"Hoe heeft het mannelijk beginsel, de 1, het vrouwelijk beginsel, de 0, de materie, geschapen? Door zichzelf om te buigen en de twee uiteinden samen te voegen. Op dat ogenblik werd de cirkel gevormd en deze stelt de materie voor, heel het universum. De 1, het scheppend principe, staat dus voorop in alle dingen en de 0, de schepping of het schepsel, volgt daaruit. Door de 1 voor de 0 te plaatsen, verhoogt men de macht ervan tienmaal: de 1 wordt 10. Maar als men het omgekeerde doet, ‛0,1’, vermindert men tien keer zijn kracht en waarde. Laten we dit verschijnsel nu overzetten naar het innerlijk leven: als jij jezelf, het schepsel, dat wil zeggen de 0, op de eerste plaats stelt, en de 1, het goddelijk principe, op de tweede plaats – achter jou –, dan verminder je je kwaliteiten en mogelijkheden tot vooruitgang. Als je daarentegen zegt: ‟Mijn God, alleen U bent werkelijk groot, machtig en wijs; ik ga U voor mij zetten, altijd op de eerste plaats, en ik zal U volgen”, dan vermeerder je je vermogens en word je de 10. Kijk, dat is de houding van een waarachtige spiritualist: hij geeft de eerste plaats aan God om goed geadviseerd en goed geleid te worden."
Man protesteert tegen het toerisme in het centrum van Barcelona, Spanje, november 2024. Foto Jorge Mantilla/ Getty Images
Het irriteert McClanahan dat sommigen zich vastbijten in een onderscheid tussen reizigers en toeristen, waarbij ‘reiziger’ staat voor een onderzoekend type dat een authentieke ervaring najaagt en ‘toerist’ voor iemand die tevreden is met het verorberen van clichés en voor toeristen bedacht vermaak. In de praktijk is het belangrijkste verschil tussen deze twee termen, schrijft McClanahan, dat we ‘reiziger’ liefst voor onszelf gebruiken en ‘toerist’ voor de ander. Het is goed om te beseffen dat iedereen die zichzelf reiziger noemt, in ieder geval óók toerist is.
McClanahan maakt liever onderscheid tussen de ‘oude’ en de ‘nieuwe’ toerist. De ‘nieuwe toerist’ is zich anders dan de oude bewust van de impact die zijn bezoek heeft op een bestemming, en hoopt die beter achter te laten dan hij hem aantrof. De nieuwe toerist staat open voor ontmoetingen met mensen die een heel andere achtergrond hebben en komt thuis met inzichten die zijn scepsis voeden over de manier waarop de dingen in eigen land zijn geregeld.
Heb je zin om mee te doen? Nan en ik nodigen je van harte uit voor een meditatief uur vroeg in de middag. Zingen in het winterse bos, natuurlijk deze keer in Kerstsfeer. Stemmige en lieflijke kerstliederen zingen, waarmee we warmte brengen aan de omgeving en aan onszelf.
Ook als je van zingen houdt, maar wijs houden soms moeilijk vindt, ben je welkom. Het is gewoon fijn om met elkaar te zingen in een oud gebied. Ik zal deze keer voor wat extra vuur zorgen! Hoe, dat zie je vanzelf als je in het bos komt. Het zou leuk zijn als je zelf een kerst- of winterlied meeneemt, dan kunnen we dat ook zingen.
Nan is een ervaren zangamateur, ze neemt ons als vanzelf mee in het zingen. Ik ben thuis in het gebied en ben heel blij dat we het landgoed op deze manier wat kunnen openstellen.
Als je mee wilt doen, dan graag je even bij mij opgeven.
Praktisch Woensdagmiddag 11 december 2024 om 13.30 uur De duur is onbekend, meestal duurt het maximaal 1,5 uur. Verzamelpunt is bij de loods (via Schellerbergweg 18 a, Zwolle). Hetzelfde punt als in november. Kom je nieuw, dan zal ik het je tevoren nog even uitleggen. Neem zelf iets te drinken mee en evt. een zitkussentje of zoiets En een kerst- of winterlied! Goed schoeisel is aanbevolen. Meedoen is gratis Opgave uiterlijk de dag tevoren bij mij (Thera) via whatsapp 06 51 55 59 10 of een reply. Doe je al regelmatig mee, dan hoef je je niet steeds opnieuw aan te melden.
