zondag 18 januari 2015

Subtiele reptielen in het landschap

Op zondagmorgen bezoek bij draken, salamanders en hagedissen
Zondagmorgen op een mistige vriesachtige morgen in het nabijgelegen ‘toverbos’. Volg de voeten is het devies en loop door de velden en kom bij het grote bos. “een drakenworkshop houden” komt plots bij me op en mijmer over de inhoud. 
Zie plots rechts van me een reusachtige  vrouwelijk draak m’n aandacht trekken.  “Hier leven heel veel draken in dit gebied.” De draak  die zich ver boven de boomkruin verheft loopt schuifelend even met me mee. Het is een aardelucht draak, mooi gevormd met een lange reptielachtige start.
Honderd meter verder in het bos staart een salamander me plots aan. Zoiets heb ik in dit gebied nog niet aangetroffen.  Zijn tong gaat in en uit en houdt enige afstand van me. Het is ongeveer 4-5 meter lang en een halve meter hoog. “Wij zijn een heel bijzonder ras en waren hier al miljoenen jaren. Wij hebben onze eigen paden.” Deze salamander paden lopen op en in de aarde. ”Kom een keer in ons rijk” is de invitatie en loop wat verder het bos is en stop plots. Ze zijn schuchter en niet gewend aan contact en ze maken me daarom eerst schoon’. Hier in de aarde zit veel luchtvuur. Ik vervolg m’n pad door het bos naar de salamander aarde-toegang. Op de toegang ligt een subtiele grote steen en naar binnengaand moet ik een spiraalvormig pad volgen. Ik heb daar even geen zin in en teken een plattegrond; eerst verticaal de grond in, dan horizontaal en weer omlaag waar zijwaarts het salamander nest zit.  Het wordt straalsgewijs gevoed uit een dieper in de aarde lopende vuurbaan.  In het nest bevinden zich 12 salamanders met een 13e koning. “Nog nooit is iemand bij ons langs geweest” zegt de koning. Ik laat ze wat goudvuur ervaren dat ze niet kennen en ze heel blij maakt.
Ik loop terug naar de weg en plots staat achter me een reusachtige hagedis van zo’n 5 m hoog en 10 – 15 m lang.  Ik mag met hem meekomen en volg zijn pad terug het bos is.  Mijn intuïtie meldt me dat dit hagedissenland is. Plots is de grote hagedis in gevecht met een ander vijandige gezind reptiel en verticaal staan ze te vechten. Als het afgelopen is vervolgen we ons pad en komen bij een inzinking in het bos: “dit is onze toegang.” Ik teken de paden; eerst omlaag, dan zijwaarts, weer omlaag en dan bij een heel groot rijk; het hagedissen nest. Ze krioelen daar door elkaar.  “Dit is ons rijk en wij wonen hier ook al miljoenen jaren. Nu leven we ondergronds maar aanvankelijk bovengronds. In de christelijke fase zijn we vervloekt.” Ik maak hun vloek los en ze schieten opeens met zijn allen de lucht in waar ze verder gaan leven.  Ze zijn als het ware in een andere sfeer gekomen wat je ook aantreft bij de godinnen die ook veel in de luchtsferen leven. Dit is het toverbos.


De workshop deze zomer gaat dus over Subtiele reptielen in het landschap. Tijd juli 2015 en van zaterdag tot zaterdag in Schirnding. Wil je meer weten, laat het me weten!

Omgevings energieroof in de kathedraalbouw tijd; een regressie onderzoek


Op zondag 26 februari 1995 ‘interviewde’ ik H. S. over zijn kathedralenbouw-verleden.
Hij kwam in zijn vorig-leven ervaring als kathedralenbouwervan Toulon in Zuid-Frankrijk, vermoedelijk 12e eeuw, ten tijde van wat hij noemt paus Leo.Hij behoorde tot de orde van de  Benedictijnen en leefde tot zijn dertigste in het klooster. Hij werd uitgekozen om en speciale opleiding te volgen in wat ik zou noemen  de voorbereiding  en leiding over de bouw van een kathedraal.  Hij ervaarde dit als een hele eer om uitgekozen te worden om zo het geloof vorm te geven in de materie. Een groep monniken ging onder bescherming van Tempelierridders op pad naar een opleidingscentrum aan de andere zijde van de Pyreneeën in Spanje.
De vijfjarige opleidng vond plaats in een grote groep van circa 100  Benedictijner monikken, die les kregen van m.n. Tempeliers.
Zijn naam  die hij pas later in het onderzoek noemt is 'Adolfi’.
Dit was het begin van een onderzoekavontuur naar de energetsiche en spirituele achtergronden van de lerkenbouw in de twaalfde eeuw op basis van een getuigenverklaring verkregen door regressie.
Wie heeft overigens zin om dit onderzoek te publiceren?


