zaterdag 30 augustus 2025

alles heeft zijn einde ook vakantie

 Tourismus in Zeiten der Klimakrise

Das Ende des Reisens, wie wir es kennen

Wir werden in 20 Jahren nicht mehr in den Urlaub fahren – weil die Welt immer bedrohlicher wird. Das meint der Forscher Stefan Gössling. Aber warum betreibt einer, der nicht mehr ans Reisen glaubt, ausgerechnet einen Ferienhof?

30.8.2025, bron:  Spiegel.de
Bald, glaubt er, wird es sich einfach nicht mehr lohnen, viel Geld für Urlaub auszugeben, wenn man nicht mehr weiß, was man dafür bekommt. Schon jetzt könne man beobachten, wie das Klima sich ändert, wie das Ferienwetter die großen Trends bestätigt: Allein in diesem Sommer brannte es an vielen Orten Südeuropas, Deutschland versank im Juli im Regen, und Nordsee und Atlantik erreichten in diesem Jahr Rekordtemperaturen.
In Gösslings These fließt auch ein, dass man jetzt schon sehen kann, wie Orte an Attraktivität verlieren, weil es in Skigebieten keinen Schnee mehr gibt und Strände wegen des steigenden Meeresspiegels verschwinden.
»Was wir aber kollektiv als Erstes merken werden, sind die durch den Klimawandel verursachten massiven Kostensteigerungen. Klar, bei Lebensmitteln und Transport. Aber auch bei Faktoren, an die man nicht sofort denkt«, sagt Gössling. In den USA seien etwa die Preise für Versicherungen vor Feuer um zehn Prozent gestiegen, was an die Kunden weitergegeben werde. Manche Orte würden gar nicht mehr versichert, das Leben dort werde zu unberechenbar.

vrijdag 29 augustus 2025

vogelwalhalla Nederland

 

Hoe Nederland een paradijs werd voor exotische vogels

Nederland is het vogelwalhalla van Europa: nergens leven zoveel exotische soorten als hier. Hoe kan dat, en is het reden tot zorg? ‘Als iets exotisch is, wordt het snel geassocieerd met schadelijk.’
Dit artikel is geschreven door
Trouw, 29.8.2025
Het bruist rondom de Kralingse Plas in Rotterdam, en dit keer niet van de menselijke activiteit. Het is tropisch warm, maar een doordeweeks dag. Op de paden begeeft zich daarom slechts een handvol overmoedige wandelaars en hardlopers. Nee, het leven komt vandaag vanuit het groen. Vanaf de grasperkjes rondom het meer klinkt opgewonden gegak en uit de bomen stijgt vrolijk gekwetter op. Het zijn nijlganzen en halsbandparkieten.
Hoewel het (straat)beeldbepaalde vogels zijn in Rotterdam, die er rondvliegen alsof de stad van hen is, horen ze hier eigenlijk niet te leven. Nijlganzen en halsbandparkieten zijn exoten. De gans komt oorspronkelijk uit Afrika, de parkiet uit de Sahel en Zuid-Azië. Toch leven er tienduizenden exemplaren van beide soorten in Nederland.
Vanwege hun aantallen en hun kleurrijke verenkleed springen deze twee exoten nogal in het oog. Maar ze zijn niet alleen. In 2020 concludeerde Sovon Vogelonderzoek dat er in Nederland meer dan 250 soorten vogelexoten in het wild zijn vastgesteld. Een aantal van die exotische vogels is het gelukt om in Nederland te broeden en zo een gevestigde populatie te ontwikkelen, zegt Albert de Jong, woordvoerder bij Sovon.Per jaar kan het verschillen hoeveel soorten er broeden. “Soms zijn het er dertien of veertien, soms zestien. Het schommelt rond de vijftien.”
Ten opzichte van andere Europese landen is dat veel. Daar hebben tussen de een en negen exotische vogelsoorten zich permanent gevestigd, zegt De Jong. Zo is Nederland ruimschoots koploper en min of meer het Avifauna van Europa. Voorbeelden van exotische vogels die Nederland inmiddels als thuishonk claimen zijn de grote en kleine Canadese gans, de rosse stekelstaart en de casarca.

