zaterdag 7 maart 2020

Losrollocaliteits gebeurens

In onderstaande video wordt een interessante these ontkracht van mannelijke dominantie en eenzijdige mannelijke zienswijze op het verdere verleden.

Archeologen zijn het steeds meer eens dat ten tijde van de neolithische revolutie in de Bronstijd en jonge steentijd waarin de mobiliteitsmens, de jagers overgingen in een landbouwende cultuur en lokaal wonend werden een groot gevolg had op de daarvoor gelijkberechtigde rol van mannen en vrouwen. Eerst was het in de zwerffase dat elk hielp mee naar zijn of haar vermogen om de groep in stand te houden tot een sterke taakverdeling naar geslacht. Mannen moesten door hun sterkere fysiciteit nu hun haard verdedigen en kregen zelfs betere voeding dan de vrouwen. Mannen werden belangrijker en er kwam een mannelijke hiërarchie en dominantie. De vrouwen kregen door het niet meer trekken, meer kinderen, overleden vaak bij geboorten en werden minder gelijker dan de man, aldus de these.  Vrouwen werden gevangen van huis en hof. Vrouwen verzwakten ook doordat ze in het huis kwamen van de man en hun beschermde eigen familie moesten verlaten. 
Deze patriolocaliteit tref ik ook aan in m’n Alblasserwaardse veehouders voorouders bij m’n vader, zijn vader, en zijn vader en zijn vader en zijn vader. Tot begin 1800 trouwden de vrouwen in op de Doolenhof in Giessen-Oudekerk, bewoond door de mannelijke familie. Ik ben de eerste in een lange rij die huis en haard heeft verlaten en elders ver weg een nieuw bestaan opbouwde.

In de vrije jagersfase kon elk een mede jager zijn, een medestrijder, een mede kunstenaar, een medeleider of een mede religieus leider.
In de twintigste eeuw werd het oude rollenpatroon weer anders dat elk zijn eigen weg kan gaan, los van lokaliteit, rol en familie. We zijn weer minder plaatsvast geworden en daardoor gelijkwaardiger.
De eigen geboorteplek loslatend, minder honkvast, minder geaard en weer een zwervende mensheid om ons heen.

op basis van geschilderde handen kon worden vastgesteld dat er ook vrouwenhanden afgebeeld zijn en dus ook vrouwen de paleolitische grotschilderingen mede hebben gemaakt

Männer jagten, Frauen sammelten – als Haupternährer stand der Mann deshalb an der Spitze der Gesellschaft. Doch Forscher decken archäologische Irrtümer auf – und stellen die klassischen Rollenbilder von Mann und Frau infrage. Die Nachricht schlug Wellen: In der Wikingerstadt Birka entdeckten Archäologen um 1900 ein Grab mit Schwertern, Pferden, Pfeil und Bogen. Lange Zeit zweifelte niemand an der Identität dieses Wikingers, es war ein Krieger, keine Frage. Doch Forscher der Universität Stockholm deckten den Irrtum auf. Jüngst haben sie die Knochen mittels DNA-Analyse untersucht. Das Ergebnis: Das Grab gehört einer Frau. Wissenschaftliche Methoden aus der Forensik verhelfen Forschern weltweit zu neuen Erkenntnissen. In der chinesischen Provinz Henan graben Archäologen Siedlungsreste und Gräber aus. Mit Hilfe der Isotopenanalyse lassen sich Lebensstil, Essgewohnheit und sozialer Status der ehemaligen Siedler rekonstruieren. Vor der Agrarrevolution, dem Beginn von Ackerbau und Viehzucht im Übergang zur Bronzezeit, gab es keinen sozialen Unterschied zwischen Mann und Frau. Auch in Europa deuten Überreste von Kulturen aus der Urzeit darauf hin, dass es Geschlechterhierarchien nicht gab. Die megalithischen Tempel von Malta beherbergen Statuen von Frauen, sie sind Kult- und Fruchtbarkeitsfiguren. Oder die Höhlenmalereien von Altamira und Chauvet mit Jagdszenen aus der Steinzeit – viele davon stammen von Frauen. Die Dokumentation zeigt weltweit neue Funde, deckt wissenschaftliche Irrtümer auf und erzählt, durch welche kulturellen Entwicklungen es zur Benachteiligung von Frauen kam.