Hun ‘oude dorpen’.
"Ik heb niet meer een  ‘oud’ dorp  van hen in ons eigenlijke werkgebied gezien, maar wel resten daarvan.  Ik denk dat ze de boel gesloopt hebben en alles meegenomen hebben naar hun andere woonlocaties.  In de bossen zijn heel veel plekken waar ze eerst woonden, doch deze plaatsen zijn heel klein. Alleen een paar resten  herinneren aan hun bewoning en de huizen zijn allemaal weg.  Het zijn altijd woonplekken in het bos waarvan ik er meer dan tien heb gezien.  Ze hadden ook een andere structuur dan de dorpen buiten ons territorium. Wat me opvalt is  dat ze liggen aan doorgaande paden  met vaak een weg door het dorpje en het is allemaal wat opener, niet zo beschermt als in hun nieuwe locaties.  Soms is de onderbouw van de palen nog aanwezig en de vervallen emmer-waterputten, maar niet die je in de nieuwe dorpen aantreft.  Ik heb namelijk daar niet zo’n grote put gezien en misschien hebben ze zo’n grote put ook niet nodig.  Stenen vind je daar wel maar geen druïde hut.  Ik geloof niet dat er altijd zo’n druïde bij was, dat kan ik me niet voorstellen.  Ook tref ik hier weer allemaal gelijkwaardige huizen en wel eens een pleintje in het midden.  De structuren zijn daar dus kleiner en er is geen centraal gebouw en ook geen weg op het oosten en een geconcentreerde  bouw.  Ik heb ze niet allemaal gezien, maar wel tientallen.  Daar liggen ook geen heilige plekken in de gemeenschappen zelf  en die lagen er altijd buiten. Die gaan wij juist gebruiken omdat ze vrijwel altijd op onze hoofdbanen liggen.  Dus rondom de hoofdbaan liggen in de bossen deze oude gemeenschappen. De heilige plek was dan een boom- of een steencirkel, doch  niet beide en de nederzettingen liggen er omheen op maximaal een uur loopafstand.  Meer van die kleine samenscholingen gebruiken één zo’n plek en vermoedelijk trekken ze samen naar de nieuwe woonplaatsen.
Ik heb de indruk dat ze bij elkaar horen, heiligdom en dorpen, als we met één zo’n hoofdbaan bezig zijn en een heiligdom inpikken, want de dorpen worden dan verlaten. Als je met een andere baan bezig bent  één of twee jaar later dan zijn die oude structuren daar nog intact.
Kijk als je die plekken gaat gebruiken voor de kathedraalbouw begint de energie naar de kathedraal te stromen en verliezen de cultusplaatsen hun functie omdat ze hun kracht verliezen die daarvoor, daar bleef.  Zo’n bewoning structuur verdwijnt vanzelf is onze indruk. Tijdens de opleiding  is ons niets verteld dat je door dit werk te doen negatief beïnvloed kan worden.

Ik heb hun nieuwe heiligdommen buiten ons gebied niet bezocht want ik heb  ze namelijk nooit kunnen vinden. Ik heb ze verwacht te kunnen vinden  maar ik denk dat ze goed verborgen zijn.  Ondanks dat ik toch ook heel wat wegen afgelopen heb; bij de kruidencomplexen, de weidegronden, maar ik vind geen strukturen die ik ken. Ik denk dat ze het mij niet  mochten laten zien. Ik heb er wel eens naar gevraagd maar zoals gewoonlijk krijg ik  geen antwoord. "


vrijdag 16 januari 2015

Leugenpers?