Er leven in Europa 11 miljard kippen, 142 miljoen varkens, 76 miljoen runderen, 62 miljoen schapen en 12 miljoen geiten.
Veel van deze dieren zijn aan het zicht onttrokken, maar de megastallen waarin ze wonen hebben wel buren. Het fotoproject Long Shadow van Selene Magnolia Gatti gaat over die buren.
Je ziet in deze omgeving in Noord-Beieren steeeds mer de terugkeer van Krampus, of de Percht; afzichtelijk geklede mannen in optocht die angst aanjagen. Het betreft eigenlijk in deze adventstijd de opkomst uit de Nederwereld van de vrouwelijke Zwarte Godin. In christelijke tijd werd ze in het Fichtelgebirge Zwarte Percht genaamd en rond deze tijd kwam ze op m'n hof ook boven. Helaas is deze vrouwelijke schikgodin door mannen weer overgenomen die schrik aanjagen, maar het is goede kracht en het is een overgangs aspect van de Grote Godin, die in rust geeerd kan worden.
Het goede nieuws is, ze komt weer boven en heeft geen oud-chrstelijke angst riten nodig! De gang in de duisternis, het donker is een juiste weg om aan te zien en te ontmoeten: de eigen negativiteit!Eigenlijk is haar gestalte van Zwart Licht, een lichtvorm voorbij Aether-Licht en Kristal-Licht en minder van glas als Kosmisch-Licht, Stil-Licht en Eenheids-Licht (non duaal van aard). Maar wie kent deat onderscheid nog in de waarneming. de meesten blijven hangen in Zon-materieel Licht!
Zie hoe kramptachtig men er in Oostenrijk meer omgaat: https://www.facebook.com/reel/583650637477225
zie ook eerdere artikelen over dit verschijnsel: schrijf percht in de zoekmachine
Haar naam is waarschijnlijk uit het Hoogduitse peraht (= hel, glanzend) ontstaan en betekent 'de glanzende', 'de schijnende' of 'de schitterende'. Anderen gaan ervan uit dat de naam een Keltische oorsprong heeft.[1]
De vroegste vermelding over Perchta stamt uit de dertiende eeuw, maar mogelijk wordt zij al genoemd in teksten uit de elfde eeuw.[2] Taalonderzoek wijst uit dat de naam Perchta terug te herleiden is tot de Tweede Germaanse klankverschuiving. Jacob Grimm beschreef Vrouw Bercht, een vrouwelijke geest uit de tiende eeuw. Zij droeg een wit kleed en controleerde het spinnen en weven. De cultus van Perchta wordt genoemd in De decem praeceptis (1439) en de Thesaurus pauperum (1468). Latere kerkdocumenten brachten Perchta in verband met Diana, Herodias en Richella and Abundia.
Grimm bracht Perchta in verband met de Witte Vrouwen (denk ook aan de witte wieven), die in heel Europa bekend zijn.
Hedendaagse volkskundigen staan echter zeer wantrouwend tegenover oudere theorieën die een direct verband leggen tussen voorchristelijke gebruiken en 19e-eeuwse folklore.
Pop van de Atalanta hangend aan Grote brandnetel.Beeld Peter Bulsing
InterviewInsectenman
‘Minder maaien houdt de basis van de natuur overeind. En het kost niks’
Peter Bulsing heeft een hartenkreet voor beheerders van openbaar groen. Als je per se wilt maaien, beperk je dan tot 50 procent van het terrein. ‘Elk stukje groen behoort tot de natuur. En we kunnen dit morgen invoeren.’
De mens maait. Vraag Peter Bulsing niet waarom, want het maakt hem boos. “Maaien is iets dwangmatigs”, zegt de gepensioneerde ambtenaar natuur- en milieueducatie van de gemeente Haarlem. In zijn werkzaam leven is het hem niet gelukt om het groenbeheer vriendelijker te maken voor insecten en andere ongewervelden. Met een nieuw boek probeert hij dat alsnog.