Vogels kunnen meeliften met het vrachtverkeer

Volgens André de Baerdemaeker, stadsecoloog bij Bureau Stadsnatuur, is er een aantal redenen waarom hier zoveel exotische vogelsoorten voorkomen. “Nederland is een knooppunt voor internationaal vrachtverkeer”, zegt hij. Diersoorten kunnen dus meeliften. In ballastwater of gewoon aan boord, zoals huiskraaien uit India deden.
“Die vlogen aan boord van zeeschepen en zaten gewoon in de mast van het schip. Ze lieten zich voeren door de bemanning. Want al die maanden op zee, dan is zo’n vogel die gezellig dichtbij komt ook wel leuk natuurlijk.” Het gevolg was dat enkele tientallen huiskraaien zich in Hoek van Holland vestigden.
Verder stammen veel vaste exotische vogels af van uit gevangenschap ontsnapte dieren. “Dat is eigenlijk de voornaamste route”, zegt De Baerdemaeker. “We zien iedere eerste voorjaarsdag van het jaar overal grasparkieten, valkparkieten en zelfs ara’s rondvliegen. Omdat het raam openstaat, ze de kooi uit vliegen, naar buiten gaan, de weg naar huis niet meer weten en blijven rondvliegen. De meeste vogels komen jammerlijk aan hun eind. Maar een aantal soorten heeft de juiste skills om stand te houden.”

Ontsnapt uit watervogelcollecties

Zoals halsbandparkieten. Die ontsnapten al in de jaren zestig. Ze broedden voor het eerst in 1968 in Den Haag, maar de populatie explodeerde pas in de jaren negentig. Volgens de meest recente telling van Sovon leven er nu zo’n 28.000 halsbandparkieten in Nederland. Daarnaast stijgt het aantal grote alexanderparkieten sinds een aantal jaren rap: van 58 exemplaren in 2010 tot 985 in 2025.
Ook zijn veel exotische vogels afkomstig uit watervogelcollecties, zegt De Baerdemaeker. De nijlgans, bijvoorbeeld. Ook die begon zich vanaf de jaren zestig over Nederland te verspreiden. Inmiddels leven er hier zo’n 40.000. Andere voorbeelden zijn de carolina-eend (uit Noord-Amerika), mandarijneend (China) en Indische gans (Zuid- en Centraal-Azië).
Er is volgens De Baerdemaker nog een laatste verklaring voor het hoge aantal exotische vogels in Nederland: het feit dat dit een waterrijk, vogelvriendelijk land is. “We hebben een klein landje waar ontzettend veel vogels bij elkaar zitten. Je kan geen minuut naar buiten kijken zonder een vogel te zien.” De leefomstandigheden zijn hier voor veel vogelsoorten aangenaam, ook voor exoten.

De halsbandparkiet vervult een ecologische niche

Dan de hamvraag: kan het kwaad dat Nederland zoveel exotische vogels herbergt? Volgens Albert de Jong van Sovon niet per se. “Dat is een beetje mijn frustratie. Als iets exotisch is, wordt het snel geassocieerd met schadelijk. Er zijn eigenlijk weinig voorbeelden van exotische vogels in Nederland die daadwerkelijk een gevaar vormen voor andere soorten.”
Zoiets is overigens zelden zwart-wit. Neem de halsbandparkiet. Die vervult een specifieke ecologische ‘niche’, zegt De Jong. Inheemse parkietachtigen zijn er immers niet in West-Europa. Plus: er is hier genoeg voedsel te vinden. Net als nestholten om jongen in groot te brengen.
Maar uiteindelijk concurreren ze wel met inheemse vogels. “Ik heb gezien dat ze jonge kauwen van het nest trekken en eruit werpen”, zegt Janneke van der Loop, invasieve-exotenexpert bij het Nederlands Expertise Centrum Exoten. “Op een gegeven moment krijgen inheemse soorten daar last van.”