Tijdens de bekende optocht in Parijs verzamelen zich vele politici van de hele wereld om mee te lopen. Maar liepen ze wel mee? In Duitsland hoor je zelfs benamingen van 'leugenpers', daar de politici alleen voor zichzelf liepen en niet vooraan. Wat foto's kunnnen doen.  En wat politici ons willen voorhouden..Ja wij waren erbij….


donderdag 15 januari 2015

grote Ervaarders: Giordano Bruno

………er zijn ontelbaar vele zonnen, ontelbaar vele aardes draaien om deze zonnen, zoal de planeten om de zon draaien en levende wezens bewonen deze werelden……

Op 2 juni van het jaar 1592 sprak Giordano Bruno tijdens zijn verhoor door de inquisitie in Venetië de volgende woorden uit. Zij klinken als een geloofsbelijdenis. Als een samenvatting van zijn inzichten met betrekking tot heelal en mens. Hij zei:


"Ik geloof in een oneindig heelal als schepping van een oneindige goddelijke almacht, omdat ik het voor onmogelijk houd, dat de goddelijke goedheid en almacht een begrensde wereld zou kunnen creëren, terwijl zij behalve deze wereld ontelbaar veel andere werelden zou kunnen doen ontstaan. Daarom heb ik gesteld dat er onnoembaar vele werelden zijn die op onze wereld lijken. En net als Pythagoras ben ik ervan overtuigd dat de andere planeten en hemellichamen op een of andere wijze op de aarde lijken. Ik geloof dat alle hemellichamen werelden zijn. Hun getal is onbegrensd en samen vormen zij één oneindige natuur binnen één oneindige ruimte - en dat is het oneindige heelal: zowel wat het aantal hemellichamen betreft als wat de uitgestrektheid van het universum betreft.



zondag 11 januari 2015

riviergif wordt kristalhelder


Al enige tijd maak ik me zorgen over de rivier de Roslau die door Schirnding loopt. In het verleden heeft een chemische firma zware metalen geloosd op dit schone oppervlaktewater, waardoor de rivier met haar slib verontreinigd raakte.

Vandaag keken we beiden naar de rivier en zagen dat de gifslang meerkoppig was en zich uit de rivier verheft. Na enige aandachtstijd werd het gif geneutraliseerd en werd de slang rustiger en loste op. Het hoger zelf van de rivier verbond zich weer met de rivier en het oude evenwicht werd hersteld. Het gif ging de aarde in en de rivier straalt weer als vanouds.  Door de smeltende sneeuw en regenval is de rivier nu dubbel zo breed en bezet deels het rivierdal. Mooi om te zien. Dank alchemisten.

reactie:

Beste Dick,
Dank je voor je jongste bericht over de Roslau. Het is het beschrijven van een gebeurtenis, die me in mijn vroegere werk als doel voor ogen stond. Ik was op het ministerie van (toen nog) Landbouw en Visserij werkzaam als milieuman van de Directie van de Visserijen. Mijn belangrijkste taak betrof de waterkwaliteit in relatie tot het leven van vis en de kwaliteit van de consumptievis. (PCB’s e.d. waren toen ‘hot’)
Uit andere bronnen wist ik al van de wezens, die zich in de natuur bevinden en (voor zover niet van menselijke herkomst) de natuur zelf zijn. Ik zette me (ongezegd aan anderen) in om hen zo mogelijk hun eigen huis, het oppervlaktewater,  weer te kunnen laten bewonen.
In mijn tijd zijn vele maatregelen genomen om oppervlaktewater minder te belasten met afvalwater en dit eerst te zuiveren. Ik heb daaraan via onder meer het (doen) ontwikkelen van normen - waaraan de waterkwaliteit voor vis minimaal zou moeten voldoen - mogen bijdragen.
Wat ik niet uit eigen ervaring in dit leven op aarde weet en beleefd heb, maar wel als zekerheid in me draag, verwoord je in het stukje over de Roslau. Ik ben blij van een nu levende ervaringsdeskundige te horen dat herstel op die wijze mogelijk is en ook daadwerkelijk plaats vindt.
Zo hoop ik ook op herstel van de grote Europese rivieren. Maar – hoewel ze zeker in een aantal opzichten een betere kwaliteit hebben nu, dan in de jaren ’70 en ’80 uit de vorige eeuw – het is nog lang niet zover. En los van chemische verontreiniging speelt ook o.m. de geluidsbelasting een rol.

 P.S. Als extra aandachtspunt voor herstel van stromende wateren kun je dan nog toevoegen, dat de toegankelijkheid van de paaigebieden voor trekvissen van groot belang is.
Door kanalisaties, stuwen e.d. zijn paaigebieden verloren gegaan voor trekvissen.

 A.F.F.