceerd tot niets meer dan een verzameling van objecten en koloniseerbare ruimte.
„Met die blik wandelen velen van ons nog altijd buiten rond”, zegt Schouten. Zo ook ik. Bij bomenknuffelaars blijf ik ver uit de buurt. Ik zie mezelf graag als feitelijk en objectief, niet als iemand die iets vóélt voor de natuur. Ik schrijf er dan ook altijd vanuit een rationele blik over. En zelfs in mijn vrije tijd gedraag ik me er volgens de afstandelijke norm: als een sportend, telefonerend, weldenkend mens.
/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data109746309-34c735.jpg|https://images.nrc.nl/b8pCgTO9iKpFjmt0h6zQIV-O27E=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data109746309-34c735.jpg|https://images.nrc.nl/1hrxNbqxMA3kIK3ytRn0bV5mrz8=/5760x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data109746309-34c735.jpg)
Maar ken ik de natuur wel echt wanneer ik deze alleen ken uit boeken? Wanneer ik me er nooit mee verbind? Heeft de natuur an sich mij niet ook iets te leren? Tijd om mijn natuurschaamte in de ogen te kijken. Ik ging op cursus, bij Bosbeweging, een school waar je op inheemse wijze leert overleven en verbinden met de natuur.
Meeverend mos
Mijn voeten zijn bleek. Het blauwig wit steekt schril af tegen de donkere bosgrond. Mijn stevige buitenschoenen, speciaal voor dit weekend in het vet gezet, moesten uit. „Op blote voeten beleef je het bos beter”, zei docent Tibbe de Raat.
We zijn met een divers gezelschap. Er is een arts, een oud-marinier, een timmerman, een communicatieadviseur, een onderwijzeres. Allemaal types die ik nou niet direct had verwacht op een cursus als deze. En er zijn nog drie vrijwilligers. Die zijn hier duidelijk vaker geweest. Zij dragen de zelfgemaakte schoenen en de dierenhuid-jas. Een heeft een geweven jute tas om z’n schouder. De ander een gevlochten ketting. Ze lijken minder gericht op de aanwezige mensen, maar des te meer op de omgeving. Hun rustige, serene uitstraling wekt de indruk dat ze zaken waarnemen waar ik me niet bewust van ben.
Allemaal laten we onze schoenen achter. Behalve Tibbe de Raat, hij liep al op blote voeten. In een lange rij bewegen we langzaam tussen de bomen door. Met onze tenen tasten we de ijzig koude grond af, steeds opnieuw zoekend naar een veilig plekje om ons gewicht heen te verplaatsen. Soms een prikkende dennennaald, of nog pijnlijker: een dennenappel. Dan natte blaadjes of fluweelzacht, meeverend mos. Niet eerder realiseerde ik me dat mijn voeten zo gevoelig zijn. Dat ze me zoveel informatie kunnen verschaffen over mijn omgeving. Alsof ik een extra paar handen heb.
Een lichte buiging in de knieën en onze blik nadrukkelijk níét op de grond, maar vooruit; de voeten doen het werk zelfstandig. ‘Vossenpas’, noemde De Raat het. Geruisloos sluipen we voort. De schemer valt in. De Raat fluistert dat we allemaal onze eigen weg mogen volgen tot we teruggeroepen worden. De kou zorgt dat de sensaties in mijn voeten afvlakken. Ik focus me op de omgeving. Ik zie struiken en bomen waarvan ik de namen niet ken, maar beweeg me er in een vloeiende beweging tussendoor. Ik maak een sprongetje over een plas, klauter van een steile heuvel, glij over een omgevallen boom. Het voelt als een dans, in stilte, samen met het bos.
Ik hoor geritsel verderop. Wat zal het zijn? Een muis? Een hert? De wind? Ik krijg kippenvel.
Ineens voel ik het in iedere vezel: dít is wat mijn voorouders altijd hebben gedaan. Dit is waar ik voor ben gemaakt. Rondsluipen in de natuur, aanvoelen wat de omgeving me vertelt. Wat een verspilling dat mijn lichaam alle dagen zittend achter een computer slijt. Mijn hele lijf, al mijn zintuigen, zijn er om me af te laten stemmen op de natuur. Ik ben een verzamelaar. Een roofdier!
Goed, in potentie dan. Zet mij geblinddoekt in een stad en ik vertel je precies of ik in een verloederde winkelstraat sta of in een yuppenbuurt. Zet me in het bos en ik hoor nog niet het verschil tussen een koekoek en een havik. Laat staan dat ik er een maaltijd kan halen. Maar het vermogen zit in me. Ik heb het altijd alleen benut voor de mens-gemaakte wereld.