De agrarische sector is niet blij met de nijlgans

Een plant- of diersoort wordt wettelijk gezien als een invasieve exoot als die voor schade zorgt, zegt Van der Loop. “Aan de biodiversiteit, aan de economie of aan de volksgezondheid.” Invasieve exoten kunnen volgens de definitie die de Nederlandse overheid hanteert alleen uit andere continenten komen. “Ook al zijn er ook Europese soorten die zich invasief kunnen gedragen.”
Nijlganzen zijn een invasieve exoot, wat ook betekent dat ze bestreden (afgeschoten) worden. “Dat heeft niet zozeer met concurrentie met andere soorten te maken”, zegt De Jong, “maar met het feit dat de soort voor schade in de landbouw zorgt. Ze eten veel gras, dat vindt de agrarische sector niet leuk.”
Ook de huiskraai is een invasieve exoot: volgens de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit zorgen ze voor overlast voor mensen en ongewenste concurrentie voor inheemse dieren. De tientallen exemplaren uit Hoek van Holland zijn vanaf 2013 uitgeroeid.

Invasieve exoten zijn niet het probleem

André de Baerdemaeker vindt het hypocriet dat invasieve vogels ‘de zwartepiet toegespeeld krijgen’. “Wij brengen de ecosystemen hier aan het wankelen en gaan vervolgens wijzen naar invasieve exoten als probleem”, zegt hij. “Ik snap dat een invasieve indringer niet helpt wanneer je een kwetsbare soort in stand probeert te houden. Maar als men het fanatisme waarmee men exoten bestrijdt aan de dag zou leggen om andere ecologische problemen op te lossen, dan zouden we een stuk verder de goede kant op gaan.”
Bovendien is het arbitrair wát een exoot is. Fazant werden bijvoorbeeld duizenden jaren geleden door de Romeinen vanuit China naar Nederland en Europa geïmporteerd voor de jacht, zegt De Baerdemaeker. Volgens Sovon bedraagt de winterpopulatie nog altijd 50.000 tot 100.000 exemplaren. De fazant is ‘de enige ingeburgerde exoot’, zegt De Jong. De vogel wordt wettelijk beschermd, net als inheemse vogels.
Maar de stadsduif, een gedomesticeerde versie van de rotsduif, afkomstig uit Zuid-Europa en Centraal- en Zuid-Azië, komt ook al sinds de Romeinse tijd voor in Nederland. Volgens De Baerdemaeker werden ze gegeten en jarenlang gehouden voor de duivensport. Alleen wordt de stadsduif niet als inheemse soort beschouwd en dus niet wettelijk beschermd. “Het is een classificering die wij als mensen aanbrengen. Dat is arbitrair”, erkent De Jong.

Klimaatvluchtelingen zetten ons voor een filosofisch vraagstuk

Die vraag wat inheems is en wat is exotisch zal de komende jaren blijven spelen. Volgens De Baerdemaeker is het ‘gouden tijdperk van exotenverspreiding’ voorbij, omdat de aandacht voor natuur, biodiversiteit en exoten is gegroeid. Het tijdperk der ‘klimaatvluchtelingen’ is aanstaande, denkt hij: vogels zullen vanuit Zuid-Europa hierheen trekken, omdat het klimaat ze meer aanstaat.
“Een voorbeeld daarvan is de Cetti’s zanger. Die wordt niet als invasieve exoot bestempeld, omdat-ie op eigen kracht hierheen komt. Die verlegt op natuurlijke wijze zijn leefgebied. De discussie die dan ontstaat is: klimaatopwarming is een door de mens ontstaan effect, dus moeten die nieuwe soorten dan als onnatuurlijk gezien worden of niet? Dat is eigenlijk een heel filosofisch vraagstuk.”
Die vraag zal vermoedelijk pas over jaren worden beantwoord. Maar, logischerwijs, niet door de vogels bij de Kralingse Plas. Die hebben het voorlopig druk met wat anders: het stijgende kwik. De meeste nijlganzen zijn naar de schaduw of het water verplaatst. Zelfs de halsbandparkieten laten zich niet meer zien. Maar horen? Dat wel.