Nieuwsbrief maart 2020



Ontwikkelen van nieuwe vormen van subtiele verbondenheid tussen Aarde, Natuur, Mens en Kosmos” 

NIEUWSBRIEF- maart 2020
Gaialogische activiteiten in Nederland en  
Naturbegegnungshof Schirnding
Dick van den Dool
‘Hoe het landschap, de Natuur je heler maakt’
Onderwerpen Nieuwsbrief

A. Gaialogische ervaringstochten in Nederland naar Limburg en het Gewijde Noorden in het oude Friese land:

A.s. Zaterdag 14 maart (10.30 – 17.00): Een andere Ontmoeting met het subtiele Midden-Limburgse Landschap. (deel 5)
Thema: De ziel van het land ontmoeten en de eigen bezieling weer terugkrijgen
Met Oerbos sferen met haar subtiele kwaliteiten van toegang, af- en bescherming

Zondag 15 maart (10.30 – 17.30): Friesland;
Thema: Bijzondere fenomenen in het Noordoost Friese gebied:
 Kernlicht Aarde- en Atlantische fenomenen (deel 4)
Maandag 16 maart (9.30 – 16.00): Groningen de schone punten van Fivelingo. (deel 16) Thema: het heilige hele in haar vele hoedanig Heden

B. Inspiratieve avond in Giessenburg, dinsdagavond 17 maart

C. Leergang Gaialogie individueel

D. Verblijf in Schirnding  

Wil je de Nieuwsbrief ontvangen, mail naar info@gaialogie.nl
 

vrijdag 6 maart 2020

waar vooral corona....

Als je de verspreiding van de besmettingsgraad van corona in Nederland en elders bekijkt, zei ik dat die omgevingen zijn getroffen waar een zeer subtiel verontreinigde aarde voorkomt. Het betreft in Nederland grootstedelijke gebieden, de mijnstreek -Zuid- en Midden Limburg, en vooral de sterk vervuilde agrarische gebieden zoals Brabant. Gebieden als het noorden van het land, die relatief schoner zijn in de subtiliteit, kennen nog geen corona gevallen.
In de getroffen gebieden tref je de ver negatiefde elementen aarde, water en vuur aan en is de subtiele afvalstroom gestopt.  Letterlijk zijn de voedende aether krachten daar verbruikt en is voor de mens geen voedende kracht meer aanwezig en leeft de mens niet meer in een ‘midden wereld veld’ maar in de onderwereld. Net boven en in de aarde is dan een potentieel corona veld, dat virussen aantrekt.
Het virus is dus niet de boosdoener maar het door mensen vernietigde subtiele veld. Daarom zal het virus vooral de steden opzoeken en mag je dankbaar zijn dat het nu in het bewustzijn komt hoe wij onbewust en naïef met de aardehuid omgaan. Nederland heeft dan een vrijwel totaal uitgeputte elementale wereld maar wel mensen die een redelijk ik bewustzijn hebben. Aan hen nu de opdracht om meer verantwoording voor ons milieu te kiezen, anders trekken we steeds narigheid aan die ons iets wil spiegelen!

Andere theorie over de vliegende Josef

Een vriend van me zond me dit bericht over de vliegbewegingen van heilige Jozef
Het is geen onbekend gegeven dat de RK kerk veel mythen heeft gevormd en wie weet is dit gebeuren ook van dien aard.