Openbaar groen, verantwoord ecologisch beheer is de titel van ruim 150 pagina’s. Maar de strekking van het boekje laat zich in één korte zin samenvatten: maai maar de helft. “De kruidlaag is rijk aan ongewervelden. Maai je die helemaal weg dan vaag je in één klap een hele biotoop weg”, legt Bulsing uit. “Daarmee breng je ernstige schade toe aan de onderste laag van de voedselpiramide.”
Bulsing stond al twee keer eerder in Trouw. De krant omschreef hem als insectenman. In zijn vorige boek Naar een natuurrijke tuin (2023) pleitte hij voor een bewustere manier van tuinieren, met oog voor de vele haast onzichtbare organismen. Nu doet hij min of meer hetzelfde, maar dan voor beheerders van groenstroken, bermen en watergangen.
Peter Bulsing, de insectenman.
In Nederland zijn maar 413 gewervelde soorten
“Als je alle voedselketens op aarde gaat herleiden tot de bron kom je uit bij de flora en de ongewervelden. Alle bouwstoffen zitten in de grond en omdat wij geen bordje aarde willen eten, hebben we die basis van planten en insecten, spinnen, wormen, weekdieren en schimmels nodig om zelf te kunnen leven. Die basis moet heel breed zijn, en elke laag daarboven kleiner, vandaar de piramide.”
In Nederland leven meer dan 27.000 ongewervelde en maar 413 gewervelde soorten. “Die ongewervelden zijn het voedsel voor soorten hogerop, zoals vogels en kleine zoogdieren, ze bestuiven zaadplant, ze zuiveren water, en ze ruimen op: ook dood materiaal wordt gegeten en afgebroken.”
Van de vier vegetatielagen moslaag, kruidlaag, heesterlaag en boomlaag, is vooral de kruidlaag rijk aan ongewervelden, vooral insecten. En die hebben altijd last van maaimachines, vertelt Bulsing. “Elk stadium in de lange fase van ei tot imago, het volwassen insect, is van belang. Insecten doen niet aan elke mei een ei, zoals vogels. De voortplantingstijden zijn soortafhankelijk en liggen verspreid door het jaar, waardoor er in de kruidlaag altijd eitjes, nimfen, larven en poppen leven. Die zijn niet of nauwelijks mobiel, die mol je tijdens het maaien. En ongewervelden sterven nadat ze eitjes hebben gelegd, die kunnen niet aan een tweede leg beginnen of het volgende jaar een nieuw nest, dus je molt hele generaties.”
Larve van de Groene gaasvlieg of Goudoogje.Beeld Peter Bulsing
‘Structureel en bewust maaien is ecocide’
Insecten hebben het al zwaar door vermesting, verzuring en verdroging van de natuur, en door het gebruik van pesticiden in de landbouw. “Dat zijn allemaal oorzaken van de dramatische terugval van insecten en andere ongewervelden. Maar ook het maaibeleid zorgt daarvoor.
“De internationale unie voor natuurbehoud IUCN spreekt van ecocide als men moedwillige handelingen verricht met de wetenschap dat er een aanzienlijke kans bestaat dat ernstige en langdurige schade aan het milieu wordt toegebracht. Structureel en bewust maaien van de kruidlaag is dus ecocide. We beseffen niet welke waarde de ongewervelden ook voor ons voortbestaan hebben. Het is ook ónze voedselpiramide, we zijn ons eigen bestaan bewust aan het vernielen, alleen voor economisch gewin en omdat het er strak en opgeruimd uit moet zien.”
Bulsing wil doordringen tot de mensen die verantwoordelijk zijn voor het groenbeheer, zegt hij. Bestuurders van provincie, gemeentes en waterschappen. Maar ook de uitvoerders bij ambtelijke diensten en hoveniersbedrijven die ze inhuren.
“Ze denken te floristisch, houden alleen rekening met drachtplanten. Met hun bloemen leveren die stuifmeel en nectar, dat is belangrijk voor insecten, maar niet genoeg. Je moet ook zorgen voor voldoende waardplanten, de planten waarvan het overgrote deel van de ongewervelden leeft. Als ze al een maaibeurt overleven, zijn die waardplanten weg.”
Larve van Zevenstippelig lieveheersbeestje.Beeld Peter Bulsing
‘Maai maar 50 procent’
Daarnaast zorgt de kruidlaag voor een microklimaat waarin de ongewervelden goed gedijen, vertelt Bulsing. “De begroeiing zorgt daar voor een lagere temperatuur en een hogere luchtvochtigheid dan de omgeving heeft. Als je die wegmaait, breng je ook het bodemleven grote klappen toe want je laat de zon doordringen tot de aarde die dan sneller opwarmt. En de ongewervelden missen beschutting.”