Neusvet
De volgende dag leren we vuur te maken zonder lucifers. De Raat somt de benodigd heden op: een vuurboog (een gebogen tak met daaraan een gespannen koord), een spindel (een rond stokje met aan beide uiteinden een punt), een moederbord (een plankje waarin het vuur gedraaid wordt), een drukblokje (een stukje hard hout om de spindel mee vast te drukken) en wat neusvet.
„Neusvet?!” Ik verslik me haast in mijn boskruidenthee. „Nou, het vet van je hoofdhuid werkt ook prima”, gaat De Raat nuchter verder. „En vaak hebben we ook in onze oorschelp wel wat vet zitten. Het helpt voorkomen dat de bovenkant van je spindel gaat branden in het drukblokje.”
Ongelofelijk! Dat glimmende goed dat ik als puber zo driftig van mijn gezicht poetste en nog altijd uit mijn haren was is hier ‘nuttig’. Een eenvoudig te oogsten grondstof. Gelukkig heb ik me al twee dagen niet gewassen. Ik haal de zwartgeblakerde punt van mijn spindel langs m’n neusvleugels en zie hoe mooi die begint te glanzen.
Bij het avondeten eet ik mijn eerste hapje muis: die kwam uit de val in de kooktent en hebben we gevild en geroosterd op het vuur.
We spelen verstoppertje in het donker. Zingen rond het kampvuur over eerbied voor het bos, het vallen van de nacht en een lied getiteld ‘Wees gegroet moeder aarde’; Bosbewegingsvariant op ‘Wees gegroet Maria’. Uit volle borst zing ik mee.
’s Nachts rits ik mijn tent open en schuif ik mijn matje een stuk naar buiten om de sterrenhemel te zien. Ik luister naar de uilen, het ruisen van de bladeren en het zachte geknabbel van insecten. Het geeft me een gevoel van verbondenheid dat ik nooit eerder heb ervaren. Een vervulling van een leegte waarvan ik niet wist dat die bestond. Langzaam voel ik me een oermens worden. Maar het voelt niet als spelen. Misschien voelt dit nog wel echter dan mijn dagelijks leven.
Wanneer ik de volgende dag op zoek ben naar eetbare paddestoelen nadert een wandelaar. Mat-glanzend donsjack, zwart met gouden sneakers, hond aan de lijn. Zij hoort níét bij de cursus. Met een blik tussen verwondering en lichte paniek kijkt ze me aan. Ik word me bewust van mijn verschijning. Mijn voeten zwart van de aarde, ongekamde haren, vast en zeker een vies gezicht.
Ik druk mijn voeten stevig in de grond. Ik voel liefde voor de natuur. Ik bén natuur. En ik doe mijn uiterste best me daar niet voor te schamen.
Vriendelijk zeg ik haar gedag.
vrijdag 12 januari 2024
een feit maar wat voor een niet te ontkennen feit.
Mehr Tiere als in Schleswig-Holstein
Tausende Holsteiner Kühe in der Saudi-Wüste
Sie fressen Cornflakes aus den USA und werden mit Wasser besprüht
Schattenplatz für die schwarz-weißen Holsteiner: Saudi-Arabien produziert mehr Milch als Deutschland
Eine gigantische Wüste in Saudi-Arabien. Die Luft flimmert bei 60 Grad. Man vermutet Skorpione, Spinnen – und sieht dann dieses Bild: Hunderte schwarz-weiße Kuhpopos reihen sich im Schatten eines Wüsten-Stalls aneinander. Was nur Wenige wissen: Der Golfstaat hat, neben China, die größten Milchfarmen auf dem Planeten geschaffen.
Weil es keine saftigen Weiden gibt, werden Zehntausende Holsteiner Kühe mitten in der Saudi-Wüste gehalten!
Jede Kuh trinkt 150 Liter Wasser täglich
Die Al-Safi-Farm (Rub-al-Chali-Wüste): Hier leben bis zu 50 000 „schwarzbunte“ Milchkühe.
Die Tiere werden ständig mit Wasser besprüht und trinken in der Wüste etwa 150 Liter Wasser - jeden Tag
Die Ställe in der saudischen Wüste sind einen halben Kilometer lang. Beregnungsdüsen an der Erde versprühen täglich Tausende Liter Wasser fürs milde „Weidegefühl“.
Bis zu 40 Liter Milch produziert eine Wüstenkuh täglich.
25 bis 30 Grad seien die besten Temperaturen für sehr viel Milch, sagen die saudi-arabischen Melker. Wird es heißer, geben die Holsteiner weniger. Ohne Beregnung wären die Tiere in der Wüste verloren.