Skeptics are not convinced that Saint Joseph possessed magical or paranormal powers. They have suggested that alleged eyewitness reports of his levitations are unreliable as they are subject to gross exaggeration, or written two years after his death.[3][4]
Robert D. Smith in his book Comparative Miracles(1965) suggested that Saint Joseph performed feats similar to a gymnast. Smith noted that some of his alleged levitations "originate from a leap, and not from a prone or simple standing or kneeling position, the witnesses mistook a leap of a very agile man for levitation."[5]
Skeptical investigator Joe Nickell concluded that:
Joseph’s most dramatic aerial traverses were launched by a leap—not by a simple slow rising while merely standing or kneeling—but, moreover, I find that they appear to have continued as just the sudden arcing trajectories that would be expected from bounding. They were never circuitous or spiraling flights like a bird’s. Invariably, Joseph’s propulsions began with a shout or scream, suggesting that he was not caused to leap by some force but choseto.[4]
Human poisoning due to the consumption of rye bread made from ergot-infected grain was common in Europe in the Middle Ages. It was known to cause convulsion symptoms and hallucinations. British academic John Cornwell has suggested that Saint Joseph had consumed rye bread (see ergot poisoning). According to Cornwell "Here, perhaps, lay the key to his levitations. After sampling his own loaves he evidently believed he was taking off."[

woensdag 4 maart 2020

De vliegende patroonheilige van de luchtreizigers


Jozef van Cupertino (Copertino17 juni 1603 — Osimo18 september 1663) was een Italiaanse monnik en mysticus.
Ondanks zijn beperkte intelligentie werd hij in 1628 tot priester gewijd. In het Italiaans staat hij bekend als Giuseppe da Copertino, hij werd geboren als Giuseppe Maria Desa, zoon van Franceschina Panaca en Felice Desa.
Jozef  is een voorbeeld van een "heilige onnozele". Als kloosterling was hij niet tot praktische werkzaamheden in staat, maar omdat hij veel wonderen zou hebben verricht werd deze verstandelijk gehandicapte tot heilige verklaard.
Als kind had hij al epilepsie en maakte verder bepaald geen snuggere indruk. Hij was van eenvoudige boerenkomaf en wijdde zijn jeugd aan het bereiken van religieuze extase door zelfkastijding, uithongering en het dragen van boetekleden.
Hij werd Franciscaan. Hij was eerst lekenbroeder, maar werd weggestuurd omdat hij erg onhandig was en alles uit zijn handen liet vallen. In 1621 trad hij echter in bij de Conventuelen, waar hij later ook tot priester werd gewijd. In het klooster La Grottella zouden zich mystieke verschijnselen hebben geopenbaard, zoals levitatie, daarom werd hij de vliegende heilige genoemd. Hij zou zich voor lange tijd van de grond kunnen opheffen. Het verhaal gaat dat hij regelmatig in extase raakte en dan begon te zweven en voorspellingen deed, ook hoorde hij hemelse muziek. Vele mensen zouden hiervan getuige zijn geweest en er werd druk over gesproken.
In de Acta Sanctorum werden van hem tot 70 ‘vluchten’ in heel Italië geregistreerd, waarbij hij in één geval in een boom vloog en daar op een dunne tak bleef zitten wiegen. Vaak keken hele menigten toe. Er zijn meer dan 150 ooggetuigenverslagen gepubliceerd over de ‘vluchten’ van Cupertino, die ook wel de vliegende heilige werd genoemd. Hij kon zich voor lange tijd van de grond opheffen.
De inquisitie bevond hem onschuldig aan tovenarij, maar zond hem eerst naar Assisi en later naar meer afgelegen kloosters om de volkstoeloop en de jaloezie van de medebroeders te ontgaan. Jozef aanvaardde alles met grote blijmoedigheid, zijn religieuze passie zou volgens critici echter betrekkelijk snel zijn verdwenen.
Heiligverklaring
Jozef werd op 24 februari 1753 zaligverklaard door Benedictus XIV, op 16 juli 1767 volgde de heiligverklaring door Clemens XIII, zijn naamdag is 18 september. Hij is de patroonheilige van de luchtreizigers, verstandelijk gehandicapten en leerlingen die magere resultaten behalen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kozen Amerikaanse piloten hem tot patroon.
Terwijl andere heiligen hun rustplaats onder een altaar vonden, wordt zijn schrijn door engelenbeelden tot boven de altaarkaarsen verheven.

