Een van de vier Nederlandse topwetenschappers krijgt anderhalf miljoen om aan hun werk te besteden
Judith Pollmann: ‘In ons geschiedenisbeeld ligt een gat in de eerste helft van de 18de eeuw’
De historicus Judith Pollmann (1964) is hoogleraar vroegmoderne geschiedenis in Leiden. Volgens de jury van de Spinoza-premie is zij „een nieuwsgierige wetenschapper die haar collega’s uitdaagt met nieuwe perspectieven en een originele aanpak”.
Recentelijk publiceerde ze een boek over de Nederlandse burgeroorlog die – zo zou je kunnen zeggen – het échte verhaal vormde achter de nationale mythe van de opstand tegen Spanje in de zestiende eeuw (1572. Burgeroorlog in de Nederlanden). En ze onderzoekt ongebruikelijke bronnen, zoals lokale kronieken.
En mede die kronieken inspireren nu een van de onderzoeksonderwerpen waaraan ze de Spinoza-premie wil gaan besteden. Ze zegt het in een video-interview. „In ons geschiedenisbeeld ligt een gat in de eerste helft van de achttiende eeuw. We hebben een goed verhaal over wat we de Gouden Eeuw noemden tot 1672, en we weten ook weer alles vanaf 1750, met de Verlichting, de patriottenbeweging en de opkomst van de natiestaat. Maar daartussen? Het komt vaak neer op de enorme staatsschuld en dat het militair niet zo goed ging.”
Maar, zegt ze, „waarom waren die mannen van het pek en teer van de 17de eeuw toen opeens niet meer in staat om vernieuwing te omarmen? In die kronieken, een soort lokale dagboeken, zie ik sporen van iets heel anders. Die kronieken bevatten dan steeds meer cijfers en ze slaan een andere toon aan over manieren om problemen op te lossen. Er is – denk ik – wel degelijk iets aan het veranderen, maar daarvoor moeten we misschien naar andere archieven kijken, niet per se in de grote steden, maar wel in die van de provincies, Holland, maar ook de Staten van Overijssel, of Gelderland, die hadden de macht om na te denken over vervoer, posterijen, demografie. Dat wil ik onderzoeken.”
En Pollmann wil nog veel meer weten. Bijvoorbeeld welke kennisinfrastructuur er bestond op het platteland van, zeg, 1450 tot 1850. „De ‘inheemse’ kennis over hoe je met het landschap en het water omging, met landbouwtechnieken, met voedsel, met ziekte, alles. In feite alles wat door de moderne wetenschap later als bijgeloof en achterlijkheid is afgedaan! Met moderne technieken kun je die oude gewoontes nu veel beter onderzoeken, alleen al omdat je nu kunt zoeken in gedigitaliseerde handschriften.”
En dat is echt relevant voor ons eenentwintigste-eeuwers, bepleit Pollmann vanuit haar werkkamer in Leiden. „Dit soort onderzoek kan ons ook nu helpen beter om te gaan met verschillende methodes van kennisverwerving, in respect voor andere epistemologieën zoals Unesco het zo mooi verwoordt.”
bron: https://www.nrc.nl/nieuws/2025/06/27/deze-vier-nederlandse-topwetenschappers-krijgen-anderhalf-miljoen-om-aan-hun-werk-te-besteden-a4898429#/krant/2025/06/28/#120
Geen opmerkingen:
Een reactie posten