woensdag 27 augustus 2025

gevolg stalbeton- aarde voor koeien

 

Meer dan een kwart van de koeien loopt kreupel. ‘Hun benen zijn niet gemaakt voor betonnen stalvloeren’

Ruim een kwart van de melkkoeien loopt kreupel, blijkt uit een groot data-onderzoek van verschillende universiteiten. Als koeien meer de wei in kunnen, kan dat veel klachten voorkomen.


Ongeveer 28 procent van de melkkoeien loopt in meer of mindere mate kreupel. Bij ongeveer een derde van die kreupele koeien zijn de klachten zo ernstig dat ze een poot volledig proberen te ontlasten als ze staan of lopen. Dat concluderen onderzoekers van de universiteiten van Utrecht en Wageningen samen met collega’s van de Cornell University in New York.

bron: https://www.trouw.nl/duurzaamheid-economie/meer-dan-een-kwart-van-de-koeien-loopt-kreupel-hun-benen-zijn-niet-gemaakt-voor-betonnen-stalvloeren~ba93c6f7/

dinsdag 26 augustus 2025

Pilotengat in de lucht

 

Wat is een pilotengat?

Het pilotengat, gefotografeerd vanuit Bedum

Het pilotengat, gefotografeerd vanuit Bedum Foto: Henk Huitsing

Een groot ellipsvormig gat in de bewolking heeft verbazing gewekt bij velen in Noord-Nederland. Nader onderzoek gisteren leerde dat zich maandagavond een bijzonder weersverschijnsel heeft voorgedaan: een zogeheten ‘pilotengat’.

Het was een onnatuurlijk mooi gevormd gat in de bewolking, afgetekend met een scherpe rand. Veel noorderlingen vergaapten zich aan dit verschijnsel en plaatsten er foto’s van op sociale media. ‘Wow bijzonder!’, schrijft de één. ‘Buitenaards leven dat af en toe langs komt’, schrijft een ander met een knipoog. En: ‘Het lijkt wel een immens      schotel.’.

‘Paar keer per jaar’

Weerman Peter Kuipers Munneke van de NOS kent het verschijnsel pilotengat. „Je ziet ze niet vaak, in Nederland misschien een paar keer per jaar. Omdat het zo opvallend is worden veel foto’s gemaakt en gaat zo’n gat viral op de sociale media. Dat zie je bijvoorbeeld ook bij waterhozen.”

Volgens Kuipers Munneke ontstaan de pilotengaten door vliegtuigen die door de wolken vliegen. Het heeft te maken met de lucht die door de straalmotoren gaat. Die wordt samengeperst, en zet achter het vliegtuig weer uit. „Door die uitzetting ontstaat kou”, legt de weerman uit. „In die wolk is het al -10 tot -20 graden, en deze kou komt daar bovenop.”

Domino-effect

Die extra kou is net het laatste zetje dat onderkoelde waterdruppels nodig hebben om te bevriezen, zegt de NOS-weerman „Er ontstaan dan ijskristallen die een aanzuigende werking hebben op andere onderkoelde druppels, die ze als het ware weg eten. Je moet het zien als een soort domino-effect, dat gelijkmatig verloopt. Daardoor ontstaat dat mooie, scherp afgetekende gat.”