De Geest Mens Christina de Wonderbare, de gevleugelde non


De heilige Christina de Wonderbare of Christina Mirabilis (ca. 1150-1224) is een christelijke heilige van wie de naamdag op 24 juli wordt gevierd. Haar heiligheid ontleent zij aan de volgende legende.
Legende
Zij kwam uit een eenvoudig gezin in Brustem en werd wees toen ze vijftien was. Zij bleef met twee zusjes achter in het ouderlijk huis, waar zij zich met zijn drieën aardig wisten te redden. Toen Christina ergens in het begin van de dertig was, stierf ze voor de eerste keer. Zij zou vanuit de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Sint-Truiden begraven worden, maar midden onder de mis bezorgde ze haar familie en vrienden de schrik van hun leven door plotseling rechtop in de kist te gaan zitten en als een vogeltje naar het gewelf van de kerk te fladderen. Pas op het bevel van de priester wilde ze weer naar beneden komen. Daar vertelde ze dat ze door engelen was meegenomen, die haar de hel en het vagevuur hadden laten zien. Ze hadden haar daarna voor de keuze gesteld om naar de hemel te gaan of op aarde te lijden voor de arme zielen. Ze had voor het laatste gekozen.

Ze kon de lucht van de zonde niet verdragen, en ontvluchtte die door zich vliegend naar allerlei hoge plaatsen te begeven. Ooggetuigen meldden onder andere bomen, kerktorens en molenwieken. Soms ook deed ze het tegenovergestelde en kroop in graven. Haar gedrag, hoe wonderbaarlijk ook, werd zelfs haar 12e-eeuwse medeburgers wat te gortig, en die probeerden dan ook haar als krankzinnige op te sluiten, maar zij brak haar ketenen en tralies alsof het strootjes waren en vloog dan telkens weg, psalmen en sequenzen zingend met een hemelse stem. Zij leefde lange perioden alleen op het Allerheiligste, kroop onder het ijs om boete te doen voor de zonden van haar medemensen en sprong dan even later juist weer in een gloeiende oven, waar ze ongedeerd uit tevoorschijn kwam. Zij werd van hekserij beschuldigd en weer opgesloten, maar toen ze haar lichaam, dat door de slechte behandeling in de gevangenis met zweren was overdekt, genas met olie die uit haar eigen borsten vloeide, werd ze erkend als (krankzinnige) heilige.

Mensen die haar welgezind waren, baden dat al die opzienbarende verschijnselen mochten ophouden, en ze werden verhoord nadat Christina zich in het dorpje Wellen in het doopvont had gestort. Daarna woonde ze een aantal jaren bij de kluizenares Jutta in een kluis bij de kapel van het kasteel van Loon. Daar stond zij in hoog aanzien: velen kwamen haar raad vragen en zich door haar laten bevestigen. Zo stuurde zij de heilige Lutgard van Tongeren naar het klooster van Aywières en was ze de vaste raadgeefster van graaf Lodewijk II van Loon, die haar als zijn tweede moeder zag. Hooggeplaatsten kon zij hun misstappen verwijten zonder een blad voor de mond te nemen. (Zie ook: de heilige Catharina van Siëna en de heilige Birgitta van Zweden).

Aan het einde van haar leven woonde ze in het Sint-Catharinaklooster te Sint-Truiden waar ze in 1223 voor de tweede maal overleed. Juist op dat moment zat echter een medezuster van haar in ernstige geestelijke nood, en ze ging haar nood klagen bij de baar van Christina. Die stond toen maar weer op om haar te troosten. Kort daarna overleed ze voor de derde keer, nu voorgoed, in 1224. Haar relieken bevinden zich voor het grootste deel in het Redemptoristenklooster te Sint-Truiden. In Nederland bevindt zich een fragmentje in de Kluizenarij Onze-Lieve-Vrouwe van de Besloten Tuin, waar het bewaard wordt op een toepasselijke plaats in een nisje hoog in de kerk.
Christina afgebeeld als een gevleugelde non.
(bron; wiki)