Daar kunnen alle mooie natuurinclusieve maatregelen niet tegenop, stelt Bulsing. “Muurkastjes, groene gevels en daken, inheemse planten en vijvers zijn goed voor allerlei soorten, maar we zijn de dieren met een kleien actieradius aan het verliezen door alles te blijven maaien. En ze komen ook niet terug, want zonder een ongemaaid stuk kan nieuw leven uit de omgeving een gebied niet koloniseren. Vandaar mijn advies om niet meer dan 50 procent te maaien en te zorgen dat de gemaaide delen overbrugbaar zijn voor de ongewervelden die in de ongemaaide delen leven.”
De Amerikaanse bioloog Edward Osborne Wilson heeft hem op dit idee gebracht, vertelt Bulsing. Wilson beschreef meer dan 400 soorten mieren, legde de basis voor de sociobiologie (gericht op de evolutionaire oorsprong van sociaal gedrag) en was een groot pleitbezorger van natuurbescherming. “Hij zei: wil je 80 procent van de biodiversiteit en biomassa beschermen, dan moet je 50 procent van het leefgebied ongemoeid laten.”
Biomassa is alle organismen binnen een biotoop, doceert Bulsing. Biodiversiteit is alle soorten in zo’n gebied. “We zijn nu de biomassa aan het vernietigen, en dat gaat inmiddels ten koste van de biodiversiteit.”
Larven van de Scheerlingzaadgalmug in gallen op Duizendblad.Beeld Peter Bulsing
‘Verzameld maaisel is een grafheuvel’
12 procent van het Nederlandse grondoppervlak is natuur. “We zijn de natuur op een hele hoop grond aan het vernielen. Ander bermbeheer, ook door Rijkswaterstaat langs de oevers van de rivieren, kan het natuurareaal flink vergroten. Alleen door dingen te laten en zonder extra middelen. We hebben het pesticidenprobleem niet zomaar opgelost, het mestprobleem, de stikstofcrisis en de waterverontreiniging ook niet. Maar het maaibeheer is te veranderen. Laten we hiermee beginnen. Het kost niks.”
Maai het ene jaar 50 procent en het ongemaaide deel het jaar daarop, zegt Bulsing. Soms laten groenbeheerders maaisel liggen. Goed bedoeld, maar het heeft geen enkel nut, zegt Bulsing. “Nimfen, larven, poppen en eieren zijn nauwelijks of niet mobiel en de waardplanten zijn weggemaaid. Verzameld maaisel is een grafheuvel. Ook in de winter miegelt het van de ongewervelden. Geef ze een kans te overleven.”
“We kunnen dit morgen invoeren. Elk stukje groen behoort tot de natuur. We moeten deze aardkloot leefbaar doorgeven aan onze kinderen en kleinkinderen. De aarde zelf overleeft wel, maar de mensheid sterft uit als wij niets doen aan het herstel van de biomassa. Wil je daaraan meewerken door te knoeien aan de bestaansbasis van alle organismen?”
Eindeloos scrollen langs domme plaatjes: ‘hersenrot’ door Oxford verkozen tot woord van het jaar
Ben je urenlang gedachteloos aan het scrollen op Instagram en TikTok? Als dat zo is, lijd je misschien aan ‘hersenrot’, ofwel ‘brain rot’. Dat woord is nu verkozen tot woord van het jaar door de Britse Universiteit van Oxford. Maar bestaat het wel echt?
Marlies van Leeuwen
De term geeft de bezorgdheid weer over de impact van het consumeren van buitensporige hoeveelheden online inhoud van lage kwaliteit, vooral op sociale media. ‘Hersenrot’ wordt dan ook gedefinieerd als de verslechtering van de intellectuele toestand van een persoon, als het resultaat van dit soort overconsumptie.
Het woord werd al langer graag gebruikt op sociale media onder Gen Z (geboren tussen 1997 en 2012) en Gen Alpha (2013 tot nu), maar wordt inmiddels ook door oudere generaties gebruikt. Het gebruik van het woord steeg van 2023 tot 2024 met 230 procent, schrijft de BBC.