Die Tiere werden täglich mit Tausenden Litern Wasser besprüht. Die optimierten Kühe in der Wüste geben nach Angaben der Saudis bis zu 40 Liter Milch am Tag, die deutschen Verwandten im Schnitt 27 Liter
Denn: Eigentlich mögen es Holsteiner Kühe kühl. Schon ab 20 Grad Celsius suchen sie auf deutschen Wiesen Schattenplätze.
Futter wird importiert
In der Milchfabrik wird Tag und Nacht gemolken: Alle zehn Minuten kommen 100 Kühe an sieben Melkfließbänder.
Gefüttert werden die Tiere unter anderem mit importiertem Heu, sogar Cornflakes aus den USA. Lastwagen bringen jeden Tag 1300 Tonnen Futter in die Wüste.
Der Kälberstall in der Rub-al-Chali-Wüste, rund 100 Kilometer entfernt von der Hauptstadt Riad: Jeden Tag werden dort bis zu 65 Kälbchen geboren
65 Kälbchen in der Wüste – jeden Tag
Es gibt einen Kindergarten, in den täglich bis zu 65 neue Kälber kommen. Denn: Jede Holsteiner Wüsten-Kuh bringt drei bis sechs Junge zur Welt – damit sie immer genügend Milch hat.
Der Wüsten-Stall und die Almari-Farm, eine noch größere Milchfabrik in der Stadt Al-Kharj mit 180 000 Kühen, versorgen die ganze Golfregion mit Milch, Joghurt, Kakao, Proteinshakes.
Auf der Almarai-Farm in Saudi-Arabien werden sogar 180 000 Holsteiner Kühe gehalten
In Schleswig-Holstein umfasste die Schwarzbunt-Population vor zwei Jahren übrigens 88 107 Kühe (mit Zuchtbuch) in 516 Milchbetrieben.
donderdag 11 januari 2024
.een weg, een tunnel. archeologen, touristen, de moderne rituelen, beinvloeden ze niet allen de rustplaatsen van Stonehenge? Wat wil overigens de subtiele localiteit?
‘Duizenden jaren was er respect voor Stonehenge – en nu dit’
Verenigd Koninkrijk Een snelweg bij Stonehenge versmalt nabij de beroemde prehistorische stenenformatie tot een eenbaansweg, wat tot veel opstoppingen leidt. De Britse regering wil er tunnel aanleggen, maar tegenstanders vrezen de gevolgen voor het werelderfgoed.
/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2024/01/data110021748-696a1b.jpg)
En dáár moet de ingang van de autotunnel komen, gaat Freeman verder, vlakbij een plek waar veel artefacten uit de middensteentijd zijn gevonden. Is ongeveer acht minuten tijdwinst voor automobilisten de verwoesting van zo’n bijzonder gebied waard, vraagt ze zich af. Voor haar een retorische vraag, want Freeman voert campagne namens The Stonehenge Alliance om de bouw van de tunnel tegen te houden. „Wij gebruiken graag het woord ontheiliging.”
Al jaren is een strijd gaande tussen aan de ene kant de landelijke overheid, die een tunnel en enkele grote rotondes wil aanleggen om de verkeersdrukte op de weg langs Stonehenge te verlichten. En aan de andere kant een bonte verzameling van tegenstanders – archeologen, nationalisten, milieuactivisten en druïden – die het werelderfgoed wil beschermen. Stonehenge is een van de beroemdste prehistorische stenenformaties ter wereld en staat sinds 1986 op de Unesco-werelderfgoedlijst.
De rechter doet waarschijnlijk deze of volgende week uitspraak over de vraag of de huidige minister van Transport Mark Harper (Conservatieve Partij) zijn goedkeuring voor het bouwproject had mogen geven.
‘Robuust plan’
Ideeën voor een tunnel bij Stonehenge bestaan al sinds de jaren negentig, maar werden lang weinig concreet. Tot in december 2014 David Cameron, in die tijd premier, een tunnel aankondigde als onderdeel van miljardeninvesteringen in de landelijke infrastructuur: „Dit is geweldig nieuws voor het zuidwesten. […] Iedereen wil dit zien gebeuren, het is een robuust plan.” Inspecties en aanbestedingsprocedures volgden, maar ook de tegenstanders organiseerden zich. In 2021 begon The Stonehenge Alliance voor het eerst een rechtszaak en won. Volgens de rechter had de minister van Transport, Grant Shapps, onvoldoende naar de impact voor alle verschillende facetten van het gebied gekeken en had hij alternatieven moeten overwegen.


Shapps ging niet in beroep, maar de overheid zette toch door: zijn opvolger, minister Harper, stemde in juli vorig jaar in met een licht aangepast plan. De tunnel en de rotondes – de geschatte kosten zijn 1,7 miljard pond, bijna 2 miljard euro – moeten er volgens hem komen. Een „vrij stromende, betrouwbare verbinding” zou economische groei en toerisme in de regio bevorderen.