Zo’n gat kan alleen ontstaan als de omstandigheden precies goed zijn, vandaar dat het een zeldzaam fenomeen is. „Het moeten wolken op 3 tot 4 kilometer hoogte zijn, en de temperatuurdaling moet precies goed zijn”, legt Kuipers Munneke uit. ‘Een graad meer of minder maakt al heel veel uit.”

Ook vanuit Leek was het gat goed zichtbaar
Ook vanuit Leek was het gat goed zichtbaar Foto: Meta Mulder-Veening

Het ontstaan van pilotengaten was vroeger een raadsel

De pilotengaten treden soms op sinds vliegtuigen uitgerust werden met straalmotoren. Het was lang onduidelijk waardoor ze ontstonden. „Het heeft halverwege de vorige eeuw zo’n tien jaar in beslag genomen voordat ze daar achter kwamen”, weet Kuipers Munneke. „Zo’n pilotengat ontstaat pas tien tot twintig minuten nadat een vliegtuig gepasseerd is. Het duurde lang voordat de link gelegd werd.”

woensdag 20 augustus 2025

het nederlandse zandlandschap is te kleinschalig voor zulke boerenbaronnen

 

Grootste melkveebedrijf van Nederland failliet: 'We hoorden het via de media'

Het grootste melkveebedrijf van Nederland, Vreba Melkvee in Vredepeel, is failliet. Het bedrijf met zijn enorme stallen is een begrip in de agrarische wereld. Eerder had Vreba Melkvee twee boerderijen in de Achterhoek.

bizar dat gekouw op plastic... vanaf nu op de zwarte lijst

 

Gezondheidsexperts: ‘bizar’ dat plastic in kauwgom niet op verpakking vermeld staat

Is het vreemd dat op shampoo wel moet staan dat er plastic in zit, maar op kauwgom niet? Gezondheidsexperts vinden van wel. De kauwgomindustrie is zich van geen kwaad bewust.

Dit artikel is geschreven door

Houtlijm. Fietsband. Plastic flesjes. Niet direct waar je aan denkt als je een kauwgompje in je mond stopt. Toch is dit ongeveer waar je op kauwt. Polyvinylacetaat (houtlijm), butylrubber (fietsband), polyethyleen (flesjes), en een rits andere plastics behoren tot de kerningrediënten van kauwgom.

Niet dat je dat ziet als je op een potje Mentos of pakje Sportlife kijkt. Nergens op de verpakkingen staat vermeld dat ze plastic bevatten. In de ingrediëntenlijst staat enkel de term ‘gombasis’. De specifieke mix van plastics is een geheim recept van fabrikanten.

Prominente gezondheidsdeskundigen vinden dit zorgwekkend, blijkt uit een rondvraag van Trouw. “Het is bespottelijk dat op de verpakking niet hoeft te staan dat er plastic inzit”, zegt analytisch chemicus Marja Lamoree (Vrije Universiteit). Over de potentiële gezondheidsrisico’s van eventuele (micro)plastics in kauwgom is weinig bekend, maar fabrikanten zouden op zijn minst duidelijk moeten maken dat consumenten op plastic kauwen, vindt ze.

Bron: https://www.trouw.nl/duurzaamheid-economie/gezondheidsexperts-bizar-dat-plastic-in-kauwgom-niet-op-verpakking-vermeld-staat~b83f808b/


dinsdag 19 augustus 2025

just going into Nature...


 "You must go in quest of yourself, and you will find yourself again only in the simple and forgotten things. Why not go into the forest for a time, literally? Sometimes a tree tells you more than can be read in books… "

Carl Jung

zondag 17 augustus 2025

de levende stenen ziel van Twente

 

Onderzoeker en schrijver Willy Berends bij de koepel op de Tankenberg waar volgens hem de geschiedschrijving van de stam Twente begint.
Onderzoeker en schrijver Willy Berends bij de koepel op de Tankenberg waar volgens hem de geschiedschrijving van de stam Twente begint. © Robin Hilberink