Het woord ‘hersenrot’ werd al lange tijd geleden gebruikt, nog ver voordat het internet werd uitgevonden. Zo schreef Henry David Thoreau in zijn boek Walden erin 1854 al over. Hij bekritiseerde in het boek de neiging van de maatschappij om complexe ideeën te versimpelen en maakte zich zorgen over hoe dit een algemene achteruitgang in mentale en intellectuele inspanning veroorzaakt. Hij vraagt zich af waarom Engeland ‘zich inspant om aardappelrot te genezen', maar ‘niemand zich bekommert om hersenrot te genezen - die zoveel wijder en dodelijker heerst?’
Dat ‘hersenrot’ nu verkozen is tot woord van het jaar is een ‘symptoom van de tijd waarin we leven’, zegt psycholoog en hoogleraar Andrew Przybylski van Oxford. Hij zegt wel dat er geen bewijs is dat ‘brain rot’ echt iets is. ,,Het beschrijft vooral onze ontevredenheid met de online wereld en het is een woord dat we kunnen gebruiken om onze angsten die we hebben rond sociale media samen te vatten.”
Elk jaar bestormen Spaanse militairen het Brabantse Empel om het wonder uit 1585 te herdenken
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog zaten Spaanse troepen als ratten in de val bij Empel, omringd door staatse schepen op de Maas. Met dank aan de Heilige Maagd Maria, zo luidt de overlevering, werden zij gered: het Wonder van Empel. Dat brengt nu elk jaar nog honderden Spanjaarden naar Brabant.
is regioverslaggever van de Volkskrant in Zuid-Nederland. 1 december 2024,
Spanjaarden herdenken het Wonder van Empel.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Het is zaterdagmorgen net boven het vriespunt wanneer een groep van zo’n 250 Spanjaarden bij het Brabantse dorpje Oud-Empel, vlakbij Den Bosch, in een lange stoet de dijk van de Maas oploopt. Eenmaal bij het water aangekomen plaatsen enkele militairen in uniform in het zompige gras wat Spaanse vlaggen en een replica van een metalen helm uit de Tachtigjarige Oorlog, naast een houten paneel met daarop de beeltenis van de onbevlekte ontvangenis van Maria.
Er volgen toespraken in het Spaans, waarin de sprekers verslag doen van zowel de Slag bij Empel als van het Wonder van Empel, toegeschreven aan Maria. Nederlandse aanwezigen, die verreweg in de minderheid zijn, kijken het jaarlijks terugkerende tafereel aan met een mengeling van verbazing en verwondering.
‘Zelfs veel inwoners van Empel kennen het Wonder van Empel niet – het leeft hier niet zo’, erkent Piet de Jong, pastor in de Heilige Landelinuskerk in Empel. ‘Maar in Spanje des te meer. Daar komt het Wonder van Empel gewoon voor in de geschiedenisboekjes op school.’
Doorgestoken dijken
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog zaten in december 1585 zo’n vierduizend Spaanse soldaten vast bij Empel, omsingeld door staatse schepen op de Maas en omgeven door water – de dijken waren doorgestoken. Al vijf dagen doorstonden de Spanjaarden zware ontberingen van kou, regen, honger en beschietingen. Een capitulatie leek onvermijdelijk.
Advertentie
Om zich te beschermen groeven ze zich in rond de kerk van Empel. Bij die graafwerkzaamheden vond een soldaat een beeltenis van de onbevlekte ontvangenis van Maria. De Spanjaarden plaatsten die in het kerkje en begonnen te bidden. Nog diezelfde dag werden hun gebeden volgens de overlevering al verhoord: het begon flink te vriezen.
Over wat hierna gebeurde op 8 december 1585, verschillen de lezingen. Volgens de ene moesten de schepen van de staatse troepen zich ijlings terugtrekken naar het open water om niet ingevroren te raken, waarna de Spaanse manschappen veilig konden ontkomen naar ’s-Hertogenbosch.
Volgens een andere lezing hadden de Spanjaarden juist versterking gekregen vanuit Den Bosch. Ze bestookten de staatse schepen, die zich daarop terugtrokken, om vervolgens vast te lopen in het ijs. Daarbij zouden ook veel schepen door de Spanjaarden in brand zijn geschoten.