Het is waar, ook de tegenstanders van de tunnel erkennen het: de eenbaansweg die onder Stonehenge langs loopt, kan enorm druk zijn. „Waarschuwing, file waarschijnlijk”, staat op de verkeersborden langs autoweg A303, vlak voor de stenen formatie achter de heuvel opdoemt. Met meteen erna waarschuwingsbordjes dat stilstaan in de berm hier niet mag. De rest van de A303 bestaat uit tweebaanswegen, maar bij Stonehenge versmalt de weg en vormt die een soort trechter voor het verkeer. Vooral in weekenden en vakanties is het druk, omdat de weg naar de zuidwestkust en Cornwall leidt.
In de nieuwe plannen zou elke rijrichting twee banen krijgen én zou de tunnel het zicht op de stenen wegnemen. Vooral voor lokale weggebruikers een voordeel, omdat toeristen dan niet meer zullen inhouden om een foto te nemen. Erfgoedorganisaties English Heritage en National Trust, de eigenaren van de grond rond Stonehenge, zijn ook vóór. Zij willen van de oude A303 een wandelroute maken zodat toeristen die Stonehenge bezoeken een betere ervaring krijgen dan nu, met het geruis van de autoweg op de achtergrond. Al overstemmen vandaag de bezoekers die druk zijn met selfies maken met de stenen het verkeersgebrom.
:strip_icc()/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2024/01/data109745203-2e2538.jpg|//images.nrc.nl/L75P5QuAqKcN6QGf1_e6lAndt80=/1920x/smart/filters:no_upscale():strip_icc()/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2024/01/data109745203-2e2538.jpg|//images.nrc.nl/3-ic9dP1ud2z405sSyksBGLhh6k=/5760x/smart/filters:no_upscale():strip_icc()/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2024/01/data109745203-2e2538.jpg)
Demonstranten voor de rechtbank in Londen, toen die in december een zitting hield over het omstreden plan voor een nieuwe autoweg bij het prehistorische monument Stonehenge. Foto Adrian Dennis/AFP
Ingegraven Tories
De aanleg van de tunnel is inmiddels een „zwaar gepolitiseerd” onderwerp, stelt Kate Freeman van The Stonehenge Alliance vast. De Conservatieve Partij „heeft zich ingegraven en kan moeilijk terug”, denkt zij. De populariteit van de Tories staat landelijk onder druk en hier in de regio hebben ze nog veel kiesdistricten en gemeenten in handen. „Een lokaal verkeersprobleem oplossen zou hen helpen”, zegt Freeman, „al vraag ik me af of dat echt zo zou uitpakken met alle kritiek rond dit plan”.
Ook Unesco, de VN-organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur die de werelderfgoedlijst beheert, heeft bedenkingen. In 2022 stelde een Unesco-onderzoekscommissie vast dat een tunnel inderdaad een positieve invloed op het gebied zou hebben, omdat de huidige weg dwars door het erfgoed raast. Maar de bezwaren zijn groter: uitgravingen voor een tunnel zouden „een onomkeerbare negatieve impact hebben” vanwege het verwijderen van prehistorische stukken. Het gebied „is buitengewoon waardevol voor archeologisch onderzoek, er worden nog steeds nieuwe ontdekkingen gedaan die bijdragen aan ons begrip van de prehistorie”, schrijven de onderzoekers.
Uitgravingen voor een tunnel zouden „een onomkeerbare negatieve impact hebben” vanwege het verwijderen van prehistorische stukken
Wat zijn de alternatieven? Een snelweg die om het archeologische gebied heen leidt ligt voor de hand, maar daarbij stuit de overheid op problemen met andere grondeigenaren. In het noorden ligt een trainingsgebied van het ministerie van Defensie. En het land in het zuiden is in handen van rijke particulieren, onder wie de Britse artiest Sting. „Unesco is de partij die de minste weerstand kan bieden”, zegt Kate Freeman. De VN-club kan wel Stonehenge van de werelderfgoedlijst verwijderen. Dat zou een uitzonderlijk besluit zijn, dat Engeland wel al eerder is overkomen, bij de havendokken van Liverpool.
Besluit de rechter binnenkort in het voordeel van de overheid, dan gaat The Stonehenge Alliance zeker in hoger beroep, aldus Freeman. Dan overwegen ze een kort geding om de werkzaamheden tegen te houden, want die beginnen volgens de plannen al in april. Ze wijst naar de grafheuvels waar de weilanden rond Stonehenge mee zijn besprenkeld. „Duizenden jaren lang bestond er respect voor dit landschap. Zelfs de Romeinen schijnen er rekening mee te hebben gehouden. En nu dit.”