Schrijver Willy Berends levert ‘keihard bewijs’: Twente is een stam

Willy Berends beschrijft in zijn nieuwste boek de Twentenaren als de laatste stam van Nederland. Het werk omvat de afgelopen 2000 jaar van die stam en weegt een kilo. De Enschedeër voelt zich deel van de stam Twente. „Ik wil alleen nog naar onszelf luisteren”, zegt hij. Maar dan slaat hem de schrik om het hart...
Tubantia, Frank Timmers  

Je kunt het beste met Willy Berends praten op de Tankenberg bij Oldenzaal. Hier stond heel lang geleden een tempel. De Romein Tacitus schreef 14 na Christus dat de stam Tubanti op deze plek de godin Tanfana vereerde. Dichtbij lag een offersteen van bijna 8000 kilo, die later naar het centrum van Oldenzaal is verplaatst. Daar ligt ze nog steeds. Die steen staat op de voorkant van De laatste stam.

Het magische begin

Met het boek op schoot zit hij op de koude keien van de koepel die hier staat. Ook Marcel Waanders en Olaf Visscher zijn erbij. Berends heeft geen rijbewijs en zij hebben hem bij zijn zoektocht naar de wortels van de stam overal naartoe gebracht. „Het was als een avontuur uit een jongensboek”, zegt Visscher. „Het was alsof ik als Sam met Frodo van Lord of the Rings meeging”, zegt Waanders.
Berends kijkt uit over de groene omgeving en vertelt van de bronnen die hier zijn en van de 35 leylijnen die hier samenkomen. Leylijnen zijn onzichtbare banen die historische of spirituele plekken verbinden. Berends is deze energiebanen zelf gaan voelen.
Zo kan hij zich verbeelden hoe het vroeger was. Berends beschrijft dat hij nu een vrouw voor zich ziet die ooit in de tempel hier een gouden beker gebruikte om te offeren. Hij bladert door zijn boek en laat een afbeelding van die gouden beker zien. Voor Berends is deze magische plek het begin van de geschiedenis van de Germaanse stam Twente.

De missie

In 2014 ontdekte Berends dat maar weinig mensen wisten dat Twente in ieder geval al 2000 jaar bestaat. Daarom wilde Berends een boek schrijven over de geschiedenis. Eerst dacht hij aan één boek, daarna aan twee. Nu worden het er vier. Tijdens het schrijven merkte hij dat het steeds meer over zijn eigen leven ging. „Het is veel persoonlijker geworden dan ik dacht”, zegt hij.

Goede oude tijd

Op de Tankenberg denkt Berends na: „Ik ben erg benieuwd wat mensen vroeger allemaal wisten. Zij begrepen dingen over de zon, de sterren en de dieren die wij nu niet meer begrijpen. Er is veel verloren gegaan, door de Romeinen en door het christendom. Er was een tijd daarvoor, waarin de mensen elkaar niet met knuppels op de kop sloegen, maar in een hoogwaardige cultuur met elkaar leefden.”
Met zijn boek wil Berends laten zien dat de ziel van de stam Twente nog steeds bestaat. De stam van Twentenaren heeft alles overleefd door niet zo op te vallen. Andere mensen vonden de groep niet belangrijk en zelfs achterlijk.
De mensen uit Twente trokken zich daar niets van aan. Ze konden goed voor zichzelf zorgen. „Belangrijk is dat de mensen elkaar niet naar het leven stonden. Moord kwam er niet voor. Er was geen leider, er waren afspraken van noaberschap en dat werkte.”