Hoe het ook zij, het Wonder van Empel was volgens de Spanjaarden geschied dankzij de gebeden tot de Heilige Maagd Maria. En dus vieren ze de Slag bij Empel nog steeds als een onverwachte maar klinkende overwinning.
‘El milagro’
‘Voor ons is dit een heel belangrijke historische gebeurtenis’, zegt Javier Menendez (62), een overheidsambtenaar uit Gijón (in Asturië) die veel interesse heeft in de militaire geschiedenis van zijn land. Hij is vrijdag met zijn vrouw Encarna Alonso (62) naar Brussel gevlogen, heeft een auto gehuurd en een hotel geboekt in de buurt, allemaal om deze herdenking mee te maken. Zijn vrouw maakt intussen een foto van haar man voor de wapperende vlag met de tekst ‘El Milagro de Empel’ die naast de Mariakapel op de dijk staat.
‘Het is ook een symbool van hoop en geloof’, zegt een jongeman die met zijn broer en vriend naar Empel is gereisd. Voor de kapel zingen de Spanjaarden, onder wie veel militairen van Navo-bases in Brussel, Mons en Brunssum, de Himno de Infanteria, het ‘volkslied’ van de Spaanse infanterie. Ook de hoogste Spaanse generaal bij de Navo in Brussel is aanwezig bij de plechtigheid, die wordt besloten met een gemeenschappelijke Spaans-Nederlandse heilige mis in de Landelinuskerk in Empel.
Door het Wonder van Empel heeft de Mariaverering in Spaanse militaire kringen een vlucht genomen. De Heilige Maagd is patrones van de Spaanse infanterie. Eerder werd 8 december, als de Spanjaarden de onbevlekte ontvangenis van Maria vieren, al uitgeroepen tot nationale feestdag. Om die reden wordt de herdenking van het Wonder van Empel een week eerder gehouden.
Lachende Vis
Net zo bijzonder als het wonder zelf is de manier waarop het jaarlijkse Spaanse evenement aan de Maas tot stand is gekomen. Pas in 2000 is de kapel van Onze Lieve Vrouw van Empel gebouwd, als genoegdoening voor omwonenden, die last hadden van de werkzaamheden voor de dijkverhoging.
Ongeveer in diezelfde tijd begon een aantal Spaanse militairen zich bezig te houden met het Wonder van Empel, en vooral met de prangende vraag: waar heeft dat nu precies plaatsgevonden? In 2006 toerde een Spaanse luitenant-kolonel met zijn motor over de Maasdijk bij Empel, toen hij op de Mariakapel stuitte, schuin tegenover eetcafé De Lachende Vis. Hij belde meteen zijn superieur: ‘General, la capilla existe!’ (‘Generaal, de kapel bestaat!’). Een jaar later arriveerde de eerste Spaanse delegatie om het Empelse mirakel te gedenken.
Spanjaarden bij de kapel.Beeld Marcel van den Bergh
‘Het is in de loop van de jaren steeds groter geworden’, constateert Evert Reuser, bestuurslid van de stichting die de Mariakapel beheert en de organisatie van de Spaanse herdenkingen ondersteunt. De kapel wordt het hele jaar druk bezocht door Spaanse toeristen, als een soort bedevaartsoord, zegt hij: ‘In het gastenboek lees je veel Spaanse commentaren.’
Nederlagen genegeerd
Bill MacDonald, een Amerikaanse Spanjaard, is vanuit Madrid naar Empel gekomen en draagt een Spaanse vlag uit de Tachtigjarige Oorlog over zijn schouders. ‘Tot drie jaar geleden had ik er ook nog nooit van gehoord, hoor’, zegt hij. Via zijn zwager en schoonzus, die bij de EU in Brussel werken, is zijn interesse gewekt.
Hij is financieel specialist en heeft met belangstelling de toespraken van de militairen aangehoord. Hij weet te vertellen dat de Spanjaarden bij de slag veel ‘Hollandse’ schepen hebben verwoest. Het verbaast hem niks dat daarover in Empel en de rest van Nederland zo weinig bekend is. Lachend: ‘In de nationale geschiedenis van landen krijgen overwinningen altijd meer aandacht dan nederlagen.’