De stenen ziel

Berends raakte steeds meer gefascineerd door oude grote offerstenen die overal in Twente liggen. Twentenaren hebben er volgens hem altijd mee gesleept om ze te bewaren en nog altijd koesteren ze die. Hij ontdekte dat deze Germaanse en heidense erfenis zelfs bij allerlei christelijke kerken is te vinden. Berends fotografeerde bijvoorbeeld een oude offersteen die in Den Ham de kerk als hoeksteen dient. Zoals volgens de koster Jezus de hoeksteen van de samenleving is.
Berends raakte ervan overtuigd dat het koesteren van deze stenen bewijst dat de ziel van de Germaanse stam Twente nog altijd bestaat. Duizend kerken bezocht hij samen met zijn twee vrienden. Het zijn kerken die hij tot de Twentse invloedssfeer rekent. En overal vond hij die kolossale keien.
De speurtocht werd haast obsessief toen hij zich realiseerde dat niemand voor hem zo al die stenen bij kerken had vastgelegd. „We gingen soms wel naar 20 kerken op een dag”, zegt hij. Hoe meer hij er vond, hoe sterker volgens hem het bewijs werd dat de stam nog leeft.

Rituelen en continuïteit

Bij de Twentse stam horen paasvuren, geveltekens, midwinterhoorn, een vlag, een volkslied, vlöggeln, een taal en kloten. Maar ook al die enorme keien. „Mijn God, daar kun je toch niet omheen?”, zegt Berends. „Daarin zit de continuïteit van dit volk. Ik had nooit gedacht dat je zo dicht bij huis zoiets spannends kunt doen.”
Hij fotografeerde ze en drukte ze af in zijn boek. Ook daarom is het zo zwaar geworden, nog los van archiefmateriaal en boeken van oude historici die hij raadpleegde en verwerkte.
Zit er iets van die stam in u?
„Ja, anders doe je dit ook niet. Stel je voor dat wij als Twente 2000 jaar met elkaar hebben doorgebracht. Dat hebben we gedaan zonder elkaar de hersens in te slaan. Alles wat fout is gegaan komt van buitenaf. Van de Romeinen tot Karel de Grote, verzin het maar: Napoleon, Hitler, de Spanjaarden; alle ellende komt van buiten.”
„Ik zie steeds minder de noodzaak om ergens anders naar te luisteren dan naar onszelf. Ook niet naar Den Haag en ook niet naar New York en naar Moskou. Laten we maar gewoon naar onszelf luisteren, want wij hebben eigenlijk als enige bewezen dat we het al zo lang met elkaar kunnen volhouden.”
Bent u een optimist?
„Zeker niet. Een jongen van 14 weet zichzelf nu volstrekt niet te redden. 2000 jaar geleden wel. We zijn met z’n allen dommer aan het worden in plaats van slimmer. We zijn echt afgestompt. Ik vind dat zonde. Dit kan best de reden zijn dat ik me op de geschiedenis van de stam heb gestort. Het is persoonlijker geworden dan ik had gedacht.”
Uw gedachten weerspiegelen die van de Twentse autonome beweging Sapientes ab Oriënte en hun Universele Verklaring van het Twentse Noaberschap. Is het boek het historisch fundament voor een autonome beweging?
„Alsjeblieft, hou er wel de humor in. Mijn boek is geen wetenschap en het is geen politiek. Je wijst me hierop en ik stel met verbijstering vast dat ik ze niet ken, maar dat de overeenkomst groot is. Het komt echt heel dichtbij. Ik schrik ervan, maar het prikkelt me ook. Mijn boek moet niet gekaapt worden voor een afscheidingsbeweging. Ik ben absoluut een vrije jongen, maar houd me niet op die manier met de toekomst bezig.”
„Aan de andere kant weet ik ook wel dat van Eibergen tot Reutum zo wordt gedacht. Het maakt mijn boek over de geschiedenis wel heel actueel. Ik moet duidelijk gaan maken hoe ik mij hiertoe verhoud. Ik moet deze beweging ontmoeten en ze een plek geven in het volgende deel.”
Dat deel wil Berends in november publiceren.
Het boek De Laatste Stam is verkrijgbaar in de boekwinkels. Online is het te bestellen via de website delaatstestam